Duits & Lauret

Wij Belgen geloven graag dat het onderwater zetten van de ijzervlakte om den Duits tegen te houden in 1914 een geniale inval van het moment was van een paar hoogbegaafde sluiswachters. Zeker is dat Hendrik Geeraerts en Karel Cogge aan de basis lagen van de meest succesvolle militaire inundatie uit de geschiedenis en dat wie vandaag op een windstille dag langs het jaagpad van den IJzer loopt nog altijd de Duitsers kan horen knarsetanden in hun doorweekte bottinen. Anderzijds bestond de strategie van inundatie al veel langer. De Hollandse geuzen hadden er bijvoorbeeld in de 16e eeuw al succesvol de Spanjaarden mee buiten gehouden.
Sinds halfweg de 19e eeuw was ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie operationeel. Op deze linie konden de Hollanders middels een ingenieuze combinatie van sluizen en forten over een lengte van 85 kilometer een gebied van enkele kilometers breed blank zetten. In totaal gaat het om 50 forten die elk een uniek ontwerp kregen naar gelang hun ligging en het gebruik waarvoor ze bestemd waren. De meeste van deze forten en sluizen liggen tot op vandaag nog in het landschap verscholen, maar hun militaire nut is volledig verdwenen na de uitvinden van dingen als vliegtuigen, raketten en ander oorlogstuig dat geen last heeft van een halve meter brak water. In afwachting van een plaats op het Unesco Werelderfgoed worden de forten goed onderhouden en voor de meest uiteenlopende activiteiten gebruikt.

Het fort van Everdingen is een van de meest zuidelijk van deze forten. Het is een bijzonder mooi en goed onderhouden militair gebouw dat tot enkele jaren geleden nog in gebruik was als munitieopslagplaats. Bommen en granaten hebben natuurlijk niets met bier te maken, ware het niet dat tot Biermans grote vreugde, dit fort sinds 2015 dienstdoet als brouw- en gelagzaal van de Fortenbrouwerij Duits & Lauret.
Duits & Lauret begon in 2009 als een zeer kleinschalige onderneming. Voor ze het fort van Everdingen konden betrekken werd nog regelmatig de hulp van de proefbrouwerij in Lochristi ingeroepen om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen. Toen Bierman evenwel afgelopen zomer het genoegen had om zowel het bier als de brouwers te leren kennen, bleken opmerkelijk genoeg de bieren van deze jonge brouwerij reeds zeer goed op punt te staan. Het zijn stuk voor stuk foutloze en prettig drinkende bieren die eerlijk, ongefilterd en ongepasteuriseerd in het glas komen. Pronkstukken van de brouwerij vormen de twee zeer degelijke varianten van Stout in het aanbod. Net als de stevig doorgehopte Blond, liggen deze bieren wel helemaal in de lijn van wat zowat elke andere brouwerij boven de Moerdijk tegenwoordig in de aanbieding heeft. Soms bekruipt Bierman het gevoel dat de explosie van micro- en craftbrouwers bij onze noorderburen tot een heel breed aanbod van variaties op steeds maar hetzelfde heeft geleid. Meer originelere bieren in het aanbod zijn voor Bierman toch eerder de Extra Blond en het opmerkelijke de Bière de Garde Brune die beiden ook dezelfde hoge kwaliteit halen.

Voor wie dus nog iets van Holland wil ontdekken voor het door de stijgende zeespiegel onbedoeld en permanent geïnundeerd wordt is bezoek aan het fort van Everdingen een mooie aanrader. Eventueel kan u bij het bestormen van het fort eventueel nog roepen: In naam van Oranje, doe open die poort'. De inboorlingen zullen het u gaarne in dank afnemen.




Herkenrode

Ergens diep in Limburg, een provincie van ons land die bij sommige Vlamingen nog minder verwachtingen oproept dan pakweg de Condroz of Famenne, ligt de steenoude abdijsite van Herkenrode. Een groot deel van de hoofgebouwen van dit complex, waaronder de kerk, hebben de tand des tijds – meer bepaald de maalkiezen van de Franse Revolutie - niet heelhuids doorstaan, maar wat er overblijft is nog steeds erg indrukwekkend. Bovendien zorgde een recente zeer grondige restauratie van de belangrijkste gebouwen voor nieuw leven op de site. Het bijhorende interactieve en nieuw ingerichte museum brengt de enorm rijke geschiedenis van de abdij opnieuw tot leven en nodigt uit om enkele uren te vertoeven. Enkel een lelijke installatie van hedendaagse kunst op de plaats van de oude abdijkerk vloekt als een tang op een proverbiaal varken, maar tussen Bierman en hedendaagse kunst zal het wel nooit iets worden. Maar al bij als is de abdijsite van Herkenrode een bezoek meer dan waard. 

Iets anders is natuurlijk het feit dat tegenwoordig ongeveer elke plaats te lande waar progressieve krachten vergeten zijn om twee stenen af te breken, een speciaal hieraan toegewijd bier wordt gebrouwen. Alles kortom met meer historische waarde dan fameuze ‘de halve steen van Zemst’ of de ‘Menhir van Neerwinden’ beschikt over een speciaal hieraan toegewijd bier. Bierman kijkt dan ook met enige ongerustheid uit naar de dag dat een lokale brouwer zo zot is om Halvesteenbier te brouwen, waardoor het allerlaatste artefact in dit genre zal opgebruikt zijn en de biernomenclatuur noodgedwongen moet uitwijken naar dingen als pakweg kleine huisdieren of grote emoties.

Dit alles maar om te zeggen dat ook Herkenrode sinds 2009 een gelijknamig bier heeft gebaard. Omdat het bovendien om een abdijsite gaat werd het bier recent ook erkend als Belgisch Abdijbier. Het bier komt in twee varianten. Herkenrode Tripel is een klassiek abdijbier van 7 procent alcohol dat het om voor de hand liggende redenen goed doet op terrassen van pakweg een gerenoveerde abdijsite. Volgens de legende moest het bier de stoerheid van de graven van Loon, de elegantie van de abdissen van Herkenrode en de aroma's van de kruidentuin bezitten. Het is uiteindelijk gewoon een goed en veilig abdijbier geworden en dat is toch ook al heel wat. Ook de Herkenrode Bruin is een bier dat niet de extremen opzoekt. Het bruin neigt naar amber, alcohol en body neigen naar pils en ook de hopgift is subtiel genoeg om niet alle smaken te overheersen. Het bier wordt ook gefilterd. Beide bieren worden gebrouwen bij de zeer vakbekwame familiebrouwerij Cornelissen (vroeger Sint – Jozef) in Oppiter en vormen inderdaad wel een mooie bijdrage aan de rijke brouwtraditie in ons land. Gezien de band met de abdijsite zal de relevantie van de bieren wel redelijk lokaal blijven, maar voor wie toevallig in de buurt is kunnen ze een mooie ontdekking zijn.



Lupulus

Op de site van brouwerij Les 3 Fourquets (In het Algemeen Beschaafd Nederlands wordt dat de drie kookketels) leest Bierman een zeldzaam stukje pure poëzie: “De brouwerij is opgericht in de schoot van een fantastische 18e-eeuwse hoeve, neergelegd in een juwelenkistje vol groen naast een beekje met puur en fris water.” Wat Bierman zich precies moet voorstellen bij een juwelenkistje vol groen is ietwat onduidelijk, maar onweerstaanbaar groeit bij het lezen van deze verzen, bij hem wel het verlangen om zich op desbetreffende plek te komen verpozen en zelfs desgewenst definitief te vestigen met de vrouw van zijn leven (zo die zich ook in de nabijheid zou ophouden), drie kinderen en eventueel ook een dikke kat die Fred heet.

Eenvoudige navraag leert dat de brouwerij van de drie kookketels ergens diep in de Ardennen ligt, tussen Vielsalm en Houffalize en dat deze streek zowat het hele jaar door een oase van rust en stilte vormt temidden van de valstrikken en schietgeweren van het jachtige leven van elke dag. In 2007 kregen de brouwers van Les 3 Fourquets het zalige idee om Lupulus te creëren (of misschien kregen ze het idee al eerder, maar hebben ze het eerst wat laten liggen bij het beekje tot het volledig klaar was om uitgevoerd te worden). Deze Lupulus zou een nieuw bier worden dat enkel in champagneflessen en op vat te verkrijgen zou zijn en dat zou smaken als een juwelenkist vol groen naast een beekje met puur en fris water. Helaas staat dit laatste staat op de site van de brouwerij dan weer in erg droge en ronduit teleurstellende bewoordingen opgelijst: “De wil van de brouwers was om een bier te bedenken en dit te brouwen door de tradities nauwgezet te respecteren maar desalniettemin voorzien van een nieuw en uniek geur- en smaakpalet en dit in een moderne installatie.” U merkt, beste lezer, van juwelenkisten is even geen sprake meer.

Geen nood evenwel, het bier dat uiteindelijk uit deze unieke smeltkroes van proza en poëzie ontstond is een troebel, maar heel mooi lichtblond bier met een overvloedige kraakwitte schuimkraag. Het stevige alcoholpercentage van 8,5 % wordt bekomen door een hergisting in de fles, maar domineert niet de smaak. Wat wel domineert is vreemd genoeg (hier gaan we weer) het beeld van een wolf die midden in een juwelenkistje vol groen rustig staat te drinken aan een beekje vol puur en fris water; waarmee Bierman wil aanduiden dat de Lupulus een zeer zacht bier is geworden dat enorm veel bloemen- en fruitaroma’s en geuren toont. Dat is niet meteen een bier dat Bierman graag drinkt, maar in het genre van de complexe bieren is het wel een van de betere versies die hij zich voor de geest kan halen. 
Bij Bierman is alvast de hoop ontstaan dat hij zich op een warme zomerdag, met een frisse – vers uitgeschonken - Lupulus in de hand mag neervlijen aan het eerder vermelde beekje, maar het mag ook gewoon de Grote Struisbeek in Aartselaar zijn, om dan bij de eerste slok te beseffen dat er voor die dag en dat uur geen ander bier meer in de wereld moet bestaan.


Van de andere varianten van de Lupulus (het zijn er voorlopig vijf) is vooral de Lupulus Hibernatus een topbier waarover Bierman het graag bij een andere gelegenheid zal hebben.