Vandeoirsprong

Bierman herinnert zich nog dat hij op een mooie zomerdag in Augustus van dit jaar, bij onze noorderburen een uiterst aangename fietstocht van een klein uur mocht ondernemen vanuit de Abdij Onze-Lieve-Vrouw van Koningshoeven – voor velen beter bekend onder de naam La Trappe – naar de veel minder bekende brouwerij Vandeoirsprong.

De naam van deze kleine brouwerij verwijst naar het onooglijke boerengat Oischot waar het nog goed is om wonen en de geneugten van de moderne tijd zich nog niet noodzakelijk en onverkort doorgezet hebben in alle lagen en plooien van het burgerlijke leven. Een van de indrukwekkendste gebouwen van het dorp is het voormalige klooster van de Zusters Karmelietessen, dat momenteel dienstdoet als bejaardentehuis. Daarnaast is er dus ook de oude brouwsite van brouwerij de Kroon alwaar reeds sinds 1682 een brouwerij staat.
Het bier van de Kroon was lange tijd een begrip in de ruime regio, maar onderging uiteindelijk in 1996 toch het lot van tal van andere familiebrouwerijen. De brouwerij werd overgenomen door Bavaria en korte tijd later gesloten. Iets wat voor het dorp een eerder traumatische ervaring moet zijn geweest. Geen nood echter. De site werd door de oude brouwer verder onderhouden en uiteindelijk ontstond er een kans om een doorstart te maken als onafhankelijke brouwerij. Momenteel zijn er in de oude gebouwen van de brouwerij wederom een horde enthousiaste brouwers actief die onder de naam ‘Vandeoirsprong’ een ruim assortiment van vaste en occasionele brouwsel op de wereld loslaten.

Voor iedereen die bij gelegenheid wel eens de buren van LaTrappe bezoekt en daarbij wat overrompeld wordt door de gezellige toeristische drukte aldaar (La Trappe is met voorsprong de meest commerciële van alle Trappisten), vormt een korte tussenstop in Oischot een welkome verademing. Het dorp ademt sfeer uit, de oude gebouwen zijn nog toegankelijk als bijzonder interessant brouwerijmuseum en het ruime assortiment huiseigen bieren in het degustatielokaal (compleet met onvermijdelijke bitterballen) maken de beleving compleet.

Klassiek voor beginnende brouwerijen is het wat al te ruime aanbod van verschillende bieren, waardoor het merk van bij het begin wat te weinig eigen smoel krijgt. Daarnaast stonden enkele van de jongere brouwsels nog niet helemaal op punt, waarbij vooral de zeer nadrukkelijke gistsmaak opvalt. Het is overigens een wat jammere trend bij beginnende Craftbrouwers om ook minder gelukte brouwsels te verkopen in de hoop dat voldoende mensen het bier willen uitproberen. Voor een opstartende brouwerij is dit op zich niet onoverkomelijk. Maar hier zou natuurlijk wel snel beterschap moeten komen want uiteindelijk telt toch vooral wat er in het glas zit en daarbij is er bij Vandeoirsprong nog wat marge naar boven. Wat overigens in het geheel niet wegneemt dat Bierman met veel genoegen een nieuw bezoek aan de brouwsite zou maken wanneer hij nogmaals in de omgeving langskomt.

http://vandeoirsprong.nl/




Ladbykongengs Ol Porter

Ergens op een uithoek van het Deense eiland Funen ligt er al iets meer dan een millennium een grafheuvel van een Viking koning. Om daar te komen is het vanaf de hoofdweg, die het eiland in twee snijdt, ongeveer een half uur hossen over onregelmatige wegen, door eindeloze graanvelden en doodsaaie dorpen van volstrekt identieke prefab. Zelfs de kerken en vakwerkhuizen in de streek lijken gebouwd door iemand die een breincrisis zou krijgen van één enkele Oer-Vlaamse Spaanse Villa waarmee de lintbebouwing van ons land zo graag uitpakt. Zo niet in Denemarken, waar alles veilig rond de kerktoren ligt. Het is allemaal een slag kleiner en inspiratielozer in deze tuin van Denemarken waar buitenlandse nieuwlichterij niet gewenst is.

Maar dus op het einde van een dodelijk saaie rit, ergens tussen twee dodelijk saaie korenvelden in, duikt plots het kleine museum van de Ladby op. In dit museum zelf is de bescheiden maar heel mooie collectie gebruiksvoorwerpen bijzonder interessant. Maar de eigenlijke reden om naar Ladby te reizen blijft natuurlijk de grafheuvel, die een honderdtal meter voorbij het museum de zachte bocht van de baai overschouwt.  De heuvel is lange tijd met rust gelaten, maar werd in vooroorlogse tijden toch volledig afgegraven. Daarbij kwam aan het licht dat de dode koning, waar verder zo goed als niets over geweten is, werd begraven in een 21 meter lange Drakar. Voor de volledigheid werden nog elk paarden en wat honden mee geofferd om mee te spelen in het Walhalla. Zeer kort na de begrafenis (de houten balken die de binnenkant van de boot afschermde waren nog niet vergaan) is het lijk van de koning weggehaald. Hij ligt er dus niet meer, alleen zijn boot en zijn paarden blinken grijs en bruin onder de betonnen koepel die over het geheel werd gegoten om alles er terug als een grafheuvel te laten uitzien. Het is een huiveringwekkend mooi schouwspel.

De omgeving van Ladby, met zijn zachtlopende hellingen rond de heuvel tot in de baai, zijn voorwaar een lieflijke plek waar het goed toeven is. Misschien was de Ladby koning wel een goeie mens en waren zijn onderdanen gelukkig en tevreden. Naar het schijnt hadden de Vikings van weleer ook iets van beschaving opgebouwd en in Ladby is Bierman geneigd te geloven dat dit nog waar is ook. Overigens ligt in de baai een replica op ware grote (en vooral met ware kleuren) van de Drakar van de Ladbykongen. In de kelder van het museum ligt dan weer een wat minder geslaagde versie met paardenlijken en opgebaarde koning in beschilderde plaatser.

Maar Bierman zou Bierman niet zijn, moest hij ook niet iets schrijven over bier. Dus bij deze: er bestaat een Ladbykongens bier (Ol). Bierman dacht altijd dat Vikings mede dronken in het Walhalla, maar om een of andere reden vinden de Denen dat alle bier in Denemarken zwart zijn. Dat is blijkbaar het toppunt van mannelijkheid of zo. En dus is het Ladbykongens bier een wat anonieme Porter geworden. Porter heeft even weinig met Denemarken te maken als Spaanse Villa's, dus waarom de Denen vinden dat hun land met deze bieren moet overspoeld worden is Bierman een volslagen raadsel. Het bier wordt verkocht in het museum en staat dichter bij een plaasteren paard dan bij de Vikingkoning van weleer wiens naam het draagt en wiens bestaansreden het ontleent. Bij een volgend bezoek brengt Bierman dan ook liever zelf zijn Barbãr mee om de dode koning die met schip en al begraven werd te eren. 

Overigens bleek na eenvoudige navraag de echtgenote van Bierman niet bereid om hem na zijn dood onder een grafheuvel in een boot te begraven tussen een handvol paardenlijken. Misschien moet Bierman maar een crowdfunding in die richting beginnen. Een roeiboot en wat kleine huisdieren die een natuurlijke dood gestorven zijn moet zeker tot de mogelijkheden behoren.



Heineken H41 “Wild Lager”

Een beeld van de EBBC 2016: Bierman (L) met Master Heineken  Brewer Willem (M) en Tom (R)
Bierman kan zich voorstellen dat bierliefhebbers in allehande vormen en maten zich vrolijk maken over het feit dat hij meer dan anderhalve zin aan pilsfabriek Heineken spendeert. Het is tenslotte een bier met een kwalijke reputatie dat gekenmerkt wordt door een bijna problematisch lichte body en vlakke smaak. Een doordrinkbier met andere woorden, gemaakt in 28 dagen, met kwetsbare plooiersgist waarmee zelf horizontaal moet gebrouwen worden omdat hij de druk niet aankan. Wie niet opgegroeid is met Heineken of boven de moerdijk woont, heeft eigenlijk weinig houvast aan dit bier.

Onder druk van de Craftbieren, die vooral in landen waar een Pilsener Monocultuur bestaat lelijk huishouden (een situatie die eigenlijk door multinationale brouwers zelf mee in de hand is gewerkt) voelt Heineken voor het eerst sinds het begin van de jaren ’90 de nood om met het merk te innoveren. Een eerste worp is de Heineken Extra Vers/Extra Fresh. Het gaat hierbij gewoon om Heineken in papierwikkel die volgens de ISO-normen de koude keten niet verlaat. Dat zou interessant kunnen zijn voor elk ander bier dan Heineken, maar verder gaat het vooral om wat doorzichtige marketing.

De tweede worp daarentegen, de Heindeken H41, is beduidend interessanter omdat hier wel met de basisformule van het bier wordt gerommeld en omdat er een mooi verhaal achter steekt. Volgens de legende komen de twee oorspronkelijke koude giststammen waarmee alle pilsbieren in de wereld gemaakt worden niet meer in het wild voor in Europa. Concreet gaat het om de exclusieve Heineken variant en de universeel gebruikte Carlsberg Variant van een moedergist uit de Spaten Brewery in Munchen. Deze moedergist gedijt op loofbomen boven de 1500 meter hoogte en dat soort wouden zijn in de Oude Wereld ondertussen volledig verdwenen.
Diego Libkind, een Argentijnse Microbioloog herontdekte deze giststreng echter in een gelijkaardig bos in Patagonïe en doopte hem om tot de Saccharomyces Eubanyanus. Het verhaal specifieert nog dat Libkind dit deed toen hij tijdens een ontspannende trektocht uit verveling tegen een vrucht schopte en plots alcohol rook (iets wat Bierman soms ook overkomt, maar om geheel andere redenen). Of het waar is, maakt eigenlijk niet uit, het is een prachtig verhaal dat alleen daarom de moeite waard is om verteld te worden.

De brouwers van Heineken domesticeerde deze gist en gingen ermee aan de slag tot ze uiteindelijk uitkwamen bij de Heineken H41 (genoemd naar de breedtegraad waarop de Gist werd gevonden). Overigens worden er tegenwoordig – nu men weet waarnaar te zoeken - met enige regelmaat nieuwe cryotolerante gisten ontdekt in andere hooggelegen loofwouden in de wereld. Het proces om deze gisten brouwklaar te maken is zeer arbeidsintensief en tijdrovend, maar niets sluit uit dat Heineken later nog met pakweg een H93 of H12 variant op de proppen komt.
De H41, het uiteindelijke, en voorlopig enige, resultaat van dit hele proces is een relatief herkenbare variant van Heineken met beduidend meer kleur en heel wat toegevoegde complexe en subtiele smaken. Een duidelijke maar ook veilige veredeling van de klassieke Heineken. En daarmee heeft Heineken bereikt waar het hen eigenlijk om te doen was: ze horen weer tot de wereld van de echte brouwers.

Voor de volledigheid voegt Bierman er nog aan toe dat de makers van de H41 beweren dat het hier om een geheel nieuwe biersoort gaat. Naast de spontaan-, hoog-, laag- en gemengd-gistende bieren, gaat het bij de Patagonische variant om een (ook op microbiologisch niveau) unieke wilde lage gisting en dus om een nieuwe biersoort, “Wild Lager”, waarvan er voorlopig één variant bestaat. Bierman kan niet anders dan ze gelijk geven, alleen al omwille van de tijd en moeite die ze erin hebben gestoken om dit te bedenken.