Ultimum Optimum

De gemiddelde columnist kan zich vandaag de dag handenwringend verkneukelen in de terugkeer van Yves Leterme als baas van politiek België en bij uitbreiding van u en ik en alle Walen. Weer een goede reden om de komkommers door de soep te mixen en de pen aan te scherpen, in vitriool te dopen en zacht gniffelend de DINA4tjes te bekrassen met slim gevonden schimpscheuten of schuimbekkende vuilspuiterij. Al bij al fleurt het een anders net iets te sombere winterdag toch weer wat op. Maar u begrijpt natuurlijk beste bierliefhebber dat bierman dit voorrecht niet is beschoren. Niet enkel omdat Yves ook baas is van alle bieren in België, maar vooral omdat het in biermans column in het studentenblad van de Universiteit over bier moet gaan om de dorst te lessen en niet over politiek om dorst van te krijgen. Dat verwachten de lezers.
Voor de politiek gepreoccupeerden onder ons kan bierman het echter niet nalaten om alsnog een kleine communautaire kanttekening te plaatsen bij het debat. Biergeografisch gesproken staat de grootnederlandse gedachte namelijk voor het inruilen van Rochefort voor Oranjeboom, kruidige Saison voor plat Bokbier of La Chouffe voor godbetert Heineken. U begrijpt dat bierman hier dan ook niet anders kan dan een pleidooi houden voor realisme in de politiek: mochten de Walen geen Belg meer zijn dan verliezen we wel heel erg véél hectorliters onvervangbaar kwaliteitsbier en dat is bepaald geen vrolijke gedachte. Ok, ze werken naar het schijnt niet zo hard door in Walonië en ze worden nooit geflitst, in het seizoen schieten ze op hertjes met hun tweeloop en ze stemmen allemaal socialistisch en als bierman hier Flahaut, Reynders of Di Rupo schrijft, dan begint u waarschijnlijk spontaan te glimlachen met een nauwelijks merkbare, maar onmiskenbare grimas in de linkerbovenhoek van de mond. Maar ze brouwen er wel Belgisch bier en dat kan vooralsnog van Nederland in geen enkele betekenis van het woord gezegd worden.

Om dan toch even toch de kern van de zaak te komen: enkele weken geleden nog prees Bierman de nieuwe Hopus de hemel in en noemde het feit dat de brouwer een apart borrelglaasje voor de gist bijleverde een voorbeeld van innovatie en inventiviteit van onze brouwers in een markt die zich internationaal steeds meer aan het consolideren is. Tof en origineel idee wilde bierman eigenlijk alleen maar zeggen. Bij brouwerij Haacht hebben ze blijkbaar goed opgelet want de nieuw vormgegeven Tongerlo Prior heeft toch wel ook hetzelfde gadget erbij gekregen zeker. Bierman wist even niet waar hij het had. Gaan ze nu bij elk bier van die flutglaasjes bijleveren zodat de argeloze consument niet meer weet wat eerst ter hand te nemen? Wat eerst nieuw en verfrissend leek dreigt nu plots een wat vermoeiende aangelegenheid te worden die de kastelein veel afwas gaat bezorgen. Voorlopig is bierman nog absolute mini-gist-glaasjes fan, maar dan alleen voor delicate topbieren waarbij dit ook echt een meerwaarde is. De dag dat Leffe Blond hiermee begint, zal voor bierman in een veelvoud aan betekennissen van het woord een druppel te veel zijn.

De nieuwe look van de Prior is overigens erg geslaagd. In zwart en goud ziet het bier er hartverwarmend uit en dat komt meteen overeen met de smaak en de negen graden alcohol. Het glaasje dat bij de prior hoort – noem het een geniale diefstal - heeft zelfs een naam gekregen: het Ultimum Optimum. Naast Protinus cum Capella (vooruit met de geit) en nog wat ander kerklatijn kent bierman niet zoveel van dode talen, maar dit lijkt te verwijzen naar “Het allerlaatste en het allerbeste” van de Prior. Amen zou bierman aan dit definitieve slotwoord nog kunnen toevoegen, maar misschien is zelfs dat nog te veel.

De Constante Bierstroom

De meeste brouwprocessen staan de dag van vandaag helemaal op punt. Er is een vast recept dat met exacte maten werkt (waar vroeger al eens “men neme een grote schep” of “een klein handvol” werd gebruikt). De installaties zijn proper en betrouwbaar geworden en ingrediënten kunnen met een constante kwaliteit aangeleverd worden. Giststammen worden tegenwoordig zorgvuldig geselecteerd en muteren niet meer verder en op het einde wordt vaker wel dan niet alles nog eens platgepasteuriseerd zodat het gisten ook stopt op het moment dat de brouwer wil dat het stopt. Vandaar dat de dag van vandaag het verschil tussen pakweg het vijftiende en het zestiende brouwsel in ketel drie van Jupiler zelf met de blote smaakpapillen niet valt te ontdekken.
Maar al bij al is het natuurlijk toch een erg middeleeuwse gedachte dat om bier te maken altijd maar weer opnieuw gestookt en gekoeld moet worden onder een collectie stalen ketels en cylindroconische tanks. Het brouwproces blijft een ingewikkeld en omslachtig ambacht waarvan het resultaat niet gegarandeerd wordt. Het beste bewijs hiervan is natuurlijk de mislukte verplaatsing van Hoegaarden naar Jupille. Vandaar dat onze grote brouwers nu al een tijdje op zoek zijn naar de heilige graal van het brouwen: een methode om het brouwproces dusdanig te vereenvoudigen dat het product gegarandeerd steeds hetzelfde zal zijn en tegelijk menselijke fouten en omgevingsfactoren vrijwel uitgesloten zijn. Het ultieme oplossing van deze queeste is voorlopig nog Sciencfiction, maar is toch al een pak verder gevorderd dan bijvoorbeeld de ruimtelift, de lange wapper, een Windows zonder blauw scherm of de hervorming van justitie. Net als de lopende band van de slachterij, koekjesfabriek of autoassemblage zoeken onze grote brouwers naar een lopende band voor de productie van bier: de constante bierstroom. Het idee hierachter is dat vooraan in de brouwfabriek de ingrediënten instromen en dat achteraan het bier zonder onderbreking uit de kraan loopt. Tussenin gebeurt dan alles automatisch.

Hoewel bierman bij het bovenstaande wel hier en daar een bocht heeft afgesneden, blijft het een vreemde gedachte dat ook bier onderworpen is aan de wetten van de multinationale voedingsindustrie. Misschien voldoet bierman verder niet geheel aan de verwachting door zich niet meteen pathetisch de haren uit het hoofd te rukken al jammerend dat de ziel uit het bier wordt gehaald of het failliet van het brouwwezen in Vlaanderen eraan zit te komen of zo. Tenslotte komen auto’s al jaren uit de fabriek en los van de beruchte maandagochtendmodellen heeft bierman daar eigenlijk geen problemen mee. De koekjes uit de fabriek smaken eigenlijk soms stiekem beter dan die van de warme bakker. En bepaalde biersoorten lenen zich nu eenmaal gemakkelijk tot industriële productie dan andere. Als de brouwers op het flesje zetten hoe hun bier gemaakt is, dan zou het voor bierman al voldoende zijn, maar dat zal wel teveel gevraagd zijn. Enfin, ik zal u op de hoogte houden als het zover is zodat u alvast niet kan zeggen dat u van niets weet.

Als tegengewicht rest bierman dan ook niets anders dan in zijn kelder te duiken en een paar biertjes van de Dolle Brouwers (Oerbier, Arabier, Dulle Teve, Boskeun en Stille Nacht, u kent ze wel) boven te halen. Deze micro hobbybrouwerij staat erom bekend dat de verschillende jaargangen van hun bieren subtiele verschillen in samenstelling en smaak kennen. Bierman zal u bij gelegenheid wel het resultaat van zijn vergelijkende studie kenbaar maken.

Andersdenkenden

“Bierman”, zo sprak een verre vriend een paar dagen geleden in café de weg naar Rome, “…als verstokte wijnliefhebber moet me iets van het hart.” Bij het horen van deze woorden fronste bierman meteen even de wenkbrauwen om duidelijk aan te geven dat hij weliswaar een grote tolerantie heeft voor andersdenkenden, maar dat de confrontatie hiermee toch nog steeds een gunst van hem was, eerder dan een recht van de ander. Een beetje zoals de modale stemplichtige burger graag placht te stellen ‘ik heb niks tegen (vul hier zelf een bevolkingsgroep in) maar ze moeten niet (vul zelf een bezwaar in).
“Bierman”, zo ging de andersdenkende onverschrokken verder, “het is wetenschappelijk bewezen dat een glas wijn per dag goed is voor hart- en bloedvaten en ook de vrije radicalen in het bloed doet oxideren hetgeen de kans op kanker doet verminderen. Wijn is dus goed voor de gezondheid en verlengt het leven en dat is alles wat ik er van wil zeggen” In de weg naar Rome viel er een stilte alsof de Paus zelf achter de toog was verschenen om een Hoegaarden te tappen. De kaarters draaiden vol verwachting hun stoelen naar bierman toe en in een hulpeloos gebaar van pathetische mime fronsten ook de inmiddels wat scheefgezakte overblijvende leden van de vogelepikclub een occasionele wenkbrauw – voor zover deze hen nog niet over het ooglid hing. De toogmadeliefjes pruilden de lippen en maakten zich zuchtend klaar om een uur vroeger de straat op te gaan. Bierman nam een grote verfrissende slok van zijn perfect getapte Verboden Vrucht en besloot om antwoord te geven, waar geen antwoord nog soelaas kon bieden. “Wijn is goed voor de gezondheid” sprak Bierman met zachte stem, “dus wijn wordt gedronken uit doodsangst en wie drinkt er nu iets om minder vroeg te sterven? Bierman daarentegen die drinkt zijn bier uit pure levensvreugde.” … en terwijl de vogelepikclub probeert om met gefronste wenkbrauwen met de ogen te knipperen, bestelt bierman Verboden Vrucht voor iedereen.

De Verboden Vrucht is een oud bier van uit de tijd dat de studenten nog op de barricaden en de Amerikanen nog in Vietnam zaten. Het is amber van kleur en hartverwarmend van dronk en het past perfect voor onderweg: iets om tijd voor te maken en toch nog voort te kunnen (maar dan wel liefst de volgende dag). Het is een strijdvaardig bier, vol vuur en tegensprekelijk debat. Een slok Verboden Vrucht geeft bierman het verlangen om op de toog te springen en Leuven Vlaams te roepen of Bont is Moord of zo. Maar tegelijk heeft het bier een zachte afdronk die zelfs het meest onverzettelijke hart doet verzoenen met de weerbarstige wereld en de koppige ander om uiteindelijk iedereen als gezworen vrienden uit elkaar te laten gaan. Toen Pierre Celis – redder van het witbier in Vlaanderen – zijn brouwerij in Hoegaarde afbrandde, kwamen naast het witbier zelf ook drie andere meesterwerken bij Interbrew terecht: Julius, Hoegaarden Grand Cru en Verboden Vrucht. De later gelanceerde Hoegaarden Das was niet onverdienstelijk, maar is inmiddels samen met de Julius een stille dood gestorven (waarschijnlijk te weinig wijn gedronken). De poging daarentegen van AB-Inbev om Hoegaarden in Jupille te brouwen is nog altijd een billenkletser van formaat. Celis zelf brouwt nu helaas in Amerika, maar zijn erfenis is gebleven.
Eenmaal thuis schenkt bierman zich nog een glas witte bourgogne in voor het slapengaan. Het was een mooie avond en wie wil er nu niet graag langer leven?