Trappistes Rochefort: Triple Extra (1920 – 2020)

De afgelopen decennia hebben in ons klein bierland talloze kloosters en abdijen de deuren moeten sluiten. De secularisatie zal daar zeker iets mee te maken hebben, maar als verklaring lopen dit soort toogtermen toch meestal even hard vast als George R.R. Martin in zijn Game of Thrones. Voor ieders gemoedrust zal Bierman het er maar op houden dat de dwingende eis voor iedere jongere in onze maatschappij om zichzelf ten volle te realiseren grotendeels de weg afsluit naar een leven in gemeenschap en broederlijke / zusterlijke verbondenheid. Het oude woord van Paulus: ‘Met Christus ben ik gekruisigd. Ik leef niet meer maar Christus leeft in mij. (Gal2,20) lijkt onbegrijpelijk gebrabbel in de ogen van de moderne mens terwijl die hoogdringend naar zichzelf op zoek is op de meest onbereikbare plaatsen.

Dit alles overigens maar op te zeggen dat ook de Achelse Kluis, een telg uit de familie van cisterciënzers van de strikte observantie, sinds dit jaar geen paters meer telt en er daar dus officieel geen Authentic Trappist Product meer mag worden gebrouwen. Het Achelse bier, dat eigenlijk nog maar twee decennia bestaat, blijft wel verder ongewijzigd op de markt onder supervisie van de abdij van Westmalle. De vraag is dus of het verdwijnen van dit label een groot gemis zal zijn, los van een kleine krimp in de internationale export.

Maar niet getreurd! Van nature zijn paters geen pessimistische mensen en dus werden geen grafredes gehouden en doodsprentjes gedrukt bij het schielijk overlijden van de Achelse kluis. Vertrouwend op de Geest, die een immer uitstromende bron van genade is, zet de gemeenschap van Trappisten haar gang door de geschiedenis onverstoord verder. Het is ongetwijfeld met die ingesteldheid dat de Abbaye Notre-Dame de Saint-Remy in Rochefort recent een heel nieuw bier onder de doopfond hield: de Rochefort Triple Extra. Officieel gaat het om een oud recept uit 1920 dat terug op de markt wordt gebracht, maar Bierman heeft geleerd dat elk bier een verhaal moet hebben, dus mag ook dit nieuwe bier van hem gerust een aura van degelijkheid en ambacht meekrijgen van bij de geboorte. Belangrijker is evenwel dat ze daarmee in Rochefort voor het eerst in een eeuw terug een blond bier brouwen en dat mag – voor wie de plakkerige donkerbruine gerstenwijnen van de abdij een beetje kent – best wel een opmerkelijke prestatie genoemd worden. Het bier zelf heeft 8,1 % alcohol, een heel mooie bijna pastelgele (wat gesluierde) kleur en dankzij een gulle gift van kruiden en sinaasappelschil een heel uitgesproken citrussmaak en afdronk.

De Triple Extra is daarmee een aangenaam en zomers bier geworden dat de bijzondere verdienste heeft dat het een herkenbare smoel  heeft in het leger aan Trippels dat momenteel al op de markt is. Wat overigens niet wegneemt dat het bier in de hiërarchie van de abdij eigenlijk dichter bij een alcoholisch glas appelsiensap zit dan bij de Rochefort 12 (maar slechts weinig bieren blijven overeind naast dit monumentale bier). Bierman kijkt er alvast naar uit straks, als het tijdgewricht gekanteld is, een grote slok schuimende Triple Extra te nemen op een zonovergoten terras temidden van zijn vrienden en studenten. Zelfrealisatie kent vele vormen en de meeste daarvan zijn dicht bij huis.

N’ice Chouffe

De exacte nomenclatuur van ons klimaat zal ondertussen wel wat opgeschoven zijn, maar op school heeft Bierman altijd geleerd dat ons Belgenland gebukt gaan onder een wintervochtig warm gematigd klimaat. Dat is natuurlijk behoudens de kleine ijstijd van de 16e eeuw die door Pieter Breughel zo magistraal in zijn schilderijen vereeuwigd werd. “Zijn penselen boorden gaten in de tijd” zegt Wannes van De Velde hierover en wie is Bierman om hem daarin ongelijk te geven?

Mogelijk zal de opwarming van de aarde er weldra voor zorgen dat Moesson, Mistral en Koude Golfstroom begrippen worden die betrekking hebben op de Kalmthoutse Heide, maar in afwachting daarvan kennen we in Vlaanderenland dus nog steeds een systeem met vier seizoenen die elkaar in een geruststellend voorspelbaar ritme afwisselen: lente, zomer, herfst en winter.

Voor Bierman is dit alles alvast een goede gelegenheid om op te merken dat twee weinig in kaart gebrachte gevolgen van de klimaatopwarming erin bestaan dat de Vier Seizoenen van Vivaldi moeten herschreven worden tot ‘nat en droog seizoen in d-mineur’ en dat Brasserie D’Achouffe in Wibrin haar assortiment seizoensbieren zal moeten aanpassen, waarbij jammer genoeg de winter – zoals dat gaat bij klimaatkrissen - het eerste slachtoffer zal zijn.

Voor de volledigheid geeft Bierman eerst nog even mee dat het zomerbier van de Brasserie luistert naar de naam Chouffe Soleil en dat de Chouffe Bok 6666 een traditionele Herfstbok is naar Hollands model. Een specifiek lentebier hebben ze niet echt in de aanbieding maar misschien vinden de Chouffebrouwers net als Bierman dat de lente het meest overbodige seizoen van de vier is met haar gênante samenraapsel van onvervulde beloften, de leugen van de eeuwige jeugd en vooral die  verwarrende mix van romantiek en voortplanting waar niemand wat mee kan aanvangen. Of misschien moet gewoon de Chouffe Blanche dat seizoensvormige gat opvullen met een verwijzing naar bergwandelingen, skivakanties en ander vermoeiend vertier.

 Het zijn allemaal wat uitgesponnen overwegingen die Bierman uiteindelijk brengt bij de kern van de zaak: de N’ice Chouffe, het winterbier van de Brasserie. Kwalitatief is dit bier duidelijk van een hogere orde dan haar zusters met een stevige basis van alcohol en een genereuze gift van vorstbestendige kruiden die de aders opentrekken en het bloed wat sneller doen stromen. Zelf beveelt de brouwerij aan om het bier te drinken tussen half oktober en half februari, maar voor wie net als Bierman de lente liever overslaat lijkt het beter om op een mooie vroege meiavond - als de wind keert en mist gaat liggen en net achter de kim de volheid der dingen lonkt - om dan gewoon de N’ice Chouffe weer even te laten staan en de eerste Chouffe Soleil van de zomer uit te schenken. Moge onze jaren talrijk zijn en onze winters steeds lang en koud!

Lupulis Hibernatus (en Zalig Kerstfeest)

Nostalgie is de motor van zowat elk menselijk handelen (behalve dan voor kinderen en andere mensen zonder verleden natuurlijk). Zelfs onverdachte spitstechnologie als ruimtevaart is eigenlijk niet meer dan het lanceren van communicatiesatellieten omdat elke mens nu eenmaal eenzaam is, het zoeken naar ijsklompen die uit de Kuiperbelt zijn verstoten en waarin misschien de bouwstenen van ons leven zitten en het tevergeefs zoeken naar signalen van anderen – lichtjaren ver.

In de winter is het koud en donker en daalt de weemoed als nevel neer over de wereld. Dingen die energie geven, zoals zonnepanelen of een goed gesprek, leveren amper nog iets op. Zonder het warme deken van de melancholie zou de mens zich naakt en kwetsbaar in een onverschillig universum geworpen weten. Wat ons onderscheidt van een steen uit de Kuiperbelt, wat ons doet overleven, is het feit dat we het verleden bezitten, verhalen vertellen, een visioen over een betere toekomst hebben. Kerstmis bijvoorbeeld, het verhaal van een kind, geboren in een kribbe dat weerstand biedt tegen mensen met meer macht dan verleden. Het is het verhaal van de unieke geboorte van bevrijding en vervulling in de geschiedenis. God die trouw verbonden blijft met de schepping, ‘no matter what’.

Ook onze landelijke brouwers trachten wat lucht te blazen onder het Spleen, die fluwelen bedsprei die warmte geeft maar net iets te weinig zuurstof doorlaat, door elke winter een speciaalbier uit te brengen. Bierman is niet onverschillig voor de ironie dat de namen van hun gebruikelijke assortiment aan bieren meestal niet religieus genoeg kunnen zijn, maar dat kerstbieren tegenwoordig veel zeldzamer zijn winterbieren. Dat ligt natuurlijk aan het feit dat Kerstbieren maar goed verkopen tot 25 december, terwijl de winter dan eigenlijk nog moet beginnen. Zelfs naakt voor de eeuwigheid, blijft een brouwer toch in de eerste plaats een ondernemer.

Omdat de Weltschmerz ook greep begon te krijgen op Biermans gemoed (of was het dorst?), was hij enkele dagen geleden wat oudere teksten aan het nalezen. Daarbij merkte hij dat hij in december 2016, exact vier jaar geleden, de belofte heeft gedaan om Lupulus Hibernatus bij gelegenheid aan een nader onderzoek te onderwerpen. Een belofte die hij bij deze met graagte nakomt (met een oprechte verontschuldiging voor het wat laattijdige karakter).

Lupulus is de Latijnse naam voor Hop (en ook een beetje voor wolf) en wordt sinds 2008 gebrouwen in het uiterste zuiden van de provincie Luxemburg. Het bier wordt volledig afgevuld op magnumflessen (75 cl) en vooral verkocht in het buitenland. De gewone Lupulus Blonde is een tripel waarvan Bierman zich herinnert dat hij prettig bitter is maar ook uitermate complex en verfijnd (iets met bloemen). Een prachtig bier om te degusteren (bijvoorbeeld bij een zomers bezoek aan de processie van Echternach - een steenworp verder), maar iets te druk om regelmatig te drinken.
De Lupulus Hibernatus is het winterbier van de brouwerij, wat Bierman kan afleiden uit de betekenis van de Latijnse naam en het feit dat ‘Bière d’ hiver’ op het etiket staat. De makers vermijden het om het bier een Stout te noemen, maar gelet op de kleur en het gebruik van zwartgeblakerde mout zou dat wel een terecht etiket zijn. Het bier is dan ook zwart als de nacht met een romige bruine schuimkraag en bijna 10 graden hartverwarmende alcohol. Er wordt wat kaneel gebruikt bij het brouwen, maar geheel trouw aan hun naam is het toch vooral een bitter bier geworden. Proefondervindelijk en in een vlaag van moed en zelfopoffering, heeft Bierman de Lupulus Hibernatus op twee verschillende temperaturen gedronken. Een keer in T-shirt en korte broek, buiten op zijn terras bij een lichte vriestemperatuur en aansluitend binnen bij het haardvuur naast de Kerstboom (het bier zelf was vanzelfsprekend telkens op ideale keldertemperatuur, bovenstaande was een kleine plaagstoot van Bierman om wat winterse demonen te verdrijven). Bierman kan bij deze plechtig verklaren dat het bier in alle omstandigheden moeiteloos overeind blijft. Zeker iets om in huis te halen bij een lange winteravond dus (aangezien vrienden tot nader orde nog steeds verboden zijn).

Kortom: Kerstmis brengt redding, maar bier geeft troost en dus rest Bierman alleen nog om alle brouwers van Kerst- en Winterbieren te bedanken om hem, en bij uitbreiding de hele mensheid, door de winter te sleuren en vooral om u - beste lezers - een Zalig Kerstfeest toe te wensen. Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil!