La Binchoise Blonde


Omdat Bierman nogal thuis is in Westers Christelijk erfgoed, (naast overigens Bier, Duitse WO2 Tank Prototypes van de Porsche fabrieken en een paar andere onderwerpen die hier weinig ter zake doen) geeft hij met graagte en ongevraagd wat achtergrond bij Carnaval in het algemeen en La Binchoise in het bijzonder.

De Vasten, de traditionele voorbereiding op Pasen begon lang op voorhand met carnaval, een groot feest dat de overvloed en de symbolische omkering van de maatschappelijke orde symboliseerde. Na dit losgeslagen Bachanaal werden de mensen veertig dagen lang verondersteld werden, enkel de zondagen telden niet mee, om geen vlees te eten. Carne Vale betekent letterlijk: afscheid van het Vlees. De kans is niet onbestaande dat het feest teruggaat op een oud Saturnusfeest (een wat duistere hybride Titaan die bevoegd was voor landbouw en onderwereld; In Vlaanderen is dat Kris Peeters) en mogelijk zelfs heel wat oudere adelbrieven heeft. Getuige hiervan het vrij universele gebruik van maskers in zowat alle culturen met een wat meer respectabele stamboom. Vandaag wordt Carnaval nog steeds uitgebreid gevierd, terwijl de scherpe kanten van de Vasten al lang weg gevijld zijn. Het is opvallend dat van de Christelijke kalender vooral de feesten goed stand houden.

Intellectuelen, die bij nacht en ontij, samenkomen om te nippen aan een goed glas wijn en daarbij smaakvol gekozen en meervoudig versleutelde adjectieven naar elkaar werpen die al gestorven zijn nog voor ze het oor bereiken van het keer op keer niet opgedaagde publiek, durven bij gelegenheid wel eens neer te kijken op het eerder volkse karakter van Carnaval en de daaraan gekoppelde consumptie van buitenproportionele hoeveelheden bier. En gelijk hebben ze: er wordt veel te veel gezopen op Carnaval. Daarbij weze evenwel opgemerkt dat de deelnemers aan dit feest van de overvloed nu eenmaal de essentie hiervan uitputten door zich over te geven aan excessief zwelgen en slempen. Niet toevallig overigens werd het eerste tekort aan Orval opgemerkt tijdens het carnaval in Aalst in 2009. We moeten kortom blij zijn en gelukkig met dit soort vrijplaatsen. De laatste dag van de vuil Janetten in Aalst, waar iedereen zat en wenend in elkaars armen in slaap valt is elk jaar opnieuw een moment van pure en eerlijke ontroering. Enkel de veel te goedkope afbeelding van een niet verwerkt Nazi Verleden tijdens de stoet, schraapte dit jaar met een vork over de bodem van de ondragelijke lichtheid van het bestaan. Bierman moest even wegkijken. 

Vooral in de provincie Henegouwen bestaat de traditie, misschien wel om praktische redenen, om iedereen zich in hetzelfde te laten verkleden. Burgemeester, notaris, bakker, schooier en straatwerker zijn allen verkleed als ‘Gilles’ en dragen daarbij hetzelfde masker en kostuum.  De bekendste hiervan zijn de ”Gilles de Binche” een dorp nabij Charleroi dat het tot Unesco Werelderfgoed heeft geschopt omdat de Gilles daar al meer dan 600 jaar uitlopen. In de brouwerij van het dorp, Brasserie La Binchoise brouwen ze sinds enkele jaren een reeks van bieren die expliciet verwijzen naar de Gilles de Binche (Blond, Bruin, Spéciale Noël en Triple).Vooral de Blonde, gebrouwen volgens een recept uit 1836, met 6,2% alcohol (exact evenveel als Orval) en de toevoeging van smakelijke maar eerder subtiele kruiden is een bier dat vlot en vrij geconsumeerd mag worden tijdens een lange koude dag vol feestelijkheden en ongein binnen en buiten. 
Naast heel wat ander biergeweld maken ze in Binche ook een X0 bier dat rijpt op Armagnac vaten en wordt er in de Brasserie heel wat heerlijke biergerechten geserveerd. Allen daarheen dus. Al dan op het volgende Carnaval. 

Voor een meer uitgebreide tekst over Vasten, Carnaval en dagen zonder vlees:
http://dewachtzaal.blogspot.be/2013/02/dagen-zonder-vlees.html 

Ceci n’ est pas une Stout


Iets meer dan een jaar geleden stelde Bierman, zoals het een goede gynaecoloog betaamt,  de wedergeboorte van Stout vast in ons gevorkte en gespleten land. Waar deze biersoort nog nadrukkelijk afwezig mocht zijn in de laatste editie van Michael Jacksons Great Beers of Belgium, vloeit het zwarte goud tegenwoordig als spreekwoordelijk regenwater langs de grijze straten van de Borinage op een anonieme de dag van de arbeid. Met Belgische Stout valt tegenwoordig, schouder aan schouder, een neonverlichte vitrine te vullen met flessen vol belofte en verleiding. En hoewel Stout bijna altijd te zwaar en veel te bitter valt om ons, kwetsbare mensen overeind te houden in lange wakende uren, is het ook eigen aan mensen om het telkens weer te proberen als de belofte wenkt. Memorabele bieren zijn het dan ook, die Stouts. Dingen om nooit meer te vergeten. Bieren die eigenlijk getrokken zouden moeten zijn op genummerde flessen. Of beter nog, elke fles een naam zoals orkanen een naam krijgen om, van zodra ze de kust raken, nooit meer vergeten te worden.

Een van deze nieuwe Stouts op de markt kreeg van de maker, ‘t Hofbrouwerijke uit Beerzel, de wat vreemde naam “Ceci n’est pas une Stout” mee.  En hoewel deze Stout deel uit maakt van een gamma aan “Ceci” bieren, blijft dit een verbazend poëtische naam voor een bier dat niet gebukt zou gaan onder  namen als beton-, voorhamer-, mijnwerkers- of zwartgeblakerde Stout.  De naam verwijst vanzelfsprekend naar een werk werk “La trahison des images” van René Magritte waarop een pijp staat afgebeeld met daaronder de tekst ‘ceci n’ est pas une pipe’.  Bierman veronderstelt dat Magritte gewoon wil zeggen dat zijn schilderij een afbeelding is van een pijp en daarmee niet het beoogde object zelf onbemiddeld aanwezig stelt. Een eenvoudige vaststelling die blijkbaar in het pre-multimediale tijdperk nog tekst en uitleg benodigde. Zou iemand ooit geprobeerd hebben een schilderij van Magritte op te roken?

In alle eerlijkheid blijkt het voor een aantal mensen tegenwoordig nog steeds geen sinecure om de lijn tussen realiteit en afbeelding scherp en recht te trekken. Reclame overtreft vaak genoeg het surrealisme in de creatie van onrealistische verwachtingen en acteurs worden niet zelden aangesproken in hun rollen. Maar de onafgebroken blootstelling van Mensen aan audiovisuele vervuiling heeft bij velen blijkbaar in zekere mate het vermogen aangetast om de Suspension of Disbelief op de laagste stand te zetten. Zou Magritte onbedoeld actueel zijn? Overigens:  hoewel het andere werk van Magritte duidelijk surrealistisch is, is ‘het beeldverraad’ een voorbeeld van extreem realisme, waarbij de argeloze kijker nogal brutaal wordt verzocht om zelfs geen moeite meer te doen het ongeloof op te schorten. Het is toch niet wat er staat, dus wat maakt het nog uit.

Gelukkig zoekt de massa steeds een weg rond obstakels en remmen waarmee artiesten en kunstenaars de vaart der volkeren plachten te stuiten.  In de volksmond verwijst de uitdrukking ‘ceci n’ est pas … ‘ niet meer naar de afbeelding om zo te spelen met de aan- en afwezigheid van het origineel. Het betekent gewoon dat het beoogde lemma een surrealistische karikatuur is van wat het eigenlijk zou moeten zijn. Een ordinaire belediging dus eigenlijk. Laten we wel wezen.  Terwijl bezwaarlijk kan gesteld worden dat Magritte de pijp, of bij uitbreiding alle pijpen ter wereld, wilde beledigen. Even bezwaarlijk kan gesteld worden dan de brouwers van “Ceci n’ est pas une Stout” hun eigen brouwsel wilden beledigen (daarvoor smaakt het veel te goed en hebben ze er veel te veel werk … en ingrediënten in gestoken). “Waarschijnlijk adopteerde ze de uitdrukking als een geuzenaam” zou Bierman kunnen stellen. Maar Geuze en Stout in één zin zetten is dan ook weer iets teveel van het goede, Beerzel is geen Beersel.

Even hypothetisch maar niet onwaarschijnlijk lijkt Bierman de stelling dat de brouwers welliswaar een Stout creëerden, maar de smaak van dit bier afwijkt van wat normaal te verwachten valt van een klassieke stout. Geen afbeelding van een Stout dus of een belediging voor alle Stouten ter wereld, maar een verrassend andere Stout. Zoals een pijp met een dubbel mondstuk of zo. Een beschaafd soort Anarchie dus, in plaats van karikatuur uit de volksmond of het hyperrealisme van het origineel.  En daarmee is Magritte al helemaal aan de horizon verdwenen, behalve dan dat het allemaal wat surrealistisch aandoet.

Blijft over een zeer lekkere, klassieke Stout met eerder weinig alcohol en een uiterst opmerkelijke en aangename zuurte in de afdronk.  Bierman kan wel een paar voorbeelden bedenken van Stouts die verder afwijken van de gangbare interpretatie. De Buffalo Stout bijvoorbeeld. Maar “Ceci n’est pas une Stout” is duidelijk een bier met een eigen smoel. Het zou jammer zijn moest dit bier nooit gebrouwen zijn. Alleen die naam blijft broeien en wringen. Maar misschien is Bierman wel geen Bierman. Al bij al is het ‘t Hofbrouwerijke een typisch voorbeeld van een microbrouwerij met een afgekapt lidwoord, verkleinwoord in de naam en heel veel bieren in het aanbod: Hoftrol, Hofblues, Hofelf, Blondelle, Hofpint, Bosprotter, Hofnar en Hofdraak. En verder nog een paar miljoen bieren in opdracht: Anakriek, Lekske, Taybeery Bier (Taaie Jozef), Lampetier, Bella III, Werkske Licht en Donker, Ribaldus dubbel, Zelfredding, Pompebier, Galjaaaaar, Ploegbaas, Echt Diesters, Mouten kop, Super Balder, het “Ceci” gamma,   enzovoort enzoverder… 

La Corne du Bois des Pendus: Santé sans Pitié


Grote kunstenaars, Herman Brusselmans uitgezonderd, plachten creatieve fases in hun ontwikkeling af te wisselen met langgerekte periodes van verhoogde productiviteit. Blijkens zijn ronduit schamele productiviteit de afgelopen maand,  vormt ook Bierman op deze regel geen uitzondering, hoewel de categorie “grote kunstenaar” bij hem slechts mag gelezen worden als een langgerekte satire. Tot zijn eigen verrassing viel Biermans winterslaap deze keer dieper en hardnekkiger uit dan dat dit op voorhand de bedoeling was.  Soms kruipt de winter diep in de botten en dan blijft er niet veel meer over dan bij de stoof te zitten en weemoedig te verlangen naar het volle leven. Maar niet getreurd, naast vol overtuiging niets doen, heeft Bierman ook een stevig empirisch onderzoek gedaan naar nieuwe en oude Belgische Bieren en met de conclusies van deze uitgelaten drinkgelagen valt vlot een nieuwe creatieve cyclus vol te schrijven.  De wereld ligt aan Biermans voeten. Tijd om de weemoed af te schudden als een oud paardendeken vol mottengaten en weer schouder aan schouder met bierminnend Vlaanderen de gelederen van de Avant-Garde te vervoegen.

Niks zo goed overigens om mee wakker te worden als met wat sterke bittere verhalen. Bierman had deze winter het genoegen om het relatief nieuwe “La Corne du Bois des Pendus” te leren kennen. De Corne (hoorn) verwijst naar de vorm van een dichtbeboste vallei in het uiterste zuidwesten van ons prutsland. Op het einde van de dertigjarige oorlog heeft een Duits huurlingenleger daar ongeveer tweehonderd onschuldige mannen, vrouwen en kinderen terecht gesteld door hen op te hangen aan de bomen van wat sindsdien bekend staat als het “Bois des Pendus”. Niet meteen een verhaal waar bier beter van gaat smaken, maar wel  een dan het waard is om door te blijven vertellen omdat dit soort dingen beter niet vergeten worden.  Het thema is helaas van alle tijden. 

Overigens was, volgens een wat overbodige bijkomende legende,  een van de gehangenen een meesterbrouwer die zijn recept van het beste bier ter wereld ergens in het bos begraven heeft. Ook dat is een mooi verhaal natuurlijk, maar middels massacommunicatie in onze moderne tijden weet iedereen ondertussen dat het beste bier ter wereld Westvleteren is en dat het desbetreffende geheime recept dus waarschijnlijk al lang geleden werd opgegraven door rondtrekkende Benedictijnen van de strikte observantie. 
Veel prettiger evenwel dan opgehangen kinderen en verloren recepten is het feit dat De Corne geschonken wordt in een glazen hoorn. Een vorm van dit opmerkelijke glas verwijst naar de vallei en de manier waarop bier bij de oude Germanen placht gedronken te worden. Maar omdat hoornvormige glazen van nature niet blijven rechtstaan, wordt er vanwege de brouwerij een houten standaard meegeleverd waarin het glas kan rusten tussen de verhalen door. En laat dat laatste nu juist de bron vormen voor een van de grootste problemen in de recente biergeschiedenis.

Want helaas voor de Cornebrouwers, wordt sinds jaar en dag de erg lekkere Pauwel Kwak, van Bosteels in Buggenhout (Karmeliet, Deus) geschonken in een koetsiersglas: een langwerpige fluit met een  bol onderaan. De vorm van dit glas maakt het geschikt om het aan een vaste houder van een koets (en bij uitbreiding zowat alle andere voertuigen) te hangen, zodat de koetsier tussen het drinken door zijn beide handen vrij heeft om alle paardenkrachten in toom te houden. Bierman vermoedt dat in de tijd dat koetsen nog normaal waren, alcohol in het verkeer nog minder sociaal gesanctioneerd werd.
De natuurlijke habitat van het koetsglas is de koets en bij consumptie van dit bier op, een onrustbarend toenemend aantal, plaatsen waar geen koets voorradig is, heeft ook de Kwak, net als de Corne, een houten staander nodig om niet de volledige kostbare inhoud over tafel te zien vloeien bij het gooien van de schoppenboer midden in een spel kleurenwiezen.  Want omdat een koets leveren bij een bier in het algemeen als onpraktisch werd ervaren, waren de brouwers van Kwak wel genoodzaakt om als eersten een houten staketsel te bedenken waarin een glas kan rusten. Iets waarvoor Bierman ze bij deze gelegenheid van harte wil feliciteren.  Helaas startten ze bij Bosteels in een klassieke aanval van overmoed en protectionisme een juridische procedure tegen die van  de Corne wegens plagiaat van (de  wereld is veel te klein voor dit soort onzin)  een stuk hout dat dient om een glas dat niet plat is vanonder niet te laten omvallen. Inmiddels heeft de rechter een uitspraak gedaan ten voordele van de Corne.  

Bierman heeft al heel wat meegemaakt in zijn korte bierleven: middelmatige bieren, slecht vertelde verhalen, schrale marketing, abominabele vormgeving,  platte etiketbieren, zelf bier zonder verhaal en naam, bier dat gewoon bier heet, enzovoort…   Maar het moet echt van het Amerikaanse Bushbier geweest zijn dat onze lokale Bush uit de handel wou dat een brouwerij probeerde een andere brouwerij ervan te weerhouden een goed verhaal te vertellen. Het ging toen overigens om een gelegenheidsbier ter ere van de toenmalige president 'dobbejoeboesj' waarover naar alle verwachtingen de toekomstige geschiedschrijving niet mild zal zijn. Van Amerikanen kan Bierman zoiets nog verwachten, die weten niet beter. Maar: corne, bois, pendues, oude Galliërs en dertigjarige oorlog, … dat klopt toch allemaal? Waarom mag dat dan niet verteld worden? Een brouwer die stokken in de wielen van de concurrerende koets steekt  is een handlanger van de monoculutuur en op het einde staat iedereen hier met lege handen, niet in het minst de man aan de toog.

Overigens zijn er twee brouwerijen in Buggenhout die als enigen ter wereld allebei champagnebier maken. Op de vraag wie hiervan de intellectuele eigenaar is zal wel nooit een antwoord komen. Maar als effectief ook de Deus van Bosteels schaamteloos gekopieerd werd door de concurrentie begrijpt Bierman hun frustratie wel. Toch blijft een objectief economisch feit dat een rijke brede markt voor wie degelijke bieren maakt alleen maar een meerwaarde is. En op dat vlak heeft Bosteels absoluut niets te vrezen.  Deus, Kwak en Karmeliet zijn grote monumenten, die alleen maar extra glans krijgen van variaties op het thema als Malheur of Corne, los van kopie of origineel.

De gewone Corne (5,9%) is een niet bijster originele maar wel heel goed gemaakte variant van een bier op basis van pilsmout met frisse (ja ook citrus) hopsmaken. Dat is de mode en voorlopig is Bierman dit soort trendy bieren nog lang niet beu. Net zoals hij hoopt dat de wintermode met mooie vrouwenlaarzen nog lang mag duren. Alles beter dan de fruitbieren die meer dan een decennium lang als toppunt van innovatie golden.  De Triple Corne (1O%) dan weer heeft als belangrijkste verdienste dat hij even aangenaam is en toch duidelijk verschilt van de gewone variant met een stevige bitterheid en geen toegevoegde suikers of kruiden. Er zijn blonde bieren die Bierman amper kan onderscheiden van hun tripelvariant en hier werd duidelijk moeite gedaan om variatie te brengen. 

Al bij al gaat het om smakelijke en goed vormgegeven bieren die in Bierman het verlangen doen postvatten om ze eens ter plaatse te degusteren, gewoon om eens met eigen ogen te kijken hoe vallei en bos eruit zien. Maar misschien eerst nog een bezoek aan Buggenhout brengen.