Alweer het einde van het bierseizoen

Bierman gaat er weer even van tussen, maar keert in oktober graag terug.

Kompaan

Afgelopen zomer smaakte Bierman het genoegen om in Amsterdam deel te kunnen nemen aan de European Beer Bloggers Conference, alwaar hij met academische ernst en toewijding het brouwwezen bij onze noorderburen van naderbij leerde kennen. Ieder die bij gelegenheid wel eens om professionele redenen aan een congres deelneemt, kan zich waarschijnlijk moeiteloos voorstellen hoe zwaar het moet zijn om niet enkel de vele toespraken met intellectuele toewijding en aandacht te volgen, maar daarenboven ook nog eens noodgedwongen het eigen lichaam in de strijd te moeten smijten en talloze bieren met de grootst mogelijke inzet van alle zintuigen te degusteren. ‘Arme Bierman’, zo hoort Bierman u reeds denken, maar bij dit ingebeeld geluid kan Bierman niet anders zeggen dan: ‘Nee!’. Wie zich dienstbaar kan stellen aan de verzamelde bierschare, wie het volk mag verheffen uit onwetendheid en het vuil moeras van middelmatig bier, die voelt enkel vreugde bij het drinken van het volgende glas van alweer een nieuwe brouwer. Nee! De plicht riep in Amsterdam afgelopen zomer en Bierman heeft ze met moed en zelfopoffering vervuld.

Een van de meest opmerkelijke brouwers die deze zomer in Amsterdam de revue passeerden waren de twee gezellen van brouwerij Kompaan. “Keep your friends close, and Kompaan closer!” zo wisten deze vriendelijke jongemannen mij te vertellen en na het proeven van enkele van hun bieren wordt duidelijk dat er tegenwoordig heel wat slechter advies rondgaat in de wereld. In tussentijd heeft de brouwerij overigens niet stilgezeten en momenteel staat er van hen in een kleine jachthaven in Den Haag een volledig industriële brouwerij met een jaarvolume van 8000 Hectoliter en tien medewerkers. En daarbij hoort meteen ook een Beer Bar met twintig bieren van de tap. Dat maakt van Kompaan een typisch hedendaagse Nederlandse brouwerij. Omdat er bij onze noorderburen niet veel was om op terug te vallen, groeiden tal van piepjonge en kleinschalige Craft-Brouwerijen aldaar uit tot grote professionele biercentra die lokaal uiterst populair worden en tegelijk ook een breed draagvlak verwerven in de rest van de wereld. Gemiddeld genomen beginnen onze Belgische brouwerijen in veel mindere mate van een onbeschreven blad en worden oude brouwinfrastructuur of oude recepten meegedragen over de generaties, wat een heel andere dynamiek geeft.

Een klassiek gegeven bij startende brouwerijen, waaraan ook Kompaan niet ontsnapt, is het ruime aanbod aan eigen brouwsels waardoor het niet meteen duidelijk is wat eigenlijk het vloeibare vlaggenschip moet vormen van de brouwerij. In het assortiment van Kompaan zit momenteel de Vrijbuiter (porter), de Bondgenoot (licht blond bier), de Bloedbroeder (Imperial Stout), de Kameraad (Pils), de Handlanger (IPA), en de Badgast (Tarwebier). Daarnaast zijn er nog regelmatig tijdelijke brouwsels en wordt heel wat bier ook op verschillende soorten vaten gerijpt, naar alle waarschijnlijkheid afhankelijk van de beschikbaarheid van diverse vaten (Barrel Aged, heet dat dan). Traditioneel ook voor de wat meer trendgevoelige Craft-brouwerijen zit er ook bij Kompaan heel wat stout en IPA in het aanbod. Op zich is dit geen probleem, maar stel u een meerdaagse bierconferentie voor waarop zowat elke brouwer zijn donkerste stout of zijn bitterste IPA meebrengt en u kan, beste lezer, iets beginnen te vermoeden van de vermoeidheid die ongetwijfeld in de loop van de komende jaren zelfs bij deze boeiende bierstijlen zal ontstaan.

De bieren van Kompaan zijn overigens stuk voor stuk buitengewoon smakelijk en goed gemaakt. Zo is bijvoorbeeld de Handlanger een goed gedoseerde IPA met een opmerkelijk hoog alcoholgehalte (8,2 %). De volgende keer dat Bierman op prospectie naar onze noorderburen gaat, staat er alvast een tussenstop in Den Haag op het programma.





Wieze Tripel

Zolang Bierman zich kan herinneren (en hij natuurlijk ook de legale leeftijd heeft om alcohol te consumeren), is de Wieze Tripel er al geweest en het lijkt onvoorstelbaar dat dit mooie bier er nooit meer zal zijn. Een weerzien met de Wieze Tripel vormt voor Bierman dan ook telkens weer een prettige ontmoeting met een vriend die hij veel te lang alleen maar op facebook heeft tegengekomen.  Om maar te zeggen dat Wieze niet enkel voor Bierman, maar voor heel veel mensen een begrip is dat bovendien ook vaak heel erg mooie herinneringen oproept. Maar hoewel het onmiskenbaar gaat om een bier met een indrukwekkende stamboom dat met rustige vastigheid al sinds mensenheugenis gedronken wordt, blijkt de recente geschiedenis van de Wieze heel wat woeliger te zijn geweest. Omdat Bierman evenwel en dit zelfs niet geheel zonder genoegen, de mensheid informeert over dingen van algemeen belang, geeft hij met graagte een klein overzicht.

De oudste wortels van Wieze gaan terug tot het gezegende jaar 1866, toen in het onooglijke dorp Wieze, ergens tussen Aalst en Dendermonde, een brouwerij werd ingericht door Pieter Jozef Van Roy, een man die het alleen daarom verdient om nog eens met zijn volledige naam en toenaam genoemd te worden. Pieter Jozef Van Roy dus, bedankt om een brouwerij te bouwen terwijl de rest van de wereld nog zat te klooien met details als het Suez-kanaal of een transatlantische telegraafkabel. Pas na de tweede wereldoorlog en de dood van Pieter Jozef begonnen zijn zoons met de productie van de Wieze Pils. Op haar hoogtepunt was brouwerij Van Roy een gigantisch bedrijf dat jaarlijks zowat de volledige streek van bier voorzag. Ronduit legendarisch waren bovendien de Wieze Oktoberfeesten waarmee Brouwerij Van Roy het dorp van 1956 tot 1986 telkens een zestien(!) dagen durend delirium in Duitse stijl bezorgde. Tot op vandaag heet de feestzaal van Wieze nog de Oktoberhal en beginnen oudere dorpsbewoners bij het passeren van deze zaal onwillekeurig te zwalpen en onsamenhangend te lallen. 
Helaas ging brouwerij Van Roy failliet in 1994. Aansluitend kwam er nog een korte doorstart als brouwerij Wieze het Anker, waarbij ook even de productie van Cara Pils werd overgenomen, wat niet echt een kwaliteitsreferentie is. In 1997 kwam aan het brouwen in de gebouwen van Van Roy een definitief einde. De oude brouwsite werd verkaveld en staat nu vol fermettes waarin mensen wonen die niets meer van Van Roy, Oktoberfeesten of Wieze Pils afweten. Er volgde nog een tweede doorstart in een nieuwe microbrouwerij in het dorp door een onafhankelijke brouwer, maar zijn beide interpretaties van de Wieze, Wieze Tripel Blond en Wieze Zoet Bruin, werden evenmin een groot succes en gingen uiteindelijk de weg van alle bier. 

Op dit moment zitten de rechten voor het merk bij een bierfirma die de Wieze Tripel (zonder blond) laat maken bij Brouwerij Roman bij Oudenaarde. Het oorspronkelijke logo, een ober met een bierglas op een dienblad, werd op een zwarte achtergrond geplaatst en opnieuw in gebruik genomen. Hoewel Bierman blij is dat het merk niet definitief verdwenen is, zijn de raakpunten tussen het nieuwe en het oude bier natuurlijk wel erg klein. Het Oktoberfeest van Wieze komt natuurlijk nooit meer terug, maar wie vandaag nog de nieuwe Wieze Tripel smaakt zal niet enkel de bittere smaak van weemoed terugvinden, maar ook de frisse bitterheid van een goed gemaakte tripel. De nieuwe Wieze tripel is een vakkundig gehopt bier met een afgeronde en herkenbare smaak van klassieke Tripel en een stevige 8,5 % alcohol in het glas. Volgens sommige kenners heeft het bier ook een wat romige textuur en wie is Bierman om het hierin tegen te spreken.