Test Aankoop

De tekstjes van Bierman verschijnen nu al een paar jaar, tot lering en profijt van het gemene volk, in het lijfblad voor de betere student en tot nader order gaat Bierman ervan uit dat deze samenwerking een bevredigend verloop vindt bij alle betrokken partijen (lezer, auteur en redactie om er maar een paar te noemen). Een recente reactie op de sociale netwerksite “Feestboek” stipuleerde evenwel met een zekere graad van urgentie dat de publicatie die elke week opnieuw zwanger mag zijn van Bierman’s schrijfsels, bij gelegenheid ook wel eens vrouwonvriendelijk uit de hoek durft komen. Alle verworvenheden van het salonfeminisme ten spijt, zo formuleert de aanklager het in iets andere bewoording, scoort de nog wat napuberende studentenpopulatie weliswaar intellectueel boven het maatschappelijke gemiddelde, maar blijkt dit gegeven volstrekt geen repercuties te hebben op de hormoonspiegel.

Vandaar dat Bierman zich volmondig aansluit bij eerder vermeld protest. Vanaf een bepaalde leeftijd worden de leden van onze maatschappij verondersteld de natuurlijk aangeboren drang om het alfamannetje van de groep te worden onder controle te houden. Wie dat niet kan moet in de politiek, op de televisie of ergens anders geparkeerd worden waar hij niet teveel schade kan aanrichten. Voor Bierman is vrouwonvriendelijke praat bijgevolg ten alle tijden volstrekt ongehoord, vooral omdat Bierman juist erg graag vrouwen ziet (sommige van zijn beste vrienden zijn vrouwen). Bierman heeft zelfs overwogen, bij het begin van zijn bescheiden litteraire carrière zijn rubriek Vrouwman te dopen en elke week een andere vrouw te bespreken. Een idee dat om uiteenlopende redenen in een pril stadium een stille dood is gestorven. Maar niet getreurd, uit solidariteit met alle vrouwen ter wereld schrijft Bierman voor één keer een Biervrouw. Wat overigens niet betekent dat Biervrouw nu gaat bleiten met films van Hugh Grant of over Kriek gaat schrijven of zo. Laat dat duidelijk zijn.


Het grote biernieuws kwam deze week van de redactie van Test Aankoop. Daar zijn ze erin geslaagd om enkele mensen bier te laten drinken en vervolgens in een boek te publiceren wat ze ervan vonden. Jubel en juich zou Biervrouw zeggen, voor het eerst sinds de biergids van Tim Webb (2003) verschijnt er nog eens een boek dat zich niet beperkt tot een veredelde reclamefolder met een laffe opsomming van bieren. In deze publicatie, die de originele titel “Belgische Bieren” draagt, wordt er zoals het hoort meteen gestipuleerd of een bier de kern van een mystieke ervaring in zich draagt en zuiver uit diens inherente superieure kwaliteit het leven van de drinker zin en betekenis kan geven, dan wel of de argeloze drinker het aanzicht van een bier zonder verwijl kokhalzend de ruimte dient te verlaten.
Moest Biervrouw echt van kwade wil zijn, dan zou ze nog kunnen opmerken dat zowat iedere Bierblog wereldwijd (en dat zijn er wel wat) al jaren op ieder denkbaar niveau dit soort commentaren aflevert. Zo werden twee van de door Test Aankoop aanbevolen brouwerijen de voorbije weken al door Biervrouw onder de superlatieven bedolven (Ellezelle en Dupont) en bestaat de rest van het lijstje vooral uit veilige gevestigde waarden als Orval, Duvel en WestVleteren. Maar misschien is het beter om de flakkerende waakvlam van de bierkritiek in de gedrukte pers niet meteen uit te blazen. Het doet altijd deugd om de waarheid nog eens gedrukt te zien staan.
Ook met haar dringende oproep voor een betere etiketering sluit Test Aankoop zich bij wat nu al zowat vijftien jaar onafgebroken bij bierminnend Vlaanderen terug te vinden is. Hoewel Biervrouw in alle eerlijkheid moet toegeven dat haar tekst hierover alweer dateert van 2007. Voor andere blogs durft dit jaartal al eens verschillen.
Het meest vreemde van dit alles is wel dat Test Aankoop blijkbaar zo onafhankelijk is, dat ze met geen mogelijkheid via het normale commerciële circuit te bereiken zijn. Ze gebruiken hierbij grappig genoeg dezelfde strategie als de trappisten van Westvleteren, wat het vermoeden doet ontstaan dat er vooral paters werken op de redactie van Test Aankoop.
Om dit bierboek in handen te krijgen moet de consument zonder verwijl zijn beste schaap slachten en met diens lever in een merkloze plastieken zak, op de knieën naar de redactielokalen kruipen om hem daar, bij het zingen van drinkliederen, te brandofferen op een speciaal daartoe voorziene altaar (mag ook een pak fout gedrukte kortingsbonnen of verkeerde facturen zijn). De Goden van de redactie zullen dan in al hun wijsheid beslissen welke bladzijden van het bierboek zij bij wijze van onuitputtelijke (en onverdiende) genade naar de smekeling zullen werpen.
Dit alles is weliswaar een stap terug sinds de uitvinding van economische verworvenheden als daar zijn het geld en de winkelruimte, maar ergens voelt Biervrouw bij het zien van dit machtige anonieme systeem dat als een kosmische jackpot willekeurig zegen en voorspoed uitdeelt, een steek van bewondering en afgunst. Twee gevoelens die Bierman dan weer volledig vreemd zijn.

Monk's Stout

Zoals beloofd gaat bierman rustig en onverstoorbaar door met het stelselmatig in kaart brengen van de Nationale Stout revival. Vreemd genoeg brengt hem dat overigens niet in alle uithoeken van ons landje, maar telkens weer net over de taalgrens ten zuiden van Ronse. Brasserie Dupont, waar Monk’s Stout wordt gebrouwen ligt namelijk in een Godvergeten gat ergens tussen Doornik en Ronse en dat is dus maar een paar dorpen verder dan de brouwers van Hercule, die andere Belgische Stout.

Biermans parate kennis over Dupont beperkte zich overigens tot voor kort tot hun zeer verdienstelijke interpretaties van de streekeigen Saison. Wat hem meteen weer in herinnering bracht dat er nog een fles van Saison Dupont (of was het La Moinette?) ergens vanachter in de kelder moet liggen die ondertussen ofwel volstrekt ondrinkbaar moet zijn geworden, ofwel één van de meest exclusieve likeuren van het land. Google Streetview (leve de vooruitgang) leert Bierman verder dat de brasserie, ondanks de artisanale producten die ze daar maken, eruit ziet als de betere Vlaamse fermette. Een vaststelling waaraan Bierman verder geen oordeel vastknoopt.

De Monk’s Stout van Dupont blijkt een herinterpretatie te zijn van een oud recept dat in de jaren 50 van het vorige millennium werd afgevoerd bij gebrek aan belangstelling. Blijkbaar wilden de mensen toen vooral meegaan met de vooruitgang, het comfort en de geneugten van de moderne tijd. Niemand heeft veel goesting om een bier uit de middeleeuwen te staan drinken op een scheve barkruk terwijl er godbetert mensen op de maan lopen.
Vandaag blijkt dat de wereld de afgelopen zestig jaar rustig is blijven doorgaan met langzaam gek worden. Er rijden autootjes rond op Mars omdat de maan blijkbaar te dichtbij was. Ondertussen kan iedereen op elk moment met een of andere Chinees gaan hartenjagen op zijn computer (in het vreemde geval hij hiertoe de behoefte zou voelen) om niet te zeggen dat middels diezelfde computer zowat elke interactie met zowat elke andere aardbewoner wel bemiddeld kan worden (althans in theorie). Met hulpstukken is tegenwoordig alles mogelijk. Laat dat alvast de les zijn die we inmiddels hebben geleerd, terwijl we van de Frigo naar de vaatwas schuifelen. Maar blijkbaar groeit bij velen toch meer en meer het verlangen om terug te keren naar een tijd toen alles wat minder afgewerkt, toegankelijk en onmiddellijk beschikbaar was. En in die zin is de goeie oude –nieuwe- Stout van Dupont wel degelijk een verademing. In Brasserie Dupont maken ze in dezelfde geest tegenwoordig, naast hun topbieren, ook artisanale kaas die eruit ziet als het hoofdingrediënt van een lang vervlogen eetfestijn met Lamme Goedzak (u weet wel: de maag van Vlaanderen).

Overigens blijkt de Monk’s Stout van bij de eerste slok een gigantische verassing te zijn, omdat het bier even ondoordringbaar zwart is als iedere andere Stout op deze planeet, maar héél zacht aanvoelt in de mond en minder alcohol bevat dan een frisse pint. De Monk is warempel een vlot doordrinkbare Stout die toch geen compromissen maakt in smaak en afwerking. Waarom hebben ze dit bier ooit afgevoerd en hoe heeft Bierman ooit door het leven kunnen gaan zonder dit bier? Hier zijn vreemde krachten aan het werk geweest, waarschijnlijk de Russen. Voor de volledigheid moet Bierman hier nog aan toevoegen dat dit bier naast een iets beperkter assortiment voor de hand liggende Stout smaken (u weet wel: geroosterde smake, pure chocolade, karamel, koffie,…) er ook wat frisse zuurte van de gist blijft hangen in mond en neus. Het geeft de indruk van een jong bier dat nog maar pas in de fles zit, hoewel Bierman’s versie al wat leeftijd had (en toegegeven, eerder koud geschonken werd).

Het Irish Pub Principe

Teneinde blijvend dienstbaar te zijn aan de samenleving waarin hij telkens weer met een warm hart mag ontwaken, leest Bierman elke ochtend zijn gazet en deelt met graagte de inzichten die hij op deze manier verwerft. Zo stelt Bierman tot zijn verbazing vast dat de uitspraak “Niet bang zijn, dit gaat maar even pijn doen” niet enkel het moto van de Dokter, maar ook dat van de Politicus blijkt te zijn. Maar op de vraag of we momenteel de instorting van de westerse wereld meemaken, het einde van de economie, de democratie en het eens zo volprezen, bijna mythische, Belgische compromis, moet hij helaas het antwoord schuldig blijven (tenzij u genoegen neemt met nee ,ja, nee en ja).

Het belangrijkste nieuws in Biermans gazet kwam vorige week evenwel niet van het slachtveld van de internationale economie of het komische toneelstuk “les 12O jours de DiRupo et DeWever” dat na “Nonkel gaston is dood (en dan is er koffie)” toch een van de hoogtepunten van onze nationale cultuurproductie mag geheten worden. Nee, het was een kort berichtje over het Irish Pub Principe dat Bierman even van zijn ochtendlijke sokken blies. Na het lezen van dit voor hem volstrekt onbekende principe en na enkele minuten diep in gedachten verzonken naar de goudvis te hebben gestaard tot die zich van pure miserie achter zijn grot probeerde te verdrinken (of misschien had hij arcopar aandelen) en nadat de medebewoners enige tekenen van ongerustheid begonnen te vertonen, vatte in Bierman de overtuiging post dat hij een belangrijk nieuw inzicht met de wereld moest delen. En het resultaat van dit inzicht, beste lezer (misschien mag ik u na al deze jaren wel vrienden noemen), dat doet Bierman u graag uit de doeken.

Het Irish Pub Principe vertrekt van de traditionele Pub zoals die op elke straathoek in bierminnend Belfast en bij uitbreiding de rest van Ierland te vinden is. De traditionele Pub in Ierland is geen Ierse Pub, maar een gewoon volkscafé met het Ierse equivalent van Bifiworsten op de toog, plat bier in brede glazen en een stenen vloer die makkelijk te kuisen valt. De Ierse Pub zoals wij die hier kennen daarentegen blijkt niets meer te zijn dan romantische constructie om continentaal volk een nieuwe cafébelevenis te geven. Wat wij of de rest van de wereld verstaan onder Ierse Pub: houten afgebakende hokjes met sfeerverlichting, eten overgoten met Cheddar kaas, schilderijtjes van vervallen kastelen in de regen en aangepaste Irish Folk op de achtergrond, was tot voor kort totaal onbekend in Ierland zelf. Maar, en dat is de kern van het principe, hoewel de Irish Pub in het buitenland is uitgevonden, schieten tegenwoordig in heel Ierland de Irish Pubs als paddenstoelen uit de grond en verdringen langzaam de traditionele café’s.
Bierman zou overigens Bierman niet zijn, moest hij niet opmerken dat de grootste winnaar in dit verhaal natuurlijk de Guinness van het vat is die zich mag beroemen op de meest dikke, hapklare schuimkraag die ooit een bier placht te sieren voorwaar een waardevolle dienst aan de mensheid levert. Leve de Stout.

Op het idee van “Belgisch Bier” is het Irish Pub Principe onverkort toepasbaar. Ook Belgisch Bier is uitgevonden in het buitenland en plooit zich tegenwoordig naar het beeld dat het buitenland van ons bier heeft. Al sinds mensenheugenis staan er in elk café te lande meer dan een dozijn bieren op de kaart die stuk voor stuk van elkaar verschillen. Hierbij draaide het vrijwel nooit om het merk, maar wel om het type. Elk café schenkt zijn pils, kriek, blonde en bruine trappist, amber, geuze en gouden Ale, aangevuld met twee of drie streekbieren. Bezoekers merkten terecht op dat dit in vergelijking met het buitenland van een ongekende rijkdom is, maar naar inlandse begrippen was het een voor de hand liggende vanzelfsprekendheid. Het is een situatie die gegroeid is uit de moeilijkheden die de vooroorlogse Belgische brouwers hadden om over te schakelen op Pils en de creativiteit die ze aan de dag moesten leggen om te overleven.

Nu Belgisch Bier naam maakt in de wereld zien we hier ook ons vanzelfsprekend aanbod van elke soort één, meer en meer als een bewonderenswaardige rijkdom van elkaar overtreffende merken. Het aantal bieren op de kaart van een gemiddeld café is de afgelopen twee decennia verdubbeld en vreemd genoeg denken we dat dit altijd zo geweest is. Ondertussen winnen op internationale beurzen de buitenlandse bieren prijzen in allerhande “Belgian style” categorieën en tegelijk worden een aantal bieren hier enkel gebrouwen om in het buitenland gedronken te worden. ‘Maar’, zo durft Bierman bij gelegenheid wel eens bij zichzelf te denken, ‘hoe Belgisch is een bier dat in geen enkel café in België op de kaart staat?’ De economie is gek geworden.