Corsendonk Christmas Ale

Vrede op Aarde aan alle mensen van goede wil, zo zingen de Engelsen wanneer ze het blijde nieuws over Jezus geboorte bij de herderkens brengen. En dus sleept de halve mensheid deze dagen een Kerstboom aan om het Oude Germaanse feest van de Winterzonnewende te vieren, met daar bovenop de overvloedige vreugde van de Katholieke belofte dat geen leven ooit verloren gaat omdat God zélf begaan is met mensen. In Sommige huishoudens speelt daarnaast ook de huiskat een rol die rond deze tijd besluit dat kerstbomen bijzonder interessante objecten zijn om te beklimmen en daarmee is Bierman terug bij Vrede op Aarde en de moeite en de enorme kloof die er soms gaapt tussen theorie en praktijk.

Verder heeft Bierman de gewoonte om in de aanloop naar Kerstmis over toch minstens één Kerstbier te vertellen en voor dit jaar is – geheel willekeurig - de Corsendonk Christmas Ale aan de beurt. Omdat er op de lijst van het Kerstbierfestival in Essen ongeveer 170 Kerst- en Winterbieren opgelijst staan, komt Bierman tot de nederig makende conclusie dat zijn ambitieuze Kerstproject niet kan voltooid worden in één enkele levensspanne. Naast een les in nederigheid, mag dit gegeven ook gerust een bron van vreugde (of bier) genoemd worden alsmede een goede motivatie om het tempo in de toekomst misschien een weinig op te drijven. Maar net als Bierman heeft ook het bier zelf geen haast. De Corsendonk Christmas is bijvoorbeeld al sinds 1998 op de markt en voorlopig kan Bierman geen noemenswaardige evolutie in het recept ontdekken, noch signalen dat het met de productie van dit bier snel zal gedaan zijn.

Het bier wordt gebrouwen door de grote onafhankelijke brasserie Du Bocq (Namen) – die o.m. La Gauloise en Triple Moine in de eigen portefeuille heeft staan. Zoals de meeste Kerstbieren van de eerste generatie combineert ook dit bier een stevig alcoholgehalte met donkere mout, veel smaak en hartverwarmende alcoholtoetsen in de afdronk. Natuurlijk is het zo dat Bierman zijn kerstproject mooi voor zijn pensioen zou kunnen afronden, mocht hij in de eerder aangehaalde de lijst van Kerst- en Winterbieren de exemplaren die aan deze beschrijving voldoen kunnen schrappen. Maar voor wat deze Corsendonk Christmas Ale betreft is het toch vooral de goed opgebouwde smaakevolutie die dit bier tot een van de betere in het genre verheft. Atypisch voor dit soort kerstbieren is de relatief geringe kruidigheid van de Corsendonk. Meer eigentijdse interpretaties van Kerst- en Winterbier durven tegenwoordig experimenteren met wat minder nadruk op mout en kruiden en misschien is daarmee de evolutie ingezet naar blekere sprankelende feestbieren … misschien ook niet.

De Priorij van Corsendonk bestaat overigens niet meer, sinds de Paters Augustijnen er door de overbelichte despoot Jozef II van Oostenrijk werden buiten gesmeten. Maar een paar van de overgebleven gebouwen functioneren onder dezelfde naam tot op vandaag nog steeds als congrescentrum voor de wat beter boerende onderneming.

Zalig Kerstfeest!


Kerstbierfestival Essen op 20 en 21 december: www.kerstbierfestival.be

Oelegems Titsenbier

Bierman heeft altijd begrepen dat het grootste deel van zijn familie afkomstig is van het kleine Kempendorp Oelegem (Oemele uitgesproken), gelegen aan het Albertkanaal, net ten noorden van veel minder tot de verbeelding sprekende gemeenten als Emblem (Emmele uitgesproken) en Ranst (Ranst uitgesproken).  In Oemele woonde tot voor kort legendarisch familielid Nokel Loe die als gepassioneerde duivenmelker ooit met de blote handen een kat doodneep teneinde zijn vliegende prijskampvogels te beschermen. Nonkel Loe moest achteraf wel nog even langs het ziekenhuis voor een bloedtransfusie, maar de familie was alvast toch een straf verhaal rijker. Wel spijtig voor de kat natuurlijk, maar duivenmelkers in de Kempen staan nu eenmaal niet bekend om de kwaliteit van hun conversatie bij filosofische discussieavonden.

De Oelegemse drankencentrale laat sinds jaar en dag een Oelegems Titsenbier brouwen bij de Henegouwse Brasserie Dupont. Het is een mooie illustratie bij het feit dat de meeste drankhandels zijn gegroeid uit kleinere brouwerijen en dat in de volksmond een drankhandel en een brouwer vaak volstrekt inwisselbare begrippen zijn.
De meeste bronnen zijn het er over eens dat het Titsenbier een etiketbier is van La Moinette Biologique en het is inderdaad een feit is dat deze twee bieren er op het eerste zicht hetzelfde uitzien en een vrij zachte smaak koppelen aan een eerder complexe afdronk. Normaal gezien negeert Bierman om voor de hand liggende redenen de markt van de etiketbieren volkomen, maar het Oelegemse Titsenbier is voor Bierman een mooie aanleiding om hier toch een paar woorden aan wijden.

Bierman is steeds van mening geweest dat dit soort onder verschillende namen gebottelde licentiebieren langzaam zouden uitsterven na de ronduit indrukwekkende doorbraak en bijzonder hoge kwaliteit van de Proefbrouwerij in Lochristi en een toenemend aantal gelijkaardige initiatieven, zoals recent bij Palm Breweries. Maar blijkbaar is deze evolutie wel de doodsteek voor alle varianten van Augustijn die in de jaren ’80 op de markt werden gesmeten, maar blijft het wel degelijk mogelijk om goed gemaakte en wat meer bij de tijd zijnde licentiebieren te verkopen, inclusief toegevoegde waarde als bijvoorbeeld biologische oorsprong of bijzondere hopgift. Al bij al zijn er veel ergere dingen om in het glas te hebben dan de zeer goed gemaakte Moinette Biologique, wat voor naam deze ook moge dragen. Maar een weinig duidelijkheid op het etiket zou wel getuigen van een wat meer volwassen houding van de brouwer naar zijn welingelicht publiek toe.


Enig zoekwerk op het wereldwijde web bracht verder aan het licht dat een Tits een totaal gedemodeerd model van strooien hoed, waarvan de finaliteit vandaag de dag zuiver folkloristisch mag heten. Omdat een afbeelding bij de omschrijving ontbrak en omdat Bierman zijn publiek graag correct en volledig informeert, klikte Bierman overigens geheel argeloos ook even op afbeeldingen om vervolgens het woord ‘tits’ op te zoeken. Waarmee meteen is aangetoond dat het schrijven van een Bierman niet zonder gevaren is. Dingen waarvan Bierman het bestaan zich bij leven en welzijn met geen mogelijkheid kon voorstellen bleken plots algemeen en overweldigend aanwezig op het wereldwijde web, … in tweevoud! Het zullen wel littekens voor het leven blijven op het netvlies van Bierman. Tot nut en vermaak van bierminnend Vlaanderen is Bierman evenwel tot veel offers bereid. 

Hertenheer

In een ver verleden heeft Bierman ooit het genoegen gehad te mogen participeren aan de kaartprijskamp van zijn geboortedorp en in zijn latere leven heeft deze ervaring hem meer dan eens geholpen om een kaartavond af te sluiten zonder substantieel financieel verlies. Zoals iedereen weet is Wiezen het enige kaartspel dat bestaat in Midden Brabant en daarbij is een gewonnen spel twee centiem waard en levert elke overslag nog een extra centiem op.  De afschaffing van deze muntstukken zou voor de middenstand misschien voordelig kunnen zijn, maar voor het kaarten zou het een toename van het financieel risico met 250% beteken aangezien er dan enkel met stukken van 5 cent betaald kan worden.
Voor de volledigheid voegt Bierman er nog aan toe dat een “kleine miserie” en “wachten” subtiele vormen van spelbederf zijn waarvan een echte kaarter zich nooit zal bedienen (ongeacht of het toegelaten is of niet volgens de lokale zeden en gewoonten).

Ook de Turnhoutse Hobbybrouwerij Het Nest, draagt het nobele kaartspel hoog in het vaandel. In tegenstelling tot de rest van brouwend Vlaanderen, gaven ze hun bieren namelijk niet de naam van een godvergeten kloosterorde of obscure heilige, meesurfend op de walm van commerciële heiligheid. Hun bieren krijgen namen als Hertenheer, Koekedam, Schuppenaas, Schuppenboer en Kleveretien, … waarbij volgens de berekeningen van Bierman minstens 52 mogelijk namen zijn en daarbij nog wat varianten met de joker. Ook de bekende kaartcombinatie “Dead man’s hand (stout)’ kreeg van Het Nest een eigen bier, maar wie daarover begint kan vlot een paar  Biermannen vol schrijven.
Brouwerij Het Nest heeft alvast begrepen dat er geen betere plaats is om een bier te drinken dan bij het leggen van een kaart. De mogelijke vermindering in prestaties door de consumptie van alcohol wordt zeker in het begin ruimschoots gecompenseerd door een grotere betrokkenheid bij de lage en listen van het nobele kaartspel.

Concreet had Bierman het genoegen de Hertenheer van brouwerij Het Nest te smaken: een blond bier van 6,5 %, met een dikke laag gist op de bodem en een vanillegele hapklare schuimkraag die na het schenken langzaam overgaat in een berg-en-dal structuur. Het bier is zeer stevig gehopt volgens de klassieke methode en komt uit op 85 EBU (het staat gewoon op het etiket! Waarom zet niet iedere brouwerij dit gewoon op het etiket! Als brouwerij Het Nest dit kan, dan moet de rest dit toch ook kunnen?). EBU staat overigens voor European Bitterness Unit. Ter vergelijking: het tot voor kort als extreem bitter bekend staand Orval komt uit op 42 EBU.
Bij dit soort hoge EBU getallen is het voor een brouwer erg moeilijk om evenwicht te bewaren. Kort na het schenken van de Hertenheer overheerst de bitterheid dan ook heel nadrukkelijk, noem het gerust een explosie van smaak en geur na het ontkronen van een fles, maar na korte tijd vloeien de smaken wat meer in elkaar tot een harmonieus geheel. Bierman beschouwt dit blonde bieren van hoge gisting met een relatief lage densiteit als een van de moeilijkste biersoorten om helemaal goed te brouwen. Het is vrij eenvoudig om een snel verschralend blond abdijbier op de markt te brengen dat het vooral goed doet op de VIP-tent van een cyclocrosswedstrijd, waar smaak en koers wat minder belangrijk zijn. Maar deze Hertenheer heeft een eigen bittere smoel en doet verder alles goed, wat toch wel een niet geringe prestatie mag heten.


De Hertenheer heeft Bierman niet enkel gesmaakt, maar ook het verlangen in hem doen ontwaken om ook de andere bieren van Het Nest bij gelegenheid te proberen. Liefst op de kaartavond van Nordkempus of zo.