Vaarwel Rodenbach

Omdat Bierman geen Bierman is geworden om genuanceerd en met kennis van zake over bier en bierdingen te spreken, aarzelde hij - bij het horen van het bericht dat de brouwerij van Palm zal oplossen in de Nederlandse Bierfabriek Bavaria (trotse makers van Lidl-Pils) – wederom geen seconde om zijn mening onverkort en ongevraagd ten berde te brengen: Palm Breweries is dood en de Nederlanders hebben haar vermoord.

Nochtans kan Bierman niet echt kwaad zijn op de Nederlanders die er voor de gelegenheid in slagen een echte brouwerij over te nemen. Ze doen wat in hun natuur ligt en de natuur is nu eenmaal hard en onverbiddelijk. En hoewel de mensen achter Palm vaandelvlucht plegen door de boel in vreemde handen te geven, heeft Bierman ook wel waardering voor de niet onaanzienlijke inspanningen die ze zich doorheen de jaren getroost hebben om het bier in leven te houden. De ‘Craft’  die enkele jaren geleden in de naam van de brouwerij werd opgenomen was meer dan een trendy label en resulteerde wel degelijk in enkele mooie innovaties.  Maar zoals Bierman reeds eerder schreef, zijn heldere amberbieren gewoon verder geëvolueerd terwijl Palm en Koninck zijn blijven stilstaan – met of zonder Craft. Wie meervoudig wereldkampioen ‘La Rousse’ van Brasserie du Mont Blanc heeft geproefd weet waarover het gaat. En dus gaan samen met de gewoontedrinkers van de naoorlogse Pale-Ale’s uiteindelijk ook de naamgevende brouwerijen zelf ten onder. Voor De Koninck wachtte een eervolle doorstart bij de meesterbrouwers van ’t Moortgat. Voor de wat zoetere Palm wacht de Lidl.

Wat Bierman de heren en dames van Palm Craft Breweries echter wel erg kwalijk neemt is het feit dat samen met de Brabantse trekpaarden ook de Brugse Brouwerij ‘De Gouden Boom’, het Roeselaarse brouwmonument Rodenbach en (hoewel dit nergens vermeld wordt) ook de Geuzestekerij van Boon mee op de schopstoel gaan. Naar mening van Bierman verloren Zowel Rodenbach als Boon overigens de afgelopen jaren al merkbaar aan kwaliteit. Waarbij de Rodenbach een weinig zuur inleverde om een breder publiek aan te kunnen spreken terwijl bij Boon hetzelfde gebeurde om de productie te kunnen verhogen.

Het feit dat een monument als Rodenbach nu in Hollandse handen zit, is een gevolg van een wat langere ketting van goedbedoelde vergissingen, waar uiteindelijk de bierliefhebber het slachtoffer zal te worden. Maar het feit dat Bavaria het nodig vindt om uitdrukkelijk te vermelden dat ze vooralsnog niets aan het productieproces van hun nieuw verworven bieren zullen veranderen is in de wereld van Bierman een erg onheilspellende uitspraak. Als alles verandert, dan ook het bier. Misschien wordt Rodenbach wel ingehaald door de nieuwe foeders van Petrus, die vorig jaar wel compromisloos voor kwaliteit zijn gegaan. Goed bier zal altijd toekomst hebben.

Rest Bierman nog af te sluiten met een boutade: het huwelijk tussen Bavaria en Rodenbach is even grotesk als het schrappen van de Muur van Geraardsbergen uit de Ronde Van Vlaanderen. Ergens moet iemand er geld mee verdiend hebben, maar wie langs de kant staat is alleen maar een verliezer. 

Rodenbach Caractère Rouge Limited Edition

Net zoals de seizoenen langzaam in elkaar overvloeien, gaan ook veranderingen in de bierwereld doorgaans iets te traag om echt zichtbaar te zijn voor het menselijk oog. Wie zich rustig laat meedrijven met wat brouwers groot en klein aanbieden heeft amper door dat smaken en brouwprocessen voortdurend in evolutie zijn. Wie daarentegen even niet oplet zal vaak versteld staan van wat er allemaal aan bieren en brouwstijlen zijn verdwenen en bijgekomen. En dat, zo kan Bierman enkel vaststellen, is goed.

De in 2011 ontwikkelde Rodenbach Charactère Rouge Limited Edition is in dit alles een buitenbeen. Het bier staat volledig haaks op elke andere evolutie die momenteel bezig is in Bierland. Het is een poging van de brouwer om het best mogelijke bier te maken gebruik makend van de voorhanden zijnde grondstoffen en vooral van de zeer uitgebreide vakkennis van de brouwerij. In de praktijk komt het erop neer dat een afgewerkt en in de klassieke eiken foeders van de brouwerij gerijpt bier, gedurende zes maanden in contact komt met krieken, frambozen en veenbessen. Maceratie of ook wel ‘koude extractie’ heet dit proces, waarbij een lichaam (vruchten) in contact komt met een vloeistof (bier) en daarbij eigenschappen zoals kleur en smaak overgeeft zonder zelf volledig op te lossen (de vruchten worden achteraf wel uitgefilterd natuurlijk). Er is hierbij  geen sprake van gisting of andere werking van enzymen.  Maceratie is dus een zuiver fysisch proces, terwijl gisting of vertering ook een chemische component heeft. De Charactère Rouge is dus een bier, maar ook een maceraat en combineert de beste eigenschappen van beiden.

Gemiddeld genomen variëren de meningen bij bierliefhebbers over dit bier van uiterst positief tot schuimbekkende extase en ook Bierman mag heel wat mensen tot zijn vriendenkring rekenen die hem met enige regelmaat vertellen hoe waanzinnig verfijnd dit bier is. Door de complexe brouwwijze en het langdurige contact met hout en vruchten toont het bier erg veel verfijnde aroma’s. Naast de milde bitterheid van het bier, resulteren de gemengde gisting in de foeders in een weinig zuur en de restsuikers in het fruit in een weinig nadrukkelijke zoetheid. Geen van deze drie smaken domineert evenwel waardoor de aroma’s zeer goed tot ontwikkeling komen. Voor mensen met een verfijnd smaakpalet, een voorliefde voor rode vruchten en/of een goede kennis van complexe wijnen is de Charactère Rouge zondermeer een moeilijk te overtreffen bier.

In alle eerlijkheid moet Bierman opbiechten dat hij nooit of te nimmer vrijwillig frambozen eet om dat de smaak daarvan eigenlijk vuil is. Patisserie met een verborgen krieken- of bessenvulling is voor hem steeds een teleurstelling. Bovendien gaat zijn voorliefde uit naar nadrukkelijke smaken, stevige bitterheid en samentrekkende zuurte. Hoewel de kwaliteiten van dit bier dus overduidelijk en overweldigend aanwezig zijn, sluit Bierman zich noodgedwongen aan bij de occasionele stem die zegt dat het eigenlijk ook wat weg heeft van een wat meer neutrale frambozenlimonade. De kern van het probleem ligt natuurlijk bij Bierman zelf die geen complexe aroma’s kan herkennen en waarderen, maar dat is een eigenschap die voor een groot deel ook  aangeboren is en waar hij ondertussen mee heeft leren leven.

Rest Bierman nog te stellen dat de Charactère Rouge 7 % alcohol bevat en gezien zijn aard en samenstelling volstrekt ongeschikt is om gedachteloos te consumeren in grote hoeveelheden. Maar dat is iets dat geldt voor alle bieren die de moeite zijn om te drinken.

Schieve Tabernak

Iets zinvol zeggen over de Schieve Tabernak van de nieuwe Brusselse brouwerij De La Senne moet zowat de grootste uitdaging zijn waar Bierman al voor gestaan heeft. In de eerste plaats omdat hij het bier rechtstaand vermocht te proeven op de koude koer van het Vlaams gemeenschapscenter Elzenhof bij het brouwen met de gasten van Malt en Mout. In alle eerlijkheid kan Bierman met geen mogelijkheid meer zeggen hoe dit bier smaakte. Het enige dat nog een beetje bij is gebleven is de eerder bleke kleur en hagelwitte schuimkraag die vaker voorkomt wanneer ongemoute granen gebruikt worden (in dit geval rogge). Een paar keer klikken op het wereldwijde web maakt duidelijk maken dat de Schieve Tabernat een complex bier is waar veel smaken in samenkomen. Maar voor wie alle smaken van wat meer complexe bieren wil ervaren zijn nu eenmaal warmere temperaturen en grotere aandacht een absolute noodzaak. Overigens was het bier wel lekker, verfrissend en dorstlessend, wat toch ook geen onbelangrijke eigenschappen zijn.

Een tweede obstakel op het pad naar een samenhangende bespreking is het verhaal achter dit bier. De brouwers van De La Senne hebben een aantal titels in eigen beheer en brouwen daarnaast nog voor een aantal bevriende microbrouwerijen. De Schieve Tabernak maken ze in samenwerking met de Canadese brasserie Trou Du Diable. Het prachtig vormgegeven etiket in de tradities van de Senne, geeft zijn betekenis niet meteen prijs. Afgebeeld staat een priester die gezeten in een scheef tabernakel het schielijk overlijden van een duivel beweent terwijl het heilig sacrament rondom hem op de grond gestrooid ligt en buiten een apocalyptisch onweer woedt. Voorwaar een satanistisch visioen van het brave en veilige soort dat Bierman doet denken aan de monumentale roman ‘Là-Bas’ van Joris-Karl Huysmans.  Verder betekent een Schieve Architect in de Marollen gewoon een complete prutser, waarbij verwezen wordt naar de ‘chief’ architect van het Justitiepaleis die de helft van de buurt sloopte om zijn project te realiseren. Ook “Tabernac” staat sinds jaar en dag geboekt als een Canadees krachtwoord. Dus misschien is de naam van het bier wel een dubbele vloek waar zelfs de duivel van plat gaat. Maar hoewel Bierman gediplomeerd theoloog is, slaagt hij er verder niet in om kop of staart te krijgen aan de allegorische voorstelling op het etiket. Waarschijnlijk ontbreekt hem een cruciaal element dat in de binnenstad van Brussel tot het collectieve geheugen behoort. Benieuwd of iemand hem uit zijn onwetendheid kan verlossen.


Rest Bierman nog te zeggen dat voor wie in Brussel is en even wat minder zin heeft in een zure Gueuze, de brouwsels van De La Senne een smakelijk alternatief bieden, waarbij de heren brouwers bovendien nog heel wat moeite doen om de ziel van de stad op een hedendaagse manier in de fles te krijgen. Een stad zonder brouwerijen is een dode stad.