Julius Leeft!


Bierman heeft van zijn mama geleerd om altijd de waarheid te spreken en de mama van Bierman is een zeer respectabele vrouw die op dit punt en veel andere punten altijd gelijk heeft. Zoals helaas maar al te vaak pas achteraf blijkt. Daarom probeert Bierman tegenwoordig zelfs, teneinde om niet onder te doen voor de generatie die ons is voorgegaan (noem het gerust overcompensatie), met enige hardnekkige grondigheid die zijdelings aan een milde vorm van autisme doet denken, misverstanden en andere communicatiefouten met terugwerkende kracht uit de wereld te helpen. Grote mensen kunnen de waarheid aan en de rest moet maar volgen.

Het misverstand dat Bierman bij deze uit de wereld wil helpen is natuurlijk dat het mooie en krachtige Julius, telg uit het geslacht Hoegaarden vandaag niet meer gebrouwen zou worden. Krachtens een latent soort hang naar melancholie, door grotere geesten wel eens een recherche des temps perdu (inquisitie naar verloren onweer) geheten, denkt Bierman tot op vandaag met veel genoegen terug aan lang vervlogen drinkgelagen in het Chaleke aan de visput achter de kleine Paependaelen, het moet 1623 zijn geweest of zo. Het volledige gamma Hoegaarden bieren was daar te krijgen. Ten onrechte leefde evenwel bij Bierman al heel wat jaren het misverstand dat enkel de Hoegaarden Grand Cru de brug naar de 21e eeuw had geslagen en dat de twee zusterbieren Alexander en Julius (en eigenlijk ook Hoegaarden Das) de weg van alle bier zijn gegaan.

Edoch, in godbetert de wat aftandse Colruyt van Avelgem, waar Bierman enkele weken geleden voor een of andere boodschap in het voorbijgaan even passeerde, stond één schamel pakketje Julius wat verlegen en verloren achteraan op het laatste schap van de bierrayon. Het kartonnetje dat de flessen bijeenhield was al wat afgeschenen, maar verder was dit bier onmiskenbaar en volledig het icoon uit het verloren onweer van Biermans jeugd, compleet met Romeinse imperator in rood en goud. Een verkoopsmadammeke op de achtergrond probeerde om Bierman nog wat kriek Max te laten proeven of zo, maar haar nochtans goed getraind aandringen sloeg te pletter op de wat dwaze glimlach waarmee Bierman zijn flesjes Julius streelde en de wit uitgeslagen knokkels van zijn hand waarmee hij zijn schat (het bier, niet de madam) omknelde met meer kracht dan zwaartekracht en de wetten van de fysica doorgaans nopen. Julius leeft! Io Vivat! vreugde en verbazing zoals Bierman deze gevoelens van vroeger herinnerden braken weer even door, hoop ook. Maar – nu het stof weer is gaan liggen – is ook de tijd aangebroken voor een verontschuldiging.

Sorry Inbev of Interbrew of zo, sorry. Ik dacht dat jullie Julius vermoord hadden. Jullie hebben al zoveel bieren van de markt gehaald dat Bierman ten onrechte veronderstelde dat jullie ook Julius op een brutale manier in de rug gestoken hadden. Tu qouque Inbev, weet u wel. Maar mea culpa, niet Brutus maar Bierman heeft Julius doodverklaard en jullie de schuld gegeven. En dat terwijl het bier nog leeft en te koop is in de Colruyt van Avelgem, wat objectief beter is dan dood zijn, veel beter. Hoewel Bierman zich thuis nog steeds zit af te vragen hoe het nu eigenlijk gaat met Alexander, die andere telg uit het geslacht Hoegaerden. Sic transit gloria mundi.

Bierman heeft overigens ook een slok genomen van zijn teergeliefde Julius en weer barste het onweer van zijn stormachtige adolescentie los. Tempus fugit, maar toch was het er nog allemaal: overvloedig wit schuim, krachtige smaak, stevige alcoholklop en pretentieuze goudkleur een Romeins veldheer meer dan waardig. Er is een misschien wel een reden waarom de Julius niet helemaal is verdwenen en soms stelt Bierman zich stiekem voor dat bij hem thuis de laatste vijf flesjes Julius staan die er te vinden zijn op deze planeet. Ave Caesar, morituri te salutant, denkt hij dan of ook: Santé!

Duvel Tripel Hop 2012


Iets nuttig en constructief schrijven over een gevestigd biermonument blijft, zelfs voor een natuurtalent als Bierman, een heikele opgave. Voor dat éne monument, Duvel, heeft Bierman al zo vaak de lier en het wierrookvat bovengehaald dat deze attributen meer gelijkenis vertonen met zaag en smeervet. Wist u al dat Duvel een bier is waarvan één enkele slok het bestaan, ook al drukt het gewicht van de leegte al onze ingewanden kapot, de moeite waard maakt? Hoort u in de verte het ritmische schuren van een tweehandige boomzaag in een kempisch dennenbos op de eerste koude ochtend van het jaar? 

De Duvel Tripel Hop 2012 is een variantie op het tot vervelens toe bewierookte origineel. Stevig doorgehopte bieren zijn al een paar jaren de mode overal te lande maar toch valt Bierman nog steeds keer op keer stijl achterover, bij het degusteren van nieuwe lokale interpretaties van deze Indian Pale Ales. De invloed van geselecteerde hopsoorten op de smaak van een bier is enorm en zeker bij bleke bieren kan dit de smaak van mout vrijwel volledig domineren. De Duvel Tripel Hop 2012, de tweede incarnatie alweer van dit bier, is hier zeker geen uitzondering op. Het bier gebruikt voornamelijk Citrahop als smaakmaker op nadrukkelijk de voorgrond. En hoewel de Duvel in het bier is nog vrij goed herkenbaar is (Duvel staat natuurlijk op de fles, het is altijd een confronterende vraag of Bierman ook zonder deze informatie op de naam Duvel zou zijn gekomen) valt vooral deze erg lekkere hoofdsmaak op van iets dat tussen een citroen en een appelsien zit maar ontegensprekelijk thuishoort in dit bier.

Van pakweg Cola bestaat ook Licht, Zero, Vanille en Cafeïnevrij en waarschijnlijk nog veel meer. Allemaal verkrijgbaar in 18, 25, 33, 50, 75 enz… centiliter in glas, Pet en vat. Sommige merken diversifiëren veel en graag. De makers van Duvel duidelijk niet. Deze aarzeling om het merk uit te hollen met al te veel varianten is begrijpelijk. De Tripel Hop evenwel wordt voornamelijk verkocht als een geschenk aan de fans, een toegift voor de incrowd, eerder dan een op zichzelf staande variant. Moest dit bier minder zijn dan het origineel dan zou Bierman zeggen: proficiat, een goed gevonden marketingstunt. Maar dat is niet het geval. Bierman is onwillekeurig van bij de eerste slok incrowd geworden, lid van het fandom zo u wil. Hem rest slechts met veel smaak de Tripel hop te drinken en bij het neerzetten van het glas eenvoudig Dankuwel Duvel te zeggen aan wie het wil horen. Dit bier, jong gedronken en goed uitgeschonken heeft genoeg aan zichzelf. Het heeft zelfs Bierman niet nodig.  

Rodenbach: zomerbier van het jaar



Bierman houdt er mee op voor dit bierseizoen, maar alvorens met de voeten omhoog van een welverdiende rust te genieten, geeft hij nog een kleine terugblik op bierseizoen ’11-’12. Opmerkelijkste wapenfeit blijft natuurlijk de wedergeboorte van Stout in onze contreien, waarover het laatste woord nog niet geschreven is. Daarnaast is er de aanhoudende verbittering van onze bieren ten koste van de blikken kriekensiroop die iconisch waren voor het afgelopen decennium. En tenslotte heeft Bierman vooral met open mond staan kijken naar de tsunami van nieuwe bieren die recent het land overspoelde.  Op enkele jaren tijd is het aantal unieke titels vlotjes verdubbeld terwijl het vermogen van Bierman om bier te drinken zonder gezondheid en goed fatsoen op het spel te zetten constant is gebleven.  Zelfs al moest een of andere onverlaat het wat idiote plan bedenken om elke dag een ander uniek bier te drinken, dan zou het hem zes jaar kosten om alles één keer te zien passeren. Moet het nog gezegd worden dat dit respectievelijk om veel bier en een lange tijd gaat? Nu zijn er, zoals altijd als de realiteit teveel wordt om te behappen, wetenschappers en filosofen die speciaal in stand worden gehouden om alles in de juiste categorieën in te delen. Er zijn Priesters die tempels plamuren met de absurditeit van het leven, Kunstenaars die schoonheid en lelijkheid scheppen in de chaos en politici die dat alles ook proberen te doen, maar dan anders en niet noodzakelijk beter, maar wel verplicht. Niet dat Bierman een wetenschapper, filosoof, priester, kunstenaar of – Heer, laat dat nooit gebeuren – politicus is, maar voor het bier, dat hoogste goed, wil hij met graagte een poging doen om alles wat te ordenen en even uit te spreken wat iedereen al lang weet: er zijn oude bieren en er zijn nieuwe bieren.

Tegenover de aanhoudende biertsunami stelt Bierman graag, zij het wat uitdagend, dat een bier dat geen geschiedenis heeft bezwaarlijk een echt bier kan genoemd worden. Niemand weet (nee, ook Bierman niet) of een nieuw bier zal blijven of terug verdwijnen. Vult een bier binnen enkele decennia een bovengemiddelde rayonruimte in de supermarkt? Zit er later een oude man in zijn comfortabele stoel het bejaardentehuis met spijt terug te denken aan de tijd toen zijn kinderen nog klein waren en aan dat éne bier, wat was de naam ook weer, dat die zomer zo heerlijk smaakte en zo rijkelijk vloeide? Of is het bier later gewoon weg en ligt haar enige waarde in het feit dat het geweest is? Tijd en vertrouwen in de toekomst, was er iemand al op het idee gekomen om dat te projecteren op een bier?
De verleiding is groot natuurlijk om van bij de geboorte van een bier meteen al de superlatieven boven te halen. De media stuwen ons tenslotte ook van hoogtepunt naar hoogtepunt. Bovendien waren enkele decennia geleden de nieuwe bieren nog aandoenlijk naïef en amateuristisch in hun opzet, maar tegenwoordig wordt een bier gelanceerd met heel wat meer blingbling en poeha en lijkt het van bij de start allemaal veel professioneler. Maar dat maakt nieuwe bieren niet minder kwetsbaar voor het grote, zachte sterven in de kosmische boekhouding (alwaar een speciale hel voorzien zal zijn voor Kriek Belle Vue).

Wat blijft dan nog over na het slopen van zoveel premature monumenten? Over de grote bieren van de vorige eeuw, de brede rug waarop nieuwerwetse titels schone sier maken in de rest van de wereld, de walvissen die de anderen tot plankton degraderen, wil Bierman het even niet hebben. Het zou van te weinig eerbied getuigen om daar snel over te gaan. Het volstaat om vast te stellen dat er een reden is waarom een bier honderd jaar op de markt blijft.  Maar er zijn bieren met voorwaar een nog indrukwekkendere stamboom en er is, ten overvloede, ook een reden waarom een bier vele honderden jaren op de markt blijft. De Brusselse Lambiekbieren bijvoorbeeld, zijn volledig van spontane gisting en dus meer dan enige stadsbull of geschreven kroniek vormen de bacteriën in dit bier haar levende adelbrieven. Ook de brouwtradities Oud Bruin en Oud Rood kunnen dezelfde indrukwekkende adelbrieven voorleggen, zij het met een wat meer gemengde gisting. Van deze Oude bieren hebben er een aantal hun oude wortels verloochend, maar de stevige melkzuurgisting in  Liefmans en Rodenbach vormt bij beiden vooralsnog een lichtend baken van de authenticiteit. Niet dat Rodenbach al tijdens de Guldensporenslag werd gedronken of bij de overwinning van Karel de Grote op de Longobarden, maar veel  zal het niet gescheeld hebben en gesmaakt werd het ook.

En dus biedt Bierman, omdat vanzelfsprekendheden gevaarlijk zijn, wat weerstand tegenover de arrogante stroom nieuwerwetse bieren, ongetwijfeld een bron van vreugde voor geesten die zich staande kunnen houden in een eindeloos bombardement van goed vermarkte chaos. Niet dat ze geen bestaansrecht hebben, maar bewijzen moeten ze zich alleszins ook. Bierman roept geheel tegendraads en averechts Rodenbach uit tot zomerbier van het jaar. Het is tenslotte het meest verfrissende en smakelijke Oude bier met een stamboom van hier tot in Timboektoe. Bierman gaat twee maanden op vakantie, parkeert daarbij ook zijn hersenen even naast zich in een bokaal, en neemt even rust van de vraag welke nieuwerwetse brol hij nu weer moet bestellen. En elke dag met meer dan een uur zonneschijn, moge er zo vele volgen, drinkt hij een goed gekoelde Rodenbach. Tot eer en meerdere glorie van het dolce far niente, en ook tegen de dorst natuurlijk. Tot in september.

PS: Rodenbach heeft ook een interessante wedstrijd waarmee je een relaxpakket deluxe kan winnen: www.thinkred.be