Weeral WestVleteren

Na de verplichte winterstop neemt Bierman met veel genoegen het keyboard weer ter hand om zin en onzin over bier bij elkaar te harken. Niet dat hij veel te klagen heeft, tenslotte waren de studenten veel slechter af met een examenreeks die toch altijd voor de nodige spanningen zorgt. Bierman hoopt uit de grond van zijn hart dat het voor iedereen min of meer in orde is gekomen.
Terwijl de rest van de wereld nog wacht op de Krokusvakantie om goedkope pils te gaan hijsen in een Oostenrijkse berghut, hebben de studenten de afgelopen week bij wijze van compensatie al wat vakantie kunnen nemen. Tenzij ze natuurlijk voorbeeldig aan de eerste paragraaf van het eerste hoofdstuk van een of andere thesis, scriptie, paper of case-study hebben gewerkt. Ook voor een student bestaat het leven uit keuzes maken.

In Bierland is de afgelopen maand overigens erg veel in beweging gekomen en op het juiste moment zal Bierman hierover de komende weken nog wel iets intelligents te zeggen hebben. Maar het meest plezante bericht kwam vorige week toch weeral van de allombekende website Ratebier-dot-whatever die erin slaagden om voor de vierde keer de WestVleteren 12 tot beste bier van het universum te kiezen. Het idee is natuurlijk even briljant als eenvoudig. De mens is een gewoontebeest en dus is het niet meer dan logisch om  - in plaats van origneel of creatief te zijn of wat met de tijd mee te gaan – gewoon ieder jaar hetzelfde mytische bier, begeleid door dezelfde selectie van lovende woorden te bespreken. De tijdloze top 100 blijkt niet aan een bepaald medium gebonden te zijn. Het gezwoeg van Bierman om iedere week iets nieuws over bier te bedenken, krijgt er zowaar iets potsierlijks bij en de Westvleteren zelf begint langzaam de Jupiler te worden van de zich beter voelende bierkenner: meer een gewoonte dan een vreugde in het glas.

Zonder twijfel zullen ook de paters van Westvleteren weer met hun ogen gerold hebben toen ze de blijde boodschap vernamen dat het boze oog van de media nog maar eens een jaar langer op hun afgelegen toevluchtsoord zal blijven rusten.  “Van de Biertouristen verlos ons heer” zo luidt al jaren hun gebed, terwijl hun leven van Ora et Labora, gebed en werk, ongevraagd verrijkt wordt met een eindeloze stoet overzeese, biergekke kwistenbiels die hun uitstap naar Flanders Fields combineren met een trappist bij de paterkes. Maar misschien had Bierman deze tekst vorig jaar al geschreven en plaatst hij hem gewoon terug online.

Overigens kreeg Café de Kulminator geheel terecht de titel van beste biercafé ter wereld. Volgens de geruchten heeft het stamcafé van de Objectieve Bierproevers meer dan 800 bieren op fles, wat natuurlijk fantastisch is, maar steeds het gevaar inhoudt dat bepaalde soorten wat minder gedronken worden en dus wat te lang blijven liggen. Zeker voor de stevig gehopte bieren, die best jong gedronken worden, is het geen slecht idee om voor het bestellen even de botteldatum na te vragen. In het beste biercafé ter wereld moet dat kunnen.

Wie het voorrecht geniet in Antwerpen op kot te zitten, te wonen of gewoon te passeren weet dus wat hem te doen staat: alles behalve een Westvleteren gaan drinken in de Kulminator of als het daar vol zit in ’t Waagstuk of het Antwaerps Bierhuizeken natuurlijk.

Grimbergen Winter

De internationale brouwketen Alken Maes, sinds 2008 onderdeel van Heineken, heeft met het merk Grimbergen een ijzersterke reputatie opgebouwd bij de niet op de fles hergiste bieren. De blonde en bruine Grimbergen zijn aangename en pretentieloze doordrinkbieren. Van de kastanjebruine Optimo Bruno herinnert Bierman zich voornamelijk de hartverwarmende afdronk van alcohol en zoete kruiden. Een bier om met enige omzichtigheid te behandelen. Voor de volledigheid voegt Bierman er graag aan toe dat de Grimbergen Tripel en Grimbergen Goud wel hergist worden op fles.

De nieuwste telg in deze gezellige familie kwam vorig jaar op de markt en luistert naar de naam Grimbergen Winter. Dit bier wordt om voor de hand liggende redenen enkel in het najaar gebrouwen omdat een winterbier in de zomer nu eenmaal redelijk stom zou zijn. Volgens de collega’s van Bierpassie zijn de brouwers van Grimbergen Winter eerder terughoudend geweest met de gebruikelijke zoete toets die terug te vinden is in zoveel klassieke winterbieren. Het is een uitspraak die Bierman doet vermoeden dat de eerste generatie van dit bier anders smaakte dan deze versie van 2013 (of dat de mensen van Bierpassie de Grimbergen Winter als laatste proefden in een lange reeks en op het einde misschien wat scherpte verloren waren in zintuigen en oordeelsvermogen). Het bier dat Bierman in het glas kreeg deed namelijk onmiddellijk denken aan de typische zachte donkerblonde suikertoets van tafelbier. Op het etiket staat naast zoet en karamel ook de smaak van ‘zeste’ opgelijst, wat volgens het alwetende internet de dun gesneden buitenschil van een citroen is, maar het bier rook en smaakte toch vooral als een hommage aan klassiek tafelbier met een wat stevigere body en een groter, maar nog steeds heel redelijk, alcoholpercentage van 6,5%. Ook van de kruidigheid van dit bier die hier en daar beschreven wordt heeft Bierman weinig kunnen terugvinden. Dus ofwel is de rest van de wereld fout, ofwel zit Bierman ernaast (maar dat laatste zou natuurlijk heel onwaarschijnlijk zijn).  

Teneinde het winterbestendige karakter van de Grimbergen Winter proefondervindelijk vast te stellen, heeft Bierman dit bier overigens geproefd op een mooie heldere vriesnacht buiten op zijn terras (in Marcelleke, maar wel met zijn nieuw paar beste sloeffen aan). Naast de legende van de Fenix die ondertussen al meer dan genoeg uit haar as verrezen is, herbergt Grimbergen is natuurlijk ook onze wereldberoemde Volkssterrenwacht en dus groette Bierman bij deze gelegenheid even de Grote Beer (Big Beer in het Engels weet u wel) en Janneke Maan terwijl hij een eerste en meteen ook een tweede stevige slok nam.  Het bier hield moeiteloos stand tegen de vrieskou en gaf zelfs wat troost bij de anonieme gloed van het sterrenlicht waarin de atomen van ons lichaam en heel het onverschillige universum gemaakt zijn. Op zo een moment doen zoet of kruiden er eigenlijk niet meer toe. 

Interbrew en de laffe moord op Safir Pils

In alle eerlijke moet Bierman toegeven dat hij zich vanmorgen even verslikte in zijn koffie bij het lezen van zijn ochtendkrant. De armoede in België en de kloof tussen de hoogste en laagste inkomens blijft toenemen. Het moet van het eind van de 19e eeuw geleden zijn dat zelfs het hebben van werk geen garantie meer vormt om aan armoede te ontsnappen. In sommige Westerse landen wordt het opleggen van een betaalbare zorgverzekering of het hebben een lidkaart van de vakbond al aanzien als een vorm van extreem communisme die onherroepelijk leidt tot kapitaalvlucht en het failliet van de staat. De angst regeert en politici staan er  machteloos en hopeloos verdeeld bij. Religie is al langs niet meer nodig om de Apocalyps te prediken, wat toch wel een gemiste kans is omdat een bankencrisis is toch een pak saaier dan het vertrouwde Magisch Realistisch Kosmisch schouwspel en bovendien maakt de wereldse variant veel meer slachtoffers. In tegenstelling tot wat onze zorgvuldig opgebouwde welvaartstaat doet vermoeden, heeft het kapitalisme blijkbaar geen ingebouwd ethisch vermogen om de eenvoudige reden dat er altijd wel een persoon of instelling is die bereid is om verder te gaan dan de concurrentie, in de hoop dat een ander met de miserie blijft zitten.

Wat verder in de krant, meer een voetnoot eigenlijk, las Bierman ook dat brouwerij Stella Artois (inmiddels nog een paar keer van naam veranderd maar dat kan Bierman eigenlijk geen hol schelen) beslist heeft om het de Safir Pils van brouwerij De Gheest, sinds 1934 op de markt, niet meer te brouwen. Terecht natuurlijk. Tijdens de periode van de consolidatie van de biermarkt in de jaren 70 en 80 werd zowat de helft van het brouwend patrimonium opgeruimd. Ook de achterlijke Aalsterse miskleun van De Gheest werd toen afgebroken, maar de Safir Pils mocht tot vorige week uit een gelukkige mengeling van eerlijke schaamte en zuiver winstbejag blijven bestaan. De grote familiebrouwerijen zijn inmiddels gestopt met dit soort blinde afrekeningen met de buren, maar bij gebrek aan ingebouwd ethisch vermogen is er natuurlijk altijd een persoon of instelling die bereid is om verder te gaan dan de concurrentie. En dus steekt de multinationale brouwfabriek, meer uit gewoonte dan iets anders, de dubbele middenvinger op naar flutmerk Safir Pils dat veel te weinig gedronken wordt om een bestuursvergadering te overleven. Het merkt sterft en mag vanaf heden in het collectief geheugen van biermensen bij de verliezers gerekend worden.

“Hoerenkotpils” werd Safir bij gelegenheid wel eens genoemd door mensen met een groter poëtisch vermogen en een kleiner bierhart dan Bierman. Een nomenclatuur die gezien de zeer volle en aangenaam bittere smaak van dit roemruchte bier volstrekt onjuist is, maar veel zegt over het kwijnende bestaan dat de Safir de laatste jaren leidde. Het is ontegensprekelijk waar dat de vette aura van verschenen luxe die bij Bar Daddy’s Hobby op de Grote Steenweg naar Aalst hoort, aan de Safir Pils (zaliger gedachtenis) is blijven plakken. Het is de schijn van stoffige plastic bloemen, het is de doffe gloed van gekleurd blauw glas dat mogelijk een Safier zou kunnen zijn en het is de vergeelde glorie van koersoverwinningen in de late jaren 70. Maar voor Bierman is het vooral allemaal veel eerlijker en oprechter dan heel wat beter vermarkte soortgenoten.
Zo maakt brouwerij Stella Inbev whatever bijvoorbeeld een bier dat mogelijk abdijbier zou kunnen zijn, maar waarvan de navelstreng al lang geleden werd afgesneden en laat het net dit soort onverankerde bieren zijn die Bierman altijd meer doen denken aan de vetplekken op zijn glas dan aan de inhoud ervan. Dan liever het droevige verhaal van de lafhartig vermoorde Safir.
Bieren sterven in een voetnoot, terwijl de wereld zich laaft aan totale Jupilerborst van de enige multinationale moederbrouwerij. Vanaf heden nu ook verkrijgbaar in volstrekt waanzinnige magnum flessen. Wat een rijkdom.