avonturen in bierland

Net als de vorige jaren gaat bierman weer proberen om elke week iets interessants over bier te schrijven, of - zo u wil – zelf interessant te doen rond bier terwijl hij er eigenlijk stiekem niet van afweet. Geen beter begin van het jaar overigens dan een update van alles wat er is gebeurd in bierland en wat bierman nog niet is vergeten.

Het meest vermeldenswaardige blijft natuurlijk het feit dat we nog altijd geen regering hebben. Grappig eigenlijk omdat bierman deze tekst zonder problemen op het internet kan posten en daarmee de komende maanden branden actueel zal blijven. De belangen zijn natuurlijk groot: Wallonië dreigt pakweg Westvleteren en Duvel te verliezen terwijl in Vlaanderen bij een eventuele boedelscheiding onder andere Rochefort en La Chouffe tot de buitenlandse bieren gerekend moeten worden. Dat Brussel de enige plaats is op deze planeet waar Oude Gueuze gebrouwen wordt maakt de situatie alleen maar meer complex. Bierman weet eigenlijk niet goed of de onderhandelaars eigenlijk wel goed beseffen wat er allemaal op het spel staat. Bovendien praat bierman zelf nooit zo lang met iemand als die gasten in hun geïmproviseerde praatbarakken. Alle gesprekken worden beter met bier, alle films worden beter met zombies en een gazet zonder stripverhalen zou ook niet hetzelfde zijn.

Genoeg politiek evenwel, er was ook biernieuws. AB Inbev of zo heeft per ongeluk pils gebrouwen met Leffe gist en alles terug uit de handel genomen. Bierman dacht dat ze in het Leuvense biervaticaan onfeilbaar waren maar zelfs de meest verheven instelling durven wel eens vastlopen op details (kijk maar naar de Golf van Mexico). Net als na de mislukte verplaatsing van Hoegaerden naar Jupille weet bierman niet waarom. Weet eigenlijk één man op deze planeet waarom?

Duvel blijft op het overnamepad met een zeer regelmatig gemiddelde van één brouwerij elke zomervakantie. Na La Chouffe en Liefmans moest deze zomer de onaantastbaar gewaande Antwerpse familiebrouwerij De Koninck eraan geloven. Overigens lijkt iedereen beter te worden van deze deal. Het bolleken blijft in (Provincie) Antwerpse handen, de brouwerij krijgt weer ademruimte en Duvel-Moortgat kennende zullen er geen toegevingen gedaan worden naar de kwaliteit van het bier. Alleen het lot van de nog erg jonge maar verdienstelijke Gusto-bieren is onzeker. We zullen zien.

Er zijn ook weer wat Belgische bieren wereldkampioen geworden. Bierman is te tam om op te zoeken welke het deze keer juist waren. Dus Google dat zelf maar even. Niet elke brouwerij doet hieraan mee en de uitslag van dit soort blind geproefde wedstrijden is soms erg vreemd. Moest het aan bierman liggen dan zou het gaan om bieren als Omer, Urthel en Brugse Zot, maar misschien zijn het er andere deze keer. Net als elk jaar zijn er ook buitenlandse bieren met de eerste prijs gaan lopen in een aantal “Belgian styles”, wat toch altijd wat vreemd blijft. Het meest tragische blijft natuurlijk het feit dat zelfs met een bovenmenselijke inspanning het fysiek onmogelijk blijft om alle prijswinnende bieren te degusteren.

Voila, beste bierliefhebber, u bent weer helemaal mee, behalve met de dingen die bierman niet heeft gezegd natuurlijk, maar daar is niemand verantwoordelijk voor en we hebben nog een heel jaar om het weer goed te maken.

Roman

Een paar weken geleden ging er een nieuwe editie door van Open Brouwerijendag, wat gewoonlijk wel garant staat voor alweer een hoogtepunt van het jaar. Bierman ging dan ook plichtsgetrouw op onderzoek uit naar Brouwerij Roman met in het achterhoofd de mogelijkheid om hier later een klein tekstje over te kunnen plegen.
Meer dan een gewone brouwerij is Roman eigenlijk een gigantische plaatsverspillende brouwsite met mooie residentiële gebouwen in Oostenrijkse stijl, een monster van een brouwschip in statige baksteen en glimmend koper, een afvullijn in goedgebruikte fabrieksloodsstijl en een binnenkoer die even groot is als al de rest samen (de spingkastelen staan er waarschijnlijk niet altijd). Vooral het aan de straat gelegen fabrieksgedeelte kan eigenlijk onmogelijk méér brouwerij uitstralen dan daar bij Roman. Bierman was dus al redelijk onder de indruk bij het betreden van deze biertempel en het leek inderdaad wel alsof de machtige omkadering het koperwerk vanbinnen meer deed blinken dan in andere brouwerijen. Toch was het vooral de oude stoominstallatie die gebruikt werd voor de koeling bij het brouwen van Pils die ronduit indrukwekkend was. Net deze installatie toont de betekenis van Roman in volle glorie als een brouwerij die erin slaagde om de omslag te maken naar lage gisting, daar waar zoveel andere brouwers uit de markt gingen of noodgedwongen innoveerden met de meest fantastische brouwsels. Een beetje verder stond Bierman overigens tussen een lange rij stalen pilskuipen en het daagde hem dat dit eigenlijk de eerste keer was dat hij een brouwerij met lage gisting bezocht, na heel wat zinken open kuipen, lange rijen eiken vaten, talloze tanks in allerhande soorten en maten voor de hoge gisting, was dit de eerste keer dat Bierman zich omgeven wist tussen hectoliters lage gisting. Voorwaar een moment om even stil van te worden (ware het niet dat de industriële afvullijn een beetje verder op volle toeren draaide – ook dat is telkens weer een plezier om te zien).

Met een bonnetje mocht Bierman ook gratis iets drinken (bedankt hiervoor Roman). Het Roman Oudenaards Bier werd een paar jaar terug omgedoopt tot Adriaan Brouwer. Er staat een schitterende beschrijving van dit bier op de site van Roman (www.roman.be) en het is ook een lekker bier, maar in dit genre heeft Bierman eigenlijk stiekem een voorliefde voor meer wrange toetsen zoals die bijvoorbeeld in de Oudenaardse Felix van vroeger zaten of voor de spontane zurigheid in de al even Oudenaardse Liefmans Oud Bruin. In vergelijking met deze monumenten is de Adriaan Brouwer een erg veilig bier en Bierman kan zich niet van de indruk ontdoen dat het er met de jaren veiliger op wordt. Dan is de nieuwe Adriaan Brouwer Black Gold een veel indrukwekkender bier. Helaas was een ijskoude versie die Bierman dronk op het terras van de biertent bij de brouwerij, in volle zon, met een live optreden van een Sinatra imitator op de achtergrond, niet echt de ideale setting om complexe aroma’s op het spoor te komen. Verder brouwen ze bij Roman voor zowat heel de streek – inclusief alle parochiezalen – nog de verdienstelijke Enames, de lekkere Romy Pils, de sfeervolle Special in Engelse stijl, Mater Witbier, Sloeber (een Duvelkopie en het merk van Baltazar Boma) en een overbodige luxepils met de naam Black Hole.

En daarmee vormt de brouwerij een indrukwekkend stukje brouwgeschiedenis dat hopelijk nooit verloren zal gaan en tegelijk is het een levende brouwerij met een ruim assortiment zeer degelijke bieren. Ze hebben niet meteen een jong en dynamisch imago zoals onze grote multinationale pilsbieren (soms wordt er wel wat onterecht gegniffeld met de Romy Pils) maar met de aanstormende vergrijzing is dat volgens Bierman veel meer een voordeel dan een nadeel.

Amateur, Kenner, Brouwer

“Bierman…”, zo vraagt de verzamelde schare van volgelingen bij gelegenheid wel eens in café de Scheven Biljart, of ook wel “O grote bierman, …leer ons het geheim van bier en het verschil tussen goed en slecht bier”. “Helaas, helaas, helaas”, zegt bierman bij dit soort gelegenheden terwijl hij met toegeknepen ogen nipt aan een ijskoud Gildenbier, ”driewerf helaas, dat is niet mogelijk.” Natuurlijk is dit niet mogelijk omdat volgelingen met grote puppy-ogen nooit een goed idee zijn (of ze nu religieus of culinair fanatiek zijn), maar toch zijn er nog enkele andere motieven die bierman ertoe nopen niet aan deze op het eerste zicht redelijk onschuldige smeekbedes tegemoet te komen. Bierman schrijft namelijk tekstjes over bier: een paar losse gedachten, een kleine anekdote en een spitvondige uitsmijter, even laten doorkoken en klaar is het orakel. Bierman weet veel losse dingen over veel verschillende bieren. Maar het probleem is eigenlijk dat Bierman een amateur is met een mening en geen kenner die een bier objectief wil beschrijven. Van die tweede soort – de bierkenners - zijn er wel wat meer exemplaren, maar die doen toch eigenlijk iets heel anders. Bierman schrijft over wat hij graag drinkt, of het bier mooi of lelijk is, lekker of smerig, eerlijk of vals en waar en wanneer een bier het best tot zijn recht komt. Naast een paar gemakkelijke opmerkingen over objectieve kenmerken als geur, kleur, smaak en schuim is Bierman verder onbeschaamd subjectief op de meest comfortabele manier die er bestaat. De bierkenner probeert een bier zo objectief mogelijk te vatten in woorden.

Volgens de mythe – waarbij bierman overigens niet betwist dat dit ook zo zou kunnen geweest zijn, maar het blijft een mythisch verhaal – was het Michael Jackson die de bieren van ons land voor het eerst begon te beschrijven met een aangepast vocabularium van de Sommelier. Via hem zijn termen als koriander, anijs en sinaasappelschillen gemeengoed geworden in de betere bierbespreking en werden deze later uitgebreid met een veelvoud aan analogieën tussen biersmaken en bestaande en gekende smaken. Blijkbaar vinden veel bierkenners dit een accuraat instrument om biersmaken en geuren te vatten en te vertalen naar tekst, want tegenwoordig doen ze het vrijwel allemaal zo. Maar vooral bij de bierrecensies in de weekendbijlage van het Nieuwsblad bekruipt Bierman wel eens plaatsvervangende schaamte en het gevoel dat de boel redelijk ver aan het doorslagen is. Besprekingen van niet eens zo opmerkelijke bieren brengen termen voort als rook, rijpe banaan, gestikte jutte, ananas, vanille, komijn, citrus, kandij, kersen, maanzaad, meloen en turf. En dat zijn nog maar de voor de hand liggende stopwoordjes van de bierkenner. Soms zitten er echt wel obscure verwijzingen in als zilvergeur of esdoornhars (toegegeven, niet in het Nieuwsblad) waarbij elk voorstellingsvermogen tekort schiet. Waar halen die gasten dat? Bierman moet echt wel al veel gedronken hebben om dit soort dingen uit een bier te halen. Misschien dat de twaalfde Jupiler Tauro inderdaad in de neus naar gebloemde kamelenpis met een vleugje sinterklaaszweet ruikt en bij aanzet toetsen toont van platte confetti met een zweem van tomatenpuree met daarbij een duidelijk dragende ondertoon van pure ongesuikerde chocolade, terwijl de korte afdronk doet denken aan brandnetels in de late herfst. Maar Bier is toch geen wijn? Bij gegist druivensap – dat in wezen veel minder complex is - is inderdaad een woordenboek nodig om er nog wat variatie te krijgen. Daardoor ontstaat er meteen ook een elite van zelfverklaarde wijnkenners en de mogelijkheid om dure wijn te verkopen (omdat de elite er een fijn boeket in projecteert).
Voor Bierman (die dus een amateur is, geen kenner) zijn bier en wijn gewoon smaak, geur, kleur, schuim (liever niet bij wijn), body, hoe het bier en de wijn gemaakt zijn en vooral de omstandigheden en het gezelschap waarin ze het drinkt. Al de rest is gebakken lucht en dient de verkoop. Overigens: Amateur of kenner, Bierman heeft eigenlijk nog het meeste bewondering voor de brouwer. Want zelfs al zouden ze Bierman alle ingrediënten en een volledige brouwfabriek geven, hij zou in alle eerlijkheid niet weten hoe hij er aan zou moeten beginnen.