De wereld na Michael Jackson

 Bierman is een man van de wereld en bijgevolg is hij er zich van bewust dat in die wereld voor sommige mensen nog andere dingen bestaan dan bier. Politiek bijvoorbeeld, wat cafépraat is zonder de bijhorende maatschappelijk relevantie. Of Cultuur hoewel iedereen weet dat dit begrip uiteindelijk voltooid werd door De Koning Drinkt van Jacob Jordaens. Alle hedendaagse cultuuruitingen mogen volgens Bierman gerust als een voetnoot bij dit schilderij worden beschouwd. En dan is er nog Muziek natuurlijk, wat voor de leken nog het best te omschrijven valt als een soort Netflix zonder beeld. Mensen die muziek maken heten muzikanten in het algemeen en in minstens één specifiek geval ook Michael Jackson in het bijzonder en laat daar nu net het kalf gebonden liggen.

 Het is bijzonder jammer dat Michael Jackson (1958 – 2009) de King of Pop en de zanger met instortende neusvleugels dezelfde naam draagt als Michael Jackson (1942 - 2007) de Beerhunter en redder van Belgisch bier. De eerste staat in de bierwereld namelijk voor wat grensoverschrijdend tasten naar het kruis en gênante maanpassen, de tweede is een halfgod en de auteur van twee imponerende bierbijbels: The World Guide to Beer en het latere The Great Beers of Belgium.

De inhoud van deze twee revolutionaire boeken valt goed samen te vatten in drie korte ideeën:

1.      Het is mogelijk om alle bieren onder te verdelen in categorieën, ook wel soorten genaamd.
2.      Heel de wereld drinkt Pils of Guinness (Stout). Alle andere biersoorten komen uit België
3.      Een bier is goed omdat het bestaat. Over smaak valt niet te twisten.

Het is de grote verdienste van Jackson dat hij Belgische bier op de kaart zette in de wereld. Tot diep in de jaren negentig zou Belgisch bier goed zijn omdat het Belgisch was. Helaas zou door de enorme impact van zijn boeken in één beweging ook alle verdere kritische bierjournalistiek overbodig worden. De rol van een bierjournalist bestond er in die tijd in om geliefd te blijven in de kleine gemeenschap van brouwers en bieraffectionados en in eindeloze variaties uit te leggen waarom een bepaald bier alweer fenomenaal goed is.

 Pas met de intrede van de sociale media en de opkomst van de craftbieren wereldwijd ontstond er ruimte voor wat meer kritische stemmen. Maar in tegenstelling tot film-, boeken-, games- of zowat alle andere vormen van kritiek, zijn negatieve meningen van recensenten over een specifiek bier nog steeds erg zeldzaam. Zelf aarzelt Bierman overigens totaal niet om pakweg Kasteel Rouge of Hertog Jan Primator brol te noemen. Dat is inderdaad subjectief, maar aangezien Bierman voorzitter is van zijn eigen subject vormt dat voor hem geen belemmering. Integendeel: het zal ongetwijfeld anderen helpen om tot de waarheid te komen. De wereld na Michael Jackson zaliger gedachtenis ziet er alvast helemaal anders uit.

Overigens kent de tweede aflevering van de bekende TV-documentaire Willy’s en Marjetten een gastoptreden van Michael Jackson. Verkeerdelijk wordt ervan uitgegaan dat het hier om de bekende zanger gaat. De zwarte pruik en het gebruik van langspeelplaten als kledij zouden de minder aandachtige kijker inderdaad op het verkeerde been kunnen zetten. Maar de King of Pop zou natuurlijk nooit bier gedronken hebben, terwijl deze versie vlijtig en vrolijk een paar flessen Orval achterover slaat en dus kan de conclusie niet anders zijn dan dat het hier om niemand minder dan de Beerhunter zelf gaat. Orval is natuurlijk het beste bier ter wereld. Ook dat is subjectief. Of om het met de woorden van Michael Jackson zelf te zeggen: “It don’t matter if you’re black or white, als’t maar te zuipen is drink ik het op jong”. Of nog: “Dat we zo nog lang meugen meugen  en nog goed kunnen kunnen, zoals ze dat in Neverevereverland zeggen”.

Craft

 

“Bierman”, zo klonk vorige week een schuchtere stem over Biermans schouder terwijl hij aan zijn vaste tafel in café de Vettige Swa zat. Het was voor Bierman het signaal om nog een laatste grote slok te nemen van zijn Straffe Hendrik Quadruppel en terwijl hij zijn glas met een nonchalant gebaar terug op de tafel plaatste, keek hij de onverlaat die het waagde hem aan te spreken aan met een blik waaruit een zorgvuldig afgewogen mengeling van ernst en deemoed sprak. Het weze in deze context opgemerkt dat de kern van Biermans aura van schier totale alwetendheid erin bestaat dat hij zich onder geen beding verrast toont, hoe onverwacht de vraag ook mogen zijn. Zijn voorbereidende slok bier en aansluitende blik paste dan ook in een uitgekiende strategie om zich heimelijk mentaal schrap te zetten op wat komen zou. “Bierman”, zo sprak de stem, “Craft, wat is dat eigenlijk en ook: waarom kijkt ge zo scheef naar mij, gaat het wel goed met u?”

Verrast knipperde Bierman met zijn ogen: “Craft?, hoezo, Kraftwerk? Autobahn? of bedoel je die multinationale onderneming die ketchup en mayonaise maakt?” Deze keer was het aan Biermans gesprekspartner om verward te kijken (met een hint van paniek in het rechterooglid). Het gesprek dat hieruit volgde verliep nog heel de avond erg stroef.

 Maar niet getreurd. Inmiddels heeft Bierman zich helemaal ingewerkt in de materie en tot nut en vermaak van het gemeen wil hij met graagte zijn bevindingen even samenvatten. Craft, zo blijkt, laat zich het best vertalen als ambacht. Niet het licht incestueuze ambacht van de gezellen en meesters van weleer die onze gilden bevolkten, maar wel de romantische reanimatie van dit idee nadat de laatste ambachtsvrouw (bier maken was een vrouwenberoep) al lang gestorven was. Kortom Craft verwijst naar een onheilig huwelijk van romantiek en amateurisme. Het gaat om mensen die zelf bier willen maken en zich daarbij niet laten tegenhouden door details als het feit dat ze geen brouwerij hebben, geen volk kennen dat hun bier effectief wil drinken en er eigenlijk ook al genoeg anderen zijn die dat allemaal al heel lang veel beter doen. Brouwerijen bijvoorbeeld.

In België bestaat Craft amper omdat er genoeg goed bier op de markt is en de lokale heemkundige kring het monopolie op het woord ambacht heeft verworven. Wie hier zelf gaat prutsen in de keuken eindigt doorgaans met veel te veel middelmatig bier en een zeurend schaamtegevoel dat slechts traag slijt met de jaren.  In het buitenland daarentegen, waar pils de norm is, vormt zelfs de wisselende kwaliteit die hobbybrouwers opleveren een verademing tegenover decennia van bierverloedering. Helaas hebben buitenlandse zelfbrouwers de nijging om te overcompenseren door alles te bitter, te zwart of (recent) te zuur te maken. Het is dan ook correcter – zij het een weinig boosaardig - om over Witchcraft-bier te spreken waarbij het toverwoord “Craft” de magische stopverf is waarmee fouten in het bier worden gladgestreken. Overigens valt ook Witchcraft vandaag de dag met wat goede wil te definiëren als een mengeling van ambacht en romantiek.

Af en toe overkomt het Bierman dat hem een schuimend glas craftbier voorgezet wordt door een enthousiaste acoliet van Craft, wat hij doorgaans met plezier opdringt, net zoals hij bijvoorbeeld ook met graagte naar Harry Potter kijkt. Maar om nu zelf te gaan vliegen op een bezem…

White Supremacy

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de titel van deze Bierman verwijst niet naar de biersmoelen en beulskoppen die vandaag met gestrekte muisarm hun haatberichten verzenden, in een wat genante poging om de mythe van hun voortreffelijkheid in stand te houden terwijl iedereen weet dat die al lang elders is ingetrokken. Of misschien wel, op een bepaalde manier. Want zijn wij Belgen niet allemaal stiekem van overtuigd dat het centrum van de bierwereld door het Waalse dorpje Jupille loopt en dat diezelfde wereld tot tranen toe bewogen wordt bij het horen van onze naam. “Eén Volk, één land, één bier” zo zou Bierman dit gevoel lapidair kunnen uitdrukken, wat inderdaad niet in tegenspraak hoeft te zijn met drie gewesten, zes parlementen en 3000 bieren, zolang er maar een koning is om alles te regeren. Maar iedereen die niet noodzakelijk het perspectief van België deelt (Bierman denkt dan bijvoorbeeld aan alle niet Belgen) weet natuurlijk dat er maar twee echte koningen zijn in Europa. De eerste is de zwarte koning die luister naar de naam Guinness. Over dit bier zal Bierman het later met veel genoegen nog hebben, maar voorlopig is het voldoende om op te merken dat dit bier zwart ziet als de ziel van een White Supremacist en gekroond wordt door een hapklare romige schuimkraag waarvoor de term likkebaarden is uitgevonden. Wat Bierman uiteindelijk tot de sleutelvraag van zijn betoog brengt. Wat is écht wit en superieur aan al het andere? Het antwoord is natuurlijk Pilsner Urquell, de Witte Koning van Europa. In 1842, een wat vreemde tijd waarin gist en bacteriën nog machtiger waren dan virussen, werd in het onooglijke Tsjechische stadje Pilsen voor het eerst een helder blond bier van lage gisting ontworpen (lage temperatuur, onderin het brouwsel). Uitvinder van dienst was de briljante Duitser Josef Groll die daarmee de rechtstreekse inpiratiebron ("Urquelle" in 't schoon Duits) werd voor twee derde van alle bieren in de wereld. Tientallen kilometers mergelgrotten werden uitgehouwen onder de stad om de vaten op late temperatuur te kunnen laten gisten en bovengronds verscheen een indrukwekkende brouwsite met eigen mouterij, brouwschip en iconische toegangspoort. Ook dit bier draagt een kroon in de vorm van een dikke laag schuim dat weerstand biedt bij het toehappen. Vers van de tap, of beter nog vers van een ambachtelijke gebrouwen vat bij een ondergronds brouwerijbezoek, kan de conclusie eigenlijk niet anders zijn dan dat er 180 jaar later nog steeds maar één enkele pils bestaat in de wereld. Wie ooit één keer in het leven écht Urquell heeft gesmaakt voelt enkel nog plaatsvervangende schaamte wanneer adepten van pakweg Stella, Heineken of Bud elkaar trachten te overtroeven. Boven dit alles verheven bestaat Urquell, de onbewogen beweger van alle Pilseners, die zichzelf uitput door simpelweg te bestaan. Zoals het een ware koning betaamt.