Mont Blanc Ambrée (La Rousse)

Volgens de legende, Bierman was er zelf niet bij, is het heldere amberkleurige bier dat wij tegenwoordig kennen ontstaan als antwoord op de Pils, een nieuwerwets Tsjechisch bier dat iets meer dan een eeuw geleden onze contreien dreigde te overspoelen. Dit nieuwerwetse bier was helder en blond met een witte hapklare schuimkraag een een koude gisting die aansloot bij de schenktemperatuur en het dorstlessend vermogen van het bier. Plots zat iedereen aan de Pils en wilde niemand nog de gebruikelijke duffe oude brol drinken, drievoudig platgekookt volgens eeuwenoud recept.  Brouwers die de omschakeling naar dure koelinstallaties niet konden of wilden ophoesten zagen hun omzet kelderen en menig brouwer is in die duistere tijden op zijn knieën midden op de koer van zijn brouwerij gevonden, hevig krijsend, de armen naar de hemel gericht. De Pilsgolf dwong de brouwers die verdronken, scherp te stellen wat ze echt met hun bier wilden aanvangen en vooral troebele bieren bleven tot heel wat decennia later absoluut uit den boze.
Maar waar sterk verbeterde koeltechnieken de massale Pilsproductie mogelijk maken, zorgden vooral sterk verbeterde filtertechnieken voor het behoud van de hoge gisting. Het verwijderen van gist en andere vlokken uit het bier, maakte het voor de brouwers mogelijk om een traditioneel, goed doordrinkbaar, bier van hoge gisting te maken dat er toch helder en sprankelend uitzag. Van deze heldere ambere bieren, naar de mode van toen eerder Engelse dan Duitse stijl, zijn De Koninck en Palm de meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden.  Generaties van vakmanschap hebben van deze twee bieren echte volmondige meesterwerkjes gemaakt. De Koninck is iets strakker van smaak, terwijl de smaak van Palm iets meer uitdeint in verschillende richtingen. 

De verwachtingen van Bierman waren dan niet echt hooggespannen toen hij afgelopen zomer in een obscuur Frans dorpje aan de voet van de Alpen een gruwelijk lelijke fles Mont Blanc Ambrée op de kop tikte. Het bier gaat ook als ‘La Rousse’ door het leven maar heeft eigenlijk helemaal niets te maken met rood bier. Eerdere ervaringen met Franse bieren waren voor Bierman op zijn zachtst gezegd een weinig tegengevallen. Zijn nieuwsgierigheid was evenwel gewekt door het feit dat dit bier de gouden medaille haalde op de World beer Award 2011, hoewel de ervaring leert dat dit soort prijskampen soms wat onscherp durven uitpakken in de laatste rechte lijn. Meer tot de verbeelding sprekend is het feit dat alle Mont Blanc bieren gebrouwen worden met water van Gletsjerijs. Dichter bij puur, helder en eerlijk kan water nu eenmaal niet komen. De Mont Blanc Ambrée bleek dan ook een absoluut topbier te zijn. Op de juiste temperatuur geschonken toont dit bier zich moeiteloos als een een verrassend prikkelende en uitdagende smaaksensatie. Geheel in Franse stijl balanceert dit bier meer op finesse dan op robuustheid, maar de smaak die er is, vormt wel een absolute streling voor de zintuigen. Iets waar het gebruik van gemoute gerst, tarwe en hop zeker niet vreemd aan zal zijn. 

Het is niet de bedoeling van Bierman om vrij en vrolijk vaandelvlucht te plegen, van zodra de gelegenheid zich voordoet. Palm en De Koninck zijn in hun genre natuurlijk nog steeds absolute topbieren, maar deze Franse variant toont wel dat het bij de Vlaamse interpretatie van Pale Ale toch vooral om compacte en gesloten bieren gaat. Amber bier staat in hoofd van heel wat bierliefhebbers al lang niet meer voor opwindend of vernieuwend. Het lijkt alsof ze  vooral worden geconsumeerd door een rustig afkalvend legioen van gewoontedrinkers. Een nieuwe interpretatie van Amber, zoals de makers van de de Mont Blanc Ambrée hebben aangetoond, is misschien meer dan ooit nodig en wenselijk. 

De Mont Blanc Ambrée wordt gebrouwen in de Brasserie Savoyarde in Chambéry, een klein stadje aan de voet van de Franse Alpen. De brouwerij werd opgericht in 1999 en is op korte tijd immens gegroeid. Ze hebben er nog prijswinnend witbier, blond bier en … (ze kunnen het in Frankrijk echt niet laten) … violet bier.



Café de Monk

In tegenstelling tot het algemeen aanvaarde misverstand blijkt niet Antwerpen, maar Brussel het centrum van het land en bij uitbreiding de wereld te vormen. Volgens de Antwerpenaren is hun stad natuurlijk wel groter en mooier en hebben ze in Antwerpen ook meer en betere voetbalploegen (die gewoon tijdelijk even niet hun maximale potentieel halen). Maar jammer genoeg volgt de rest van het land deze denkrichting niet helemaal door tot op het einde. Brussel ligt meer in het midden en dus mag Brussel de baas zijn. 

Overigens weet Bierman niet zeker of ander mensen er ook last van hebben, maar telkens hij weer eens enkele maanden niet in Brussel is geweest dan begint in zijn hoofd vooral de duistere kant van onze Nationale hoofdstad te overheersen. Zijn geestelijk oog ziet een sombere stad, versluierd in smog en communautaire perikelen, dichtgegroeid met Europese instellingen en lelijke betonbouw, lijdend aan typische grootstadkwalen als voorkankerende verkrotting en exuberante huurprijzen, een permanent verkeersinfarct en een Noord-Zuid verbinding die te smal is voor veel te veel overvolle treinen. Brussel is dat stuk land waarlangs de taalgrenzen afschampen, de voorstad van Parijs, de pispaal van London, de … enfin, u snapt het wel. De bange Belg in Biermans brein heeft het soms wat moeilijk om thuis te komen in een wereldstad. U kent het wel, het is weinigen gegeven om er zonder inspanning aan te ontsnappen. 

Edoch, als Bierman dan toch effectief nog eens op bezoek mag komen in Brussel, trekt dat duistere beeld  weer helemaal open als de frisse avondlucht na een zomeronweer. Elk bezoek aan Brussel is voor Bierman toch eerder een blij weerzien dan de gevreesde proverbiale ‘voyage au bout de la nuit’. Herman Brusselmans … ah nee, euh, … Johan Verminnen zong het al: ‘Mijn Brussel ik zit in je binnenzak’ en Rik Torfs vond een paar jaar geleden, toen hij nog politicus was en geen rector, dat politici uit hun isolement moesten kruipen en hun oor vaker te luisteren moesten leggen op plaatsen waar veel volk met een mening komt, in Brussel bijvoorbeeld in café “De Monk”, bakermat van het verlichte denken. Wat enkele kranten op het idee bracht om naar café de Monk te trekken om het volk naar haar mening te vragen. Allemaal erg vermakelijk, vooral omdat de mening van het Volk wel eens wat diepgang of structuur durft te ontbreken.

Vandaar dat ook Bierman afgelopen zomer plichtsgetrouw en vol vreugde en verwachting naar de binnenzak van de hoofdstad trok. Na even voor “De koning drinkt”  te hebben gestaan, het machtige barokke schilderij van Jacob Jordaens in het museum voor schone kunsten, besloot hij om zich wat te mengen onder de lokale bevolking; Meer bepaald het deel van de lokale bevolking dat Café de Monk frequenteert. Prof. Dr. Torfs heeft warempel niet overdreven, zo bleek al meteen bij het binnentreden, toen hij deze biertempel aanprees als kruipunt van kosmopolitische waarden en verheven idealen, die eloquent en bij tijden fijn ironiserend aan de man worden gebracht tussen pot en pint. Monk is een kroeg waar het voorwaar aangenaam toeven is en waar rustieke sfeer en inrichting inderdaad nog gepaard gaan met een erg gevarieerde en smakelijke bier-, kaas-, en charcuteriekaart. Over de ter plaatse gedegusteerde Bersalis Triple en het nieuwe Zinnebir zal Bierman u met veel plezier bij een volgende gelegenheid kond doen. Overigens zijn er in Antwerpen ook een paar parels van biercafé's te vinden, maar die werden voorlopig nog niet  door Rik Torfs persoonlijk aanbevolen. En dat is natuurlijk, laat ons eerlijk zijn, de enige referentie. 


Slaefke: Aughems Fluytjesbier

Wie ooit het genoegen heeft om op het dorpsplein van Zingem te vertoeven (een dorp dat overigens in tegenwoordige tijd geheel van brouwerijen verstoken is) kan een kleine steenworp verder naar het Westen al helemaal verdwalen in eeuwenoude Scheldpolders, zompige meersen en met riet dichtgegroeide kleiputvijvers waar al lang uitgestorven watergevogelte nog welig placht te tieren. Voor mensen uit overontwikkelde gebieden zal de openbaring dat de Schelde niet enkel door De Enige Ware Stad stroomt, maar ook langs dorp en polder meandert wellicht een openbaring zijn. Maar voor de gemiddelde Zingemnaar, deze generatiechristendemocraat met paard en kar, is de breed gedachte Schelde, ondanks de uitvinding van veerpont en later zelfs een indrukwekkende brug die wat vloekt met de lokale waterkiekens,  een grens die het dorp naar binnen keert en opsluit in zichzelf. Gavere, dat vreemde Oostenrijkse bergdorp dat net over de Schelde op de eerste uitloper van de Vlaamse Ardennen ligt, is een dreigende, torenende sprookjesstad waar scherpschietende burgemeesters en halfgare poppenspelers acteren in hun eigen Magisch-Realistisch universum.

Wie evenwel de veilige buik van Zingem dorp verlaat, kan via de steenweg op Kruishoutem zich een weg banen naar het oude karrenspoor dat de steden Gent en Oudenaarde met elkaar verbindt. Helaas zijn de verleidingen onderweg niet gering en menig Zingemnaar werd onderweg reeds verzwolgen zonder ooit nog een spoor achter te laten. Naast twee casino’s en een om mysterieuze redenen op ouderjaarsnacht afgebrande parenclub (Bierman ziet nog steeds de halfnaakte beteuterde en op copulatie beluste Duitsers langs de kant van de steenweg staan) is er in de straat ook een filiaal van een multinationale hamburgerketen die met een machtig lichtbaken de voorbijtrekkende stadsmensen en argeloze autochtonen in haar ingewanden trekt. Wie bovendien het lef zou hebben om iets te ver naar het Noorden af te dwalen kan ter plaatse stok stijf steendood gebliksemd worden door een extreem geval van ontaarde rotondekunst: de Scheldekoningin. Het betreft de tweede laureaat van een kunstwedstrijd (het eerste ontwerp, een visbak, bleek onuitvoerbaar) en stelt een fallus voor met de afmetingen van een kleine kerktoren die licht gebogen en druipend, als een obscene blok beige kunststof het failliet van het huwelijk tussen kunst en democratie bezegelt. Het is een Medusa van de Schelde, deze eenogige, halfopgerichte spuitkop, klaar om het vruchtbare warme zaad op de vette poldergrond te lozen zodat de boeren kunnen oogsten in overvloed. Het is een obsceniteit die koningin en fallus is tegelijkertijd en bijgevolg ook een extreme gepetrifieerde artistieke zelfbevruchting, vlek en baken in het landschap, blikvanger die mensen vol plaatsvervangende schaamte de blik doet afwenden. Maar Bierman dwaalt af.

Want wie er uiteindelijk in slaagt om tussen alle verlokkingen en gevaren te navigeren komt in het ingeslapen gehucht Ouwegem terecht, een onooglijk dorp met een groot hart voor bier.  Tijdens het Pinksterweekend gaat in Ouwegem namelijk niet enkel de jaarlijkse Trappistenloop door, maar worden aldaar ook steeds opnieuw de Fluitjesfeesten gevierd. Volgens de legende zou in de streek tijdens de middeleeuwen de katholieke bedelorde van de Allerheiligste Drie-eenheid actief zijn geweest (de Trinitariërs) om geld in te zamelen voor het vrijkopen van Christelijke slaven uit de handen van de Saracenen (Zou het eigenlijk toeval zijn dat de naam van deze orde net verwijst het belangrijkste theologische verschil tussen Christendom en Islam?). De mare wil dat bij het in stoet terugkeren van de verloste slaven hun komst al fluitend werd aangekondigd.

Vanuit deze erg mooie legende groeide het idee om het Slaefke te brouwen, een ‘Aughems Fluytjesbier’. De verhuisbrouwerij, die Bierman nog kent uit het eerste seizoen van Toernée Générale, stelde het recept op punt, maar tegenwoordig wordt het in wat grotere hoeveelheden gebrouwen in St. Canarus in Gottem. De belangrijkste kenmerken van het bier zijn de ronduit indrukwekkende hoeveelheid informatie op het etiket en de nummering van de opeenvolgende brouwprocessen. Het bier zelf is een wat generieke Tripel van 7,5%, met een dorstlessende bitterheid. Het is een mooi, streekeigen bier dat uitnodigt om met vrienden genuttigd te worden (of voor wie geen vrienden heeft: bij een stuk kaas en een boterham). En wie zich volgend jaar met Pinksteren tussen Gent en Oudenaarde beweegt, schipperend tussen Scylla en Charybdis, kan zich halfweg laven aan dit legendarische bier. Gewoon aan de McDonnalds naar rechts.