Drie rampen

De afgelopen week werd bierman geteisterd door drie plagen die hem het gevoel gaven – na successievelijk en redelijk meedogenloos hun onheil afgewerkt te hebben - dat op zijn Duvel geen schuim meer stond, maar eerder zure opgeklopte eiwitvlokken. Als eerste bron van ondraaglijk lijden noemt bierman natuurlijk het feit dat de PC Gameplay, het gamesmagazine waarop bierman als ongeveer 200 jaar een abonnement heeft lopen, multiplatform is gegaan. Nu breekt mijn klomp en gebruiken kabouters de stukken om hun stoof aan te steken, denkt bierman dan (en met hem waarschijnlijk de rest van geabonneerd Vlaanderen). Bierman gaat toch echt geen geld betalen om te lezen over Wii Sports Resort, de nieuwe Nintendo DS Croque Monsieur Sim of godbetert Kleiduifschieten op de Kinekt (met extra minigames: de staande en liggende wip). Van PC exclusive naar Multiplatform gaan, dat is ongeveer hetzelfde als naast biertekstjes ook over Cola en Fristi te beginnen schrijven. Het kan wel, maar is er ook publiek voor? Bestaat er ook een Kirby met zombies? DAT is multiplatform.

De tweede ramp die bierman vorige week trof was de treinstaking. Niet dat bierman zich stoort aan treinstakingen. Ze mogen van hem bij de Belgische spoorwegen gerust alle dagen het werk neerleggen tot bescherming en verheffing van het verzamelde proletariaat. Bierman wil zich voor de goede zaak gerust verplicht blijvend opofferen en begrijpt volledig dat hij solidair moet zijn. Bovendien heeft Bierman het resulterende nationale verkeersinfarct veilig thuis doorstaan. Blijft alleen de vreugde omwille van het succes van deze actie en het vredige besef dat sociale verworvenheden van iedereen onverkort behouden blijven. Het was tenslotte in ons aller belang dat het treinpersoneel thuisbleef.
Nee, de eigenlijke ramp was natuurlijk het langzaam doorbrekende besef dat – moest bierman zelf staken – niemand het zou merken. Ze zouden waarschijnlijk zelfs geen witruimte voorzien waar anders zijn gevleugelde zouden staan. DAT is hard.

Tot overmaat van ramp moest bierman vorige week ook naar Duitsland. Net als treinstakingen en Multiplatform boekjes heeft bierman in principe overigens geen enkel probleem met Duitsland. Het is een erg mooi land met erg sympathieke mensen en een taal die mooier klinkt dan deze van Baudelaire. Maar het kloppende economische hart van Europa is tot nader order geen bierland. Ze beweren daar van wel natuurlijk, maar ze zijn het écht niet.
In Duitsland aangekomen besloot Bierman, wijs als hij is, zich in eerste instantie te beperken tot de Duitse Pils. Maar toen de eentonigheid toesloeg, bleken er verder alleen maar halve liters witte Kolsch of Edinger of whatever op de kaart te staan en in een zeldzaam geval een donker(!) witbier dat de naam Alt draagt. Donker witbier dat is dus tarwebier van donkere mout of zo. Op zich eigenlijk wel een verfrissend idee, maar niet als het de enige en meest verheven bron van innovatie van de afgelopen drie eeuwen. Het is niet omdat heel Beieren overdekt wordt met een tent in oktober en zich een collectief delirium zuipt aan zuivere pils dat Duitsland een bierland is. Bij ons leggen ze de Westvleteren in de Colruyt. DAT is een bierland.

Platslaan

De miserie van de Chileense mijnwerkers indachtig, die na 60 dagen onder de grond zopas opnieuw geboren werden in een land waar ze enkel Brahma pils hebben, besloot bierman om uit solidariteit ook zichzelf een frisse Brahma te schenken. Tussen Patgonië en Juarez, boven, op of onder de grond, is Brahma zowat het enige bier dat er te drinken valt en volgens bierman is dat voorwaar een gedachte die te denken over de zin van het leven. De naam Brahma kan overigens zowel verwijzen naar de schepper van het universum bij de Hindoes als naar een statig en opgericht kippenras met een forse donsontwikkeling en voetbevedering. Het is maar dat u het weet.
Tot zijn grote schande sloeg Bierman’s Brahma volledig plat in het glas. Brahma, de schepper van het Universum (behalve van dat van de moslims en de christenen) weet natuurlijk wat in het diepste van een mensenhart omgaat, wat een vrouw doet wenen, een man doet opspringen en een bier doet platslaan. Maar bierman reikt helaas, hoewel zijn naam anders doet vermoeden, nog niet aan de ligamenten van een mindere halfgod en dus kan het ook hem gebeuren dat er ondanks zorgvuldige voorbereidingen geen schuimkraag in het glas komt.

Het wereldwijde web durft nogal eens een bron te zijn van nuttige informatie. Zo probeerde bierman zichzelf al, overigens met wisselend succes, via het web te leren schaken, smoothies mixen, de bios van zijn computer herschrijven en contacten leggen met andere mensen via facebook. Helaas is het internet ook een bron van diepgaande en onvergeeflijke onzin en vooral over bier wordt er heel wat afgemelkt. In tegenstelling dus tot wat de halve wereldbevolking vrijblijvend beweert is met het eerste voor de hand liggende voorwerp roeren in platgeslagen bier geen goede optie en ook met het glas schudden of draaien brengt geen wezenlijke verbetering. Er komt dan wel een dun, schraal schuim op het bier dat snel weer wegtrekt, maar daarbij gaat het gehalte aan koolzuurgas veel te snel naar beneden en worden, in het geval van hoge gisting, de gistresten onderin het glas met het bier vermengd. Eigenlijk helpt alleen maar opdrinken en een nieuw bier uitschenken in een ander glas.
Blijft de vraag waarom bier platslaat ondanks uitdrukkelijk verbod van de schenker. Het antwoord is eigenlijk redelijk simpel denkt bierman. Bij de gewone afwas zijn er maar zelden problemen en die ontstaan voornamelijk door resten van vet in het glas, van bijvoorbeeld vingerafdrukken of vaatdoek, en natuurlijk bij resten van vaatwasmiddel. Voor de vaatwasmachine is waarschijnlijk het glansmiddel de grote boosdoener en worden zowat alle bierglazen getroffen (dus best geen bierglazen in de vaatwasmachine steken). In beide gevallen geldt dat extra naspoelen wel soelaas kan bieden. Maar verder experimenteren kan natuurlijk zeker geen kwaad. Of zou er geen assistent zijn aan onze gezegende instelling die hierover verder onderzoek zou willen doen?

Wissant

Lang geleden al heeft bierman eens opgemerkt dat speciaal bier in België durft nogal eens te verschillen van wat ze in het buitenland onder speciaal bier verstaan. Speciaal in onze knusse contradictie van een land is alles wat opmerkelijk is. Lage gist en blonde mout zijn normaal, dat noemen we pils en tot zover volgt het buitenland nog wonderbaarlijk goed. Hoge gist, hergisting op de fles en donkere mout beginnen we in Belgenland al een heel klein beetje speciaal te noemen, terwijl pakweg de Duitsers een pils met donkere mout al het toppunt van avontuur lijken te vinden. Ergens zit er hier toch en knoert van een Babylonische spraakverwarring. Op een Duitse bierkaart staan vier soorten pils, een paar witbieren (dat is daar eigenlijk gewoon pils met tarwe) en een paar speciaalbieren: pils met donkere mout. Wie proeft daar na een paar halve liters eigenlijk nog het verschil tussen?
Daartegenover staat onze eigen brouwtraditie. Tot de speciale bieren als soort kunnen we hier om te beginnen al pareltjes als Palm en De Koninck rekenen en wie verder kijkt dan de soort groot is ziet dat zowat alles wat hier lokaal gebrouwen wordt een pak meer diepgang en avontuur heeft dan wat ze ten oosten van FC Eupen brouwen. In Nederland was tot voor enkele jaren de Bock verworden tot de Duitse variant van donkere pils, in England was op den duur de Ale ook al van lage gisting en in Frankrijk was er zelfs geen verband tussen bier en speciaal.

Maar wacht even… In héél Frankrijk? Nee, één klein streekje helemaal in het Noorden van het land bleef zich hardnekkig verzetten tegen de Romaanse wijndominatie. In Frans Vlaanderen zijn ze hun oude tradities nooit helemaal vergeten en bleven ze hardnekkig brouwen tegen alle gegiste druivensappen in. Vandaar ook dat bierman enkele dagen geleden met een gerust gemoed over de Franse grens kon trekken om daar persoonlijk enkele unieke bieren te gaan ontdekken.
Wie de autostrade neemt tot aan de Belgische kust en vandaar naar het zuiden rijdt, langs alle grote, overvolle Belgische badsteden (Oostende – Blankenberge – Plopsaland), komt een paar kilometer voorbij de laatste stad, ergens tussen Duinkerke en Boulogne-sur-Mer de desolate Cap-Blanc-Nez tegen: een hoge witte krijtrots van waarop de kust van England duidelijk zichtbaar is. De beklimming van de Cap-Blanc-Nez is een hele onderneming, maar het uitzicht van daar op de Opaalkust, de witte kliffen van Dover en de trage Picardische Heuvels is werkelijk fenomenaal. Wie boven op de klip staat kan helemaal aan de andere kant van de baai een tweede veel donkerdere klip zien die de naam Cap-Gris-Nez draagt. Daartussen, diep beneden, nog geen halve meter boven zeeniveau, ligt een goudgeel strand dat bij hoog water telkens weer volledig overstroomt door de koude Noordzee. Daar liggen de kleine witte huisjes, het grijze hotel met twee sterren en de lage vervallen appartementen van het minuscule, door toeristen vermeden badstadje Wissant.

Daar, op Cap-Blanc-Nez, neerkijkend op Wissant en een handvol scheefgezakte Duitse bunkers, terwijl de meeuwen hem uitlachten, terwijl de Noordzee steeds weer in witte schuimkoppen en opalen kleuren stukbrak op de klip, terwijl de veerboten oprolden naar het verre Dover en de geiten op de scheve krijtrotsen op wat schrale wortels stonden te kauwen, terwijl de lucht twijfelde over de regen, heeft bierman een ijskoude Blanche de Wissant gedronken. Op de achtergrond speelde Willem Vermandere, een mens geboetseerd uit wind en klei, een klein liedje zonder woorden: "... en passant par Wissant..."

Zo moet bier zijn.