Duvel Tripel Hop 2012


Iets nuttig en constructief schrijven over een gevestigd biermonument blijft, zelfs voor een natuurtalent als Bierman, een heikele opgave. Voor dat éne monument, Duvel, heeft Bierman al zo vaak de lier en het wierrookvat bovengehaald dat deze attributen meer gelijkenis vertonen met zaag en smeervet. Wist u al dat Duvel een bier is waarvan één enkele slok het bestaan, ook al drukt het gewicht van de leegte al onze ingewanden kapot, de moeite waard maakt? Hoort u in de verte het ritmische schuren van een tweehandige boomzaag in een kempisch dennenbos op de eerste koude ochtend van het jaar? 

De Duvel Tripel Hop 2012 is een variantie op het tot vervelens toe bewierookte origineel. Stevig doorgehopte bieren zijn al een paar jaren de mode overal te lande maar toch valt Bierman nog steeds keer op keer stijl achterover, bij het degusteren van nieuwe lokale interpretaties van deze Indian Pale Ales. De invloed van geselecteerde hopsoorten op de smaak van een bier is enorm en zeker bij bleke bieren kan dit de smaak van mout vrijwel volledig domineren. De Duvel Tripel Hop 2012, de tweede incarnatie alweer van dit bier, is hier zeker geen uitzondering op. Het bier gebruikt voornamelijk Citrahop als smaakmaker op nadrukkelijk de voorgrond. En hoewel de Duvel in het bier is nog vrij goed herkenbaar is (Duvel staat natuurlijk op de fles, het is altijd een confronterende vraag of Bierman ook zonder deze informatie op de naam Duvel zou zijn gekomen) valt vooral deze erg lekkere hoofdsmaak op van iets dat tussen een citroen en een appelsien zit maar ontegensprekelijk thuishoort in dit bier.

Van pakweg Cola bestaat ook Licht, Zero, Vanille en Cafeïnevrij en waarschijnlijk nog veel meer. Allemaal verkrijgbaar in 18, 25, 33, 50, 75 enz… centiliter in glas, Pet en vat. Sommige merken diversifiëren veel en graag. De makers van Duvel duidelijk niet. Deze aarzeling om het merk uit te hollen met al te veel varianten is begrijpelijk. De Tripel Hop evenwel wordt voornamelijk verkocht als een geschenk aan de fans, een toegift voor de incrowd, eerder dan een op zichzelf staande variant. Moest dit bier minder zijn dan het origineel dan zou Bierman zeggen: proficiat, een goed gevonden marketingstunt. Maar dat is niet het geval. Bierman is onwillekeurig van bij de eerste slok incrowd geworden, lid van het fandom zo u wil. Hem rest slechts met veel smaak de Tripel hop te drinken en bij het neerzetten van het glas eenvoudig Dankuwel Duvel te zeggen aan wie het wil horen. Dit bier, jong gedronken en goed uitgeschonken heeft genoeg aan zichzelf. Het heeft zelfs Bierman niet nodig.  

Rodenbach: zomerbier van het jaar



Bierman houdt er mee op voor dit bierseizoen, maar alvorens met de voeten omhoog van een welverdiende rust te genieten, geeft hij nog een kleine terugblik op bierseizoen ’11-’12. Opmerkelijkste wapenfeit blijft natuurlijk de wedergeboorte van Stout in onze contreien, waarover het laatste woord nog niet geschreven is. Daarnaast is er de aanhoudende verbittering van onze bieren ten koste van de blikken kriekensiroop die iconisch waren voor het afgelopen decennium. En tenslotte heeft Bierman vooral met open mond staan kijken naar de tsunami van nieuwe bieren die recent het land overspoelde.  Op enkele jaren tijd is het aantal unieke titels vlotjes verdubbeld terwijl het vermogen van Bierman om bier te drinken zonder gezondheid en goed fatsoen op het spel te zetten constant is gebleven.  Zelfs al moest een of andere onverlaat het wat idiote plan bedenken om elke dag een ander uniek bier te drinken, dan zou het hem zes jaar kosten om alles één keer te zien passeren. Moet het nog gezegd worden dat dit respectievelijk om veel bier en een lange tijd gaat? Nu zijn er, zoals altijd als de realiteit teveel wordt om te behappen, wetenschappers en filosofen die speciaal in stand worden gehouden om alles in de juiste categorieën in te delen. Er zijn Priesters die tempels plamuren met de absurditeit van het leven, Kunstenaars die schoonheid en lelijkheid scheppen in de chaos en politici die dat alles ook proberen te doen, maar dan anders en niet noodzakelijk beter, maar wel verplicht. Niet dat Bierman een wetenschapper, filosoof, priester, kunstenaar of – Heer, laat dat nooit gebeuren – politicus is, maar voor het bier, dat hoogste goed, wil hij met graagte een poging doen om alles wat te ordenen en even uit te spreken wat iedereen al lang weet: er zijn oude bieren en er zijn nieuwe bieren.

Tegenover de aanhoudende biertsunami stelt Bierman graag, zij het wat uitdagend, dat een bier dat geen geschiedenis heeft bezwaarlijk een echt bier kan genoemd worden. Niemand weet (nee, ook Bierman niet) of een nieuw bier zal blijven of terug verdwijnen. Vult een bier binnen enkele decennia een bovengemiddelde rayonruimte in de supermarkt? Zit er later een oude man in zijn comfortabele stoel het bejaardentehuis met spijt terug te denken aan de tijd toen zijn kinderen nog klein waren en aan dat éne bier, wat was de naam ook weer, dat die zomer zo heerlijk smaakte en zo rijkelijk vloeide? Of is het bier later gewoon weg en ligt haar enige waarde in het feit dat het geweest is? Tijd en vertrouwen in de toekomst, was er iemand al op het idee gekomen om dat te projecteren op een bier?
De verleiding is groot natuurlijk om van bij de geboorte van een bier meteen al de superlatieven boven te halen. De media stuwen ons tenslotte ook van hoogtepunt naar hoogtepunt. Bovendien waren enkele decennia geleden de nieuwe bieren nog aandoenlijk naïef en amateuristisch in hun opzet, maar tegenwoordig wordt een bier gelanceerd met heel wat meer blingbling en poeha en lijkt het van bij de start allemaal veel professioneler. Maar dat maakt nieuwe bieren niet minder kwetsbaar voor het grote, zachte sterven in de kosmische boekhouding (alwaar een speciale hel voorzien zal zijn voor Kriek Belle Vue).

Wat blijft dan nog over na het slopen van zoveel premature monumenten? Over de grote bieren van de vorige eeuw, de brede rug waarop nieuwerwetse titels schone sier maken in de rest van de wereld, de walvissen die de anderen tot plankton degraderen, wil Bierman het even niet hebben. Het zou van te weinig eerbied getuigen om daar snel over te gaan. Het volstaat om vast te stellen dat er een reden is waarom een bier honderd jaar op de markt blijft.  Maar er zijn bieren met voorwaar een nog indrukwekkendere stamboom en er is, ten overvloede, ook een reden waarom een bier vele honderden jaren op de markt blijft. De Brusselse Lambiekbieren bijvoorbeeld, zijn volledig van spontane gisting en dus meer dan enige stadsbull of geschreven kroniek vormen de bacteriën in dit bier haar levende adelbrieven. Ook de brouwtradities Oud Bruin en Oud Rood kunnen dezelfde indrukwekkende adelbrieven voorleggen, zij het met een wat meer gemengde gisting. Van deze Oude bieren hebben er een aantal hun oude wortels verloochend, maar de stevige melkzuurgisting in  Liefmans en Rodenbach vormt bij beiden vooralsnog een lichtend baken van de authenticiteit. Niet dat Rodenbach al tijdens de Guldensporenslag werd gedronken of bij de overwinning van Karel de Grote op de Longobarden, maar veel  zal het niet gescheeld hebben en gesmaakt werd het ook.

En dus biedt Bierman, omdat vanzelfsprekendheden gevaarlijk zijn, wat weerstand tegenover de arrogante stroom nieuwerwetse bieren, ongetwijfeld een bron van vreugde voor geesten die zich staande kunnen houden in een eindeloos bombardement van goed vermarkte chaos. Niet dat ze geen bestaansrecht hebben, maar bewijzen moeten ze zich alleszins ook. Bierman roept geheel tegendraads en averechts Rodenbach uit tot zomerbier van het jaar. Het is tenslotte het meest verfrissende en smakelijke Oude bier met een stamboom van hier tot in Timboektoe. Bierman gaat twee maanden op vakantie, parkeert daarbij ook zijn hersenen even naast zich in een bokaal, en neemt even rust van de vraag welke nieuwerwetse brol hij nu weer moet bestellen. En elke dag met meer dan een uur zonneschijn, moge er zo vele volgen, drinkt hij een goed gekoelde Rodenbach. Tot eer en meerdere glorie van het dolce far niente, en ook tegen de dorst natuurlijk. Tot in september.

PS: Rodenbach heeft ook een interessante wedstrijd waarmee je een relaxpakket deluxe kan winnen: www.thinkred.be

Lucky Dog: hondenbier


Bierman heeft het geluk dat hij in het huis van een zwarte kat mag wonen die luistert naar de, toegegeven weinig innoverende naam Zorro. Het dier tolereert de aanwezigheid van Bierman doorgaans tamelijk goed en is bereid om bij gelegenheid aandacht aan hem te schenken middels een occasionele blik of een half speelse klauw. Van enige affectie of het projecteren van emoties is geen sprake. De relatie is zuiver economisch: de mens verschaft eten, onderdak en medische verzorging, de kat verschaft de bereidheid deze te aanvaarden. De kat is er namelijk van overtuigd dat mensen geen zelfbewustzijn hebben, wat in heel wat gevallen zondermeer waar is, en handelt daar dan ook volledig naar.
Er bestaan ook huizen waarin geen katten wonen en daar zijn mensen de baas. Soms nemen deze mensen een hond in huis en hoewel mensen weten dat honden geen zelfbewustzijn hebben, projecteren ze vaak toch heel wat gevoelens op deze dieren. Op dat gebied kunnen ze nog heel wat leren van katten. Er zijn ook huizen waarin de hond de baas is maar dat is gewoon zielig.

“Waar gaat dit hier allemaal naar toe?” zo hoort Bierman u al vragen en gelijk heeft u. Bierman had zelf nooit gedacht dat huisdieren het onderwerp zouden worden van zijn bierrubriek, maar nu de zeer gerespecteerde en gerenommeerde Scheldebrouwerij, op vraag van een firma in Brasschaat, een hondenbier heeft bedacht (en blijkbaar niemand dicht genoeg in de buurt stond om hen tegen te houden), is er toch sprake van enige aanleiding, om niet te zeggen provocatie, om over onze gedomesticeerde medezoogdieren te beginnen.
De naam van de desbetreffende vloeistof is Lucky Dog geworden, wat Engels is voor “gelukzak van een hond”. Nu heeft Bierman op zich eigenlijk niets tegen Hondenbier, zeker niet als dit het geluk van de trouwe viervoeter dient te bevorderen. Dieren lusten het en mensen die het ontbreekt aan zelfbewustzijn en, laten we eerlijk zijn, aan zelfrespect kopen het. Bierman wil in dit verband zeker ook geen eenzijdig dysfemistisch discours voeren, hoewel dit tegenwoordig erg professioneel oogt op allerhande fora en blogs. Laat staan dat Bierman in een vlaag van muggenzifterij zelfs maar zou durven stellen dat een bier vergist moet zijn om bier te heten en dat dit bij hondenbier waarschijnlijk helemaal niet het geval is. Hondenbier bestaat en als het later niet meer bestaat zal het ooit bestaan hebben. Bierman is bereid dit te aanvaarden.

Maar toch een kleine kanttekening in de marge, noem het gerust een micro-impuls of een verlegen bijgedachte: Volgens de makers van het hondenbier bevat dit naast mout, vitamineB en toegevoegde extracten van kip en rund ook minerale oliën. http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20120604_194 De laatste keer dat Bieman minarale oliën in de voedselketen is tegengekomen, was bij vetsmelter Verkest, toen die de regering deed vallen na de dioxinecrisis. Bierman kan zich vergissen, maar volgens hem wordt minerale olie in de petrochemische industrie bekomen door de destillatie van aardolie en is dit moeilijk biologisch afbreekbaar in, bijvoorbeeld, een hondenmaag. Ofwel vergissen de makers zich en bedoelen ze mineralen én (dierlijke of plantaardige) oliën. Ofwel is het echt de bedoeling om uw trouwe viervoeter te belonen voor zijn voorbeeldige onderdanigheid met iets van dezelfde familie als diesel en motorolie. Er bestaan wel vreemdere dingen in de wereld, dus Bierman gokt op het laatste. Overigens: mogen dieren die elke dag hun pint drinken na hun dood wel gecremeerd worden? Of bestaat het gevaar dat ze bij leven en welzijn spontaan ontbranden? Gelukzak van een hond.

Eigenlijk wordt het nu pas echt interessant, maar misschien moet u op dit punt zelf maar de fantasie op haar hol laten slagen. Bierman heeft genoeg onzin verteld voor één dag en keert volgende week graag terug het ernstige werk.


Ollekebolleke van de week:


Vloeibare godendrank
Lucky Dog biergeschenk
namens het baasje voor
viervoetertrouw


bevat wel een weinig 
aardoliederivaat
de hond hoest dieselig
in wolkjes blauw