Broeder Jacob Brut Rosé

Zoals zowat alle bierverhalen uit de recente biergeschiedenis begint ook dit van brouwerij Broeder Jacob met: “er waren eens twee vrienden die een passie voor bier deelden en besloten te beginnen brouwen”. Het zijn natuurlijk de beste verhalen, zo denkt Bierman dan bij zichzelf, want zonder passie komt er alleen maar steriel bier in het glas. In het geval van Broeder Jacob resulteerde de gezamenlijke passie alvast in een grappige merknaam met een vette knipoog naar alle bestaande abdij-, klooster-, pater- en ander bier dat verwijst naar bestaand en onbestaand religieus erfgoed in de lage landen. Op de site van de brouwvrienden staat een prettig gestoord filmpje van brouwende broeders in habijt, alsmede een zelfgemaakte eeuwenoude legende over de titelgevende broeder.

Jammer genoeg had Bierman niet het genoegen om de Double Espresso, de Double Port 9° of het nieuwe Beiaardbier van de brouwerij uit te proberen. Het lijkt alvast om uitdagende bieren te gaan die af en toe ook een prijs winnen op één van de vele bierwedstrijden die de wereld rijk is en Bierman heeft een zwak voor donkere bieren en koffiesmaken.
Wel in de fles en in het glas was de Brut Rosé (Sparkling Belgian Fruit Beer – Limited Edition – 6,5%) die gebrouwen wordt met een uiterst uitdagende gemengde gisting waaraan vervolgens ‘cherries’ worden toegevoegd. Cherrie kan in het engels overigens zowel ‘kriek’ als ‘kers’ kan betekenen en een vertaling was helaas niet voorhanden. Maar Kriek lijkt het meest voor de hand liggende te zijn. Het bier hergist verder nog op de fles. Het geheel maakt van de Brut Rosé op het eerste zicht een klassieke Oude Kriek, maar dan met gerstemout en zonder ongemoute tarwe en de gebruikelijke overjaarse hop. Dat laatste is overigens maar een gok want informatie hierover is eerder schaars.

Omdat de kwaliteit van nieuwe bieren vaak erg hoog is, was Bierman bij het drinken van de Brut Rosé een weinig teleurgesteld. De kenmerkende zuurte van de spontane gisting bleek  eigenlijk nauwelijks terug te vinden in het glas en ook de verwachtte toets van krieken/kersen bleef nadrukkelijk uit. Dominant waren vooral mout en gist en dat is bij dit soort bieren niet echt een meerwaarde. Overigens kan dit laatste wel kan veroorzaakt worden door het feit dat de fles reeds een jaar oud was. Iets wat bij Oude Kriek doorgaans wordt afgeraden. Maar eigenlijk zou dit niet zoveel verschil mogen maken. Het bier toont verder nog een zacht roze troebele kleur.


De gedrevenheid van de brouwers, de originaliteit van de recepten en variatie van het aanbod maakt dat Bierman graag bij een andere gelegenheid een tweede kans geeft aan de Wezemaalse bieren van Broeder Jacob. Maar de Brut Rosé weegt veel te licht om stand te houden in het volle biergeweld dat nu over België waait. www.broederjacob.com/

Martin’s IPA: Triple Hop Flower

Bierman heeft het altijd een wat ironische en wrede speling van het lot gevonden, dat heel wat populaire bieren van hoge gisting een goede eeuw geleden vrijwel allemaal ingevoerd werden uit het buitenland. Locale bieren haalden in deze vooroorlogse tijden meestal niet de kwaliteit, noch het volume om een noemenswaardige deuk te slaan in de dorst van de lokale vastgeroeste bierliefhebber. Vooral drankslijter John Martin, van de gelijknamige brouwerij, leerde de Belgen import drinken, waarna de Belgen dus - het verhaal is gekend - deze taak langzaam maar zeer zegezeker overnamen. Het typeert de bij tijden wat zelfingenomen nationale markt van altijd maar nieuwe speciaalbieren die de wereld moeten veroveren, dat de enorme kwetsbaarheid van onze brouwmachine diep begraven ligt onder een onafgebroken stroom aan goed nieuws en zegepraal. Bierman werkt natuurlijk zelf graag en gedreven mee aan de nationale brouwmythologie en zal tegen iedereen die het wil horen zonder een spier te vertrekken staande houden dat kinderen in onze streken geboren worden met de smaak van mout en gist in hun mond, dat de kunst van het brouwen ons genetisch wordt overgedragen en dat elke Belg vanop 7,45 meter afstand het verschil kan ruiken tussen goed en slecht bier. En zoals bij elke goede mythologie wil Bierman er gerust een halfgare brouwgod bij sleuren en een nieuwe ontstaansmythe creëren. Maar dit soort verhalen moeten meestal niet letterlijk genomen worden – daar komt miserie van.

Edoch, mythes en hoogmoed ten spijt, blijft toch het onweerlegbare feit dat het importeren van buitenlands bier vandaag de dag een wat mindere commerciële strategie mag heten en dus maakt brouwerij Martin’s tegenwoordig ook wat prettig drinkbare brouwsels. Eén van deze bieren is gebaseerd op een oud IPA recept dat John nog in de schuif had liggen. Voor wie het nog niet weet: de Indian Pale Ale is bier dat speciaal werd gebrouwen met extra hop voor schepen op de lange omvaart om langer te bewaren. De recente trend maar meer gehopte brouwsels bracht een aantal smoelentrekkende bittere galextracten voort die toch meer thuis in de wat minder evenwichtige Amerikaanse stijl. Maar tegelijk deed deze trend ook een aantal erg mooie IPA’s herleven uit de lang vervlogen tijden van de VOC.

Toppunt van hoppig evenwicht, noem het gerust de referentie, is de Orval natuurlijk en het moet gezegd dat de drievoudig gehopte interpretatie van Martin’s hier aardig dicht bij in de buurt komt. Het bier geeft, zeker in de eerste slokken naast wat sprankelende bitterheid ook heel wat andere smaken vrij en is zelfs voor wie weinig heeft met hop toch een interessante en complexe ontdekking. De Engelsen die de Belgen leerden drinken, brouwen nu zelf een prachtig bier in Belgische stijl. De cirkel is rond en daar kan Bierman alleen maar blij mee zijn.

Houppe

Een van de belangrijkste kenmerken van een aangeboren bierpassie, zoals Bierman die deelt met heel wat mensen, is het verlangen om steeds nieuwe merken en smaken te ontdekken. Het betreden van een ongerepte kabberdoes, taverne, staminé, café of andere afspanning gaat bijna reflexmatig gepaard met een greep naar de kaart en de vraag of er iets op staat dat Bierman nog niet eerder mocht drinken. Het meest gevraagde bier heet “What’s new?” zo luidt de boutade en bierliefhebbers wereldwijd lijden vrijwel allemaal aan een milde vorm van bierkoorts wanneer ze nieuwe oorden ontginnen.
Bierman kan zich een tijd herinneren waarin deze bierkoorts vrijwel steeds uitmondde in een milde teleurstelling, voor zover dit woord gepast is, bij een bierkaart die enkel Trappist, Duvel, Palm en Hoegaerden oplijstte, al dan niet in combinatie met een lokale specialiteit. Maar de laatste jaren spelen zowel brouwers als schenkers in op de immer aanwezige bierkoorts door een veelvoud aan specialiteiten aan te bieden en ook nieuwgeboren telken alle kansen te bieden.

Houppe, bière de Namur, (blond, 7,5%) is een mooi voorbeeld van een nieuw, klein en uiterst aantrekkelijk bier dat het goed doet op de drankkaart van menig etablissement. Dit bruisende bier werd, ondernemend en vol goesting, ontwikkeld door een groep van vrienden, om dit vervolgens met een oranje-zwarte bestelwagen doorheen het land aan de man te brengen. Het bier is – naar de mode van de tijd – evenwichtig en subtiel gehopt, waarbij de makers gelukkig de verleiding weerstonden om in de citrahop valkuil te trappen. Het is een van bieren die het volmaakte antwoord kan geven op een nieuwe opstoot van bierkoorts.

Op de fles van de Houppe staat overigens de subtiele vermelding “Berwette and bottled in Belgium”, wat zonder twijfel een grappige knipoog is naar “La Berwette” van  Brasserie Saint-Monon te Ambly. Tenzij het een schrijffout is natuurlijk. Bierman heeft net iets te weinig kennis van de amicale relaties tussen verschillende microbrouwerijen en brouwende brasseries in Wallonië, maar het zou hem weinig verbazen mochten er vele en bij momenten hartelijke lijnen door elkaar lopen. Alleen in ons bierland kan het drinken van een nieuw bier het gevoel oproepen van thuiskomen bij vrienden.


Rest Bierman nog, hooggeachte lezer, de oprechte hoop uit te spreken dat het volgende bezoek aan een drankgelegenheid een nieuwe mooie ontdekking oplevert. Aarzel in dat geval vooral niet om het aan al uw vrienden te vertellen.