Het WK in Quatar en Budweiser Zero

Terwijl u dit leest, zeer gestrenge lezer, vindt in de onooglijke golfstaat Quatar een parodie op het wereldkampioenschap voetbal plaats. Zolang Bierman zich kan herinneren vallen de examens in juni samen met het WK Voetbal. Elke zichzelf respecterende student kent wel het gevoel om voor de onmogelijke keuze te staan tussen enerzijds een kwartfinale tussen voetbalreuzen Kameroen en Chili of anderzijds studeren voor pakweg het vak Epistemologie. Bierman koos natuurlijk steevast voor het laatste, maar vond zichzelf tot zijn grote verbazing altijd weer terug aan de toog van café de Sportvriend terwijl hij helden als de cornervlagzwaaiende Roger Milla (waar hij nog nooit eerder van gehoord had) luidkeels zat aan te moedigen of vol wanhoop de handen in de lucht gooide bij de tragische owngoal van de Colombiaan Andrés Escobar (die daar later in zijn thuisland voor werd vermoord). Uiteindelijk heeft het allemaal zijn studietijd niet nadelig beïnvloed, maar veel geholpen zal het ook niet hebben.

 

Omdat het evenwel te warm is om te voetballen in Quatar in de zomer, werd beslist om het WK op te schuiven naar november. Het is mooi voor diversiteit en inclusie dat een logge structuur als de wereldvoetbalbond bereid was om te schuiven met hun belangrijkste roerend goed. Zo kan in principe iedereen meedingen naar de organisatie van dit sportieve feest. Helaas werden bij de toekenning van het WK-voetbal aan Qatar naar verluid vier FIFA-leden met miljoenen oliedollars omgekocht, waarna ruim 6.500 arbeidsmigranten doodgemalen werden bij de voorbereidende werkzaamheden voor het WK zelf. Iemand rekende voor dat dit één dode per 6m² grasveld zijn, allemaal voor infrastructuur die na het WK amper nog gebruikt zal worden. En dus zit het voetbalminnende deel van de wereld verveeld met het feit dat er bloed kleeft aan hun hun traditionele hoogmis, die bovendien plaatsvindt op een ongemakkelijk tijdstip in een land met amper noemenswaardige voetbalcultuur en krakkemikkig respect voor mensenrechten. Quatar pleegt met andere woorden weinig minder dan geweld op het idee van voetbal zelf en vraagt haar slachtoffers om ervan te genieten en hun mond te houden. Voor verwende westerlingen vraagt dit gelukkig weinig meer dan even weg te kijken van het leed en als een pavloviaanse hond het balletje op het scherm te volgen. Voor vele duizenden slachtoffers is dit voetbalfeest een bron van onnoemelijk lijden dat nooit had mogen plaatsvinden. Dit jaar laat Bierman alvast om al deze redenen de ongemakkelijk paringsdans van de Rode Duivels op televisie aan zich voorbij gaan. Misschien haalt hij zijn oude cursus Epistemologie nog eens boven om te zien wat hij allemaal gemist heeft en of woorden nog altijd hetzelfde betekenen. Brood en spelen bijvoorbeeld: alle begrip voor dit aloude Romeinse principe, maar moest het er dit jaar echt zo dik op liggen?

 

Eén van de officiële sponsors van het WK in Quatar - waar niemand die echt van voetbal houdt op zit te wachten - is Budweiser, niet toevallig ook een bier waar niemand die echt van bier houdt op zit te wachten. Vol trots kondigt de brouwgroep aan dat er meer bier zal gedronken worden tijdens het WK in Quatar dan doorgaans gedurende een heel jaar in het land. Het bier wordt aangevoerd met vrachtschepen en in speciale gekoelde magazijnen opgeslagen om het te beschermen tegen lokale 35 graden Celsius. Mocht er toch bier te kort zijn dan staan vliegtuigen in het Verenigd Koninkrijk klaar om extra in te vliegen, zodat supporters de kostbare roes kunnen opwekken die bij al dit voetbalplezier hoort. Een fles van 33 cl zal 11 dollar kosten, wat het tot het duurste bier ter wereld zal maken. Er is ook Budweiser Zero beschikbaar dat gegarandeerd niet naar zoute tranen en bitter gal zal smaken. Het bier zit overigens in dezelfde groep als Anheuser-Busch InBev en dus zal voor wie geen ticket naar de woestijn kan betalen nog steeds de Jupiler rijkelijk vloeien, dat andere hoogfeest van de middelmaat.

 

Uiteindelijk gaat het erom dat geld alles wat waarde heeft leeg maakt. Zalig de dwazen die naïef en onwetend meegaan in elke emotie die hen voorgekauwd wordt, maar wie de kapitaalstromen eenmaal met eigen ogen heeft zien lopen weet zich bedrogen en gaat elders op zoek naar authenticiteit. Misschien moeten we het WK de komende maand maar even aangrijpen op te verstillen voor alle slachtoffers van de miljardendans -die momenteel een spoor van vernieling over de hele aardkloot trekt om daarna nieuwe wegen in te slaan.

 

PS: Na het schrijven van dit artikel werd bekend dat Quatar alle alcoholhoudende dranken bant uit de voetbalstadions. Bierman had de laatste paragrafen in functie hiervan kunnen herschrijven, maar hij besefte net op tijd het hem allemaal volmaakt onverschillig laat. 

Radio Minerva vs The Metaverse

Omdat Bierman af en toe in zijn gazet leest, weet hij dat de wereld binnenkort gaat ophouden te bestaan en iedereen zichzelf zal uploaden in een gesublimeerd universum. Hard-Boiled Wonderland noemde Haruki Murakami dit fenomeen al in de jaren ’90 van de vorige eeuw en hij zag er meteen het einde van de wereld in. Tegenwoordig gaat deze dystopische aanslag op de menselijke waardigheid als het Metaverse door het leven, maar veel beter lijkt het er allemaal niet op geworden. Ons lichaam zal blijkbaar achterblijven als een hinderlijk stuk restvlees, terwijl onze geest avonturen beleeft op de servers van een industriepark in Wallonië. Bierman kan maar hopen dat onze regering - na de sluiting van de kerncentrales - voldoende bruinkool uit Duitsland kan importeren om deze zorgvuldig geregisseerde menselijke waanvoorstelling gaande te houden. Wat niet wegneemt dat hij de ironie bijzonder waardeert van een Meta-universum dat het leven zelf wil overstijgen. Slechts weinig projecten waren van aanvang al meer tot mislukken gedoemd dat dit humorloos stukje technofetishisme.

De wereld is vooralsnog niet rijp voor digitaal bemiddeld leven en bovendien komt voor senioren het Metaverse per definitie al te laat. Vandaar dat het Metaverse van de gemiddelde Antwerpenaar luistert naar de naam Radio Minerva. Dat is een Antwerpse lokale radio die het unieke vermogen bezit om vol overtuiging streekberichten te brengen alsof het wereldnieuws is, aangevuld met de actuele wereldhits van lang geleden. De zender klinkt als een smeltende frisco op het strand van Sint-Anneke, met de zilte reuk van de Schelde in de lucht en de blokken van linkeroever dreigend over de schouder. Een schip vaart voorbij, de Kathedraal blijft maar naar de hemel wijzen, het leven is goed genoeg.

Omdat Bierman evenwel niet wil achterblijven bij de geplogenheden van de moderne tijd biedt hij u – hooggeachte lezer – bij deze de mogelijkheid aan om deze tekst in 4D te gebruiken: gedrukt op echt papier én met het geluid van Radio Minerva (98 FM) op de achtergrond. U kan dit bovendien ook doen bij het drinken van een Radio Minerva Tripel in kapsalon Salvatore op de Paardenmarkt waar deze zender altijd opstaat. Dan wordt het een dusdanig gelaagde ervaring dat Zuckerberg er zelfs geld voor zou geven, … bitcoins of andere waardeloze brol.

De Radio Minerva Tripel (7%) werd door de Antwerpse Brouw Compagnie (die van het Seefbier aan het Kattendijkdok) gemaakt om de zender financieel te steunen. Het is gelukkig een heel klassieke tripel geworden die iets meer kruiden dan mout biedt, maar wel perfect het evenwicht weet te behouden. Dit bier drinken is als likken aan de stenen van de Meir, het lied van de straat neuriën terwijl de duiven op het standbeeld van Rubens schijten en smoelen trekken naar de apen in de Zoologie. Dat allemaal tegelijk. Als ooit het Metaverse realiteit wordt, dan zal Antwerpen de laatste stad zijn die weerstand biedt en Radio Minerva zal de profetische stem zijn die onze medeburgers oproept om de VR-bril terug af te zetten: doe maar gewoon, dat is al Zot genoeg!

Omer of de laffe moord op den Duvel van Breendonk


In de naoorlogse periode was Duvel van brouwerij Moortgat in Breendonk zowat het enige bier dat in elk café in Vlaanderen te krijgen viel. De meeste café’s zijn eigendom van brouwerijen of zijn er door allerhande slinkse contracten met handen en voeten aan gebonden. Zeldzaam is de kastelein die zelf beslist wat er geschonken wordt en het belangrijkste kernmerk van dit soort onafhankelijke zielen is dat de slijterij hun eigendom is. Enkel naar Duvel was de vraag een halve eeuw lang zo massaal dat het bier een zekere alomtegenwoordigheid kreeg die ook aan de verpersoonlijking van het kwaad kan toegeschreven worden waaraan het bier haar naam ontleende.

Traditionele sterke blonde bieren als Duvel zijn heldere bieren die veel alcohol combineren met een heel licht mondgevoel. Tegenover de klassieke trappist, die meer kleverig is en veel meer complexe smaken kent, vormt de Duvel en zijn familie de rustige eenvoud en standvastigheid zelve. Het leek er ook op dat het altijd zo zou blijven, tot Omer langskwam en lafhartig den Duvel een mes in de rug stak.

Omer slaagde er namelijk in, nadat het in 2008 door brouwerij Vanderghinste op de wereld werd losgelaten, om niet enkel Duvel maar zowat elk sterk blond bier in één vloeibare beweging overbodig te maken. Omer is als het ware een Duvel die gebrouwen wordt met uiterst lichte pilsmout waardoor dit bier alle eigenschappen die bierliefhebbers traditioneel waarderen in Duvel nog meer uitvergroot en waardoor bovendien Omer nog veel vlotter wegdrinkt. Omer heeft met andere woorden het volmaakte evenwicht gevonden tussen veel alcohol, niet al te veel smaak en grote verteerbaarheid. Omer is vandaag overal te koop…

Wie thuis is in de wereld van de volks- en dialectzang weet dat “De laffe moord op Hector de Zutter van Beernem” een klassieker is van marktzanger Erik Wille over een onopgeloste moordzaak uit 1926. De arme Hector, kostwinner en boerenzoon, werd lafhartig vermoord en zijn levenloze lichaam werd door de vuige daders in de Brugse vaart gegooid waar het pas een maand later kwam bovendrijven. In de degelijk Vlaamse serie De Bossen van Vlaanderen (1991) valt nog iets terug te vinden van de koortsige paranoia waarin de streek gedompeld werd, aangezien in die tijd - naast de arme Hector - best nog wel wat ander schoon volk vroegtijdig het tijdelijke voor het eeuwige wisselde.

In de allegorie die hier door Bierman gebezigd wordt, is Duvel natuurlijk een onschuldige boerenzoon die rustig van het café naar huis aan het wandelen is. Een beetje wankel op de benen misschien, maar verder perfect in staat om zich overeind te houden. Terwijl Duvel zich bezighoudt met zijn eigen zaken komt daar Omer aangelopen. Omer, de schavuit, de schoelie, het galgenaas, nog maar net vanonder moeders rokken weg en al volop bezig om Duvel het leven zuur te maken. Omer pleegt een laffe moord door … euh … beter te smaken Duvel en er zo voor te zorgen dat Duvel veel minder verkocht wordt in alle cafés ter wereld. En daarmee – geachte lezer – heeft Bierman enerzijds onomstotelijk aangetoond dat metaforen die van het begin al mank lopen doorgaans niet meer recht te trekken zijn, maar ook dat de paranoia die momenteel heel bierland beheerst na de komst van karaktermoordenaar Omer echt is en de komende jaren niet weg zal gaan.

Duvel is dood, leve Omer zou Bierman tot slot nog kunnen zeggen naar analogie met de recente gebeurtenissen in het Verenigd Koninkrijk. Maar hij doet dit toch liever niet omdat één keer plat op de bek gaan met een mislukte metafoor ruim voldoende is zo vroeg op het academiejaar.

 

Antwerpse stadsbrouwerijen

Wie zich verplaatst tussen de verschillende campussen van  Universiteit Antwerpen zal zich mogelijk verwonderen over de enorme hoeveelheid woningen, winkels en cafés die men daar kan aantreffen, alsmede de grootste containerhaven van Europa. Een stad met grootstedelijke kenmerken zou onze rector met enige academische nuance over deze Scheldebocht zeggen. ‘De Metropool’ zeggen de Antwerpenaren zelf, in de volstrekte zekerheid dat bescheidenheid als begrip wel bestaat maar slechts zijdelings op hen betrekking heeft, bijvoorbeeld als iets waar de Antwerpenaar beter in is dan de rest van het land.

Niet geheel toevallig heeft de beste stad van de wereld met de Koninck en Seef meteen ook twee van de beste bieren ter wereld in huis. Dit is gebleken uit een onderzoek van de Universiteit Antwerpen uit 2018  waarin aan alle Antwerpenaars uit heel de wereld werd gevraagd welke bieren het beste zijn. De Koninck en Seef kwamen daarbij als beste naar voren op de voet gevolgd door ‘Andere bieren’. De relaties tussen de stad en de universiteit zijn sinds dit onderzoek overigens sterk verbeterd. Naar het schijnt hangen in café den Engel tegenwoordig zelfs professoren en lokale politici samen aan de toog na de gemeenteraad terwijl ze pindanootjes in elkaars mond werpen. Het onderzoek zelf is helaas in de recente brand op de stadscampus verloren gegaan, maar de resultaten worden door niemand openlijk betwist. 

Rest Bierman nog om iets over deze bieren zelf te vertellen. De Koninck is een helder amberkleurig bier in Engelse stijl. Het is een smakelijk en verfrissend bier dat gul geschonken en dorstig gedronken wordt. De inmiddels met uitsterven bedreigde naoorlogse gewoontedrinkers hebben in de Antwerpse vokscafés ontelbare bollekes Koninck naar binnen gegoten. Tegenwoordig is het wat minder populair, maar niets roept meer de sfeer op van het bruisende Antwerpen uit de jaren ’70 en ’80 dan een goed getapte Koninck.

Seef is dan weer het oude bier uit de Antwerpse Seefhoek, de volkswijk achter het Sint-Jansplein waar ook Students on stage voor de stadscampus elk jaar doorgaat. Het is een prachtig blond bier met een plezante kruidige smaak dat zich verheft boven de middelmaat door een ongefilterde, bijna melkachtige, troebelheid. Troebele bieren durven wel eens wrang of plakkerig uit te vallen, maar daar is niets van terug te vinden in Seefbier. Het bier wordt in heel Antwerpen geschonken in stevige rechte glazen, wat toch een heel ander handgevoel geeft dan de ronde vormen van de Koninck.

Een eervolle vermelding is er nog voor Cabardouche, het bier van de gelijknamige brouwerij aan de Singel in Borgerhout. Zeker eens binnenspringen in het bijhorende café als je toevallig die kant uit zou moeten. En tenslotte heeft Bierman ook nog een in memoriam veil voor De Zwarte Sinjoor en den Bangelijke.  Dit waren de bieren van brouwerij ’t Pakhuis op de Vlaamse Kaai. Helaas hebben deze de afgelopen coronacrisis niet overleefd en is de locatie nu een visrestaurant waar in de oude installaties wel nog een huiseigen pils wordt gebrouwen. Mogelijk gaat dit laatste wel het budget van een gemiddelde student te boven, maar een echte Antwerpse studenten laat zich door dit soort details niet tegenhouden.

Seef of Koninck, Koninck of Seef. Wat u ook drinkt, beste student, geniet van de smaak en geniet met volle teugen van het leven, maar stem de consumptie af op het feit dat in De Metropool een half miljoen mensen op een kleine ruimte met elkaar moeten samenleven. Van het reduceren van deze twee prachtige bieren (en bij uitbreiding alles wat onder de categorie andere bieren valt), tot eenvoudige dragers van alcohol is nog nooit iemand beter geworden.  

 

 

Den Ingenieur: Zelfgebrouwen

In momenten van vertwijfeling – dus eigenlijk alleen maar wanneer hij ‘s nachts van café De Zwaan richting de Salamander slentert - durft Bierman zich wel eens af te vragen wat het verband is tussen de naam van een bier en datgene wat effectief in de fles zit. Zitten er met andere woorden meer paters en abdijen in een Westvleteren Abt dan in een Straffe Hendrik Quadruppel of kunnen rechtschapen mensen wel Duvel drinken zonder het kwaad te banaliseren? Dichter bij een existentiële crisis is Bierman vooralsnog niet gekomen, aangezien de weg tussen De Zwaan en de Salamander langs het Telefoneke gaat. Bierman gaat daar nogal makkelijk binnen voor een fris glas bier en wat vers gesneden fritten en vergeet dan al snel wat hem even daarvoor nog ten dode bedroefde. Maar het hakt wel in zolang het duurt, dit soort vragen onderweg. Zo moeten mensen zonder geloof zich dus voelen.

 Dat brengt Bierman bij de vaststelling dat steeds meer studentenclubs hun eigen bier beginnen te maken. Zit die club dan mee in de fles? Kapitalisme vereist dat een brouwer bier maakt, daar een naam op plakt die al dan niet verband houdt met waar en wanneer het bier is ontstaan en deze vervolgens aan bierdrinkende medemensen verkoopt. Zelfgebrouwen betekent dat studentenclubs een uniek recept “zelf” laten brouwen in een speciaal daartoe ontworpen brouwerij omwille van het voorrecht om hun eigen naam op de fles te zien verschijnen. De kans dat dit soort bieren beter dan middelmatig uitvallen, is even groot als de kans om een meerkeuzenexamen statistiek te slagen zonder te studeren. Wat betekent dat studenten hun kans veel groter inschatten dan redelijkerwijs mag worden aangenomen.

 In geval van Den Ingenieur, het bier van Ingenium, de faculteitsclub van Industriële wetenschappen gaat het om een middelmatige (maar zeker geen slechte) tripel met een heel mooi etiket. Net zoals abdijbier niet smaakt naar paters, smaakt dit bier ook niet naar gegiste blauwdrukken van hangbruggen of wolkenkrabbers. Maar wie Ingenium liefheeft die proeft de vriendschap in het glas en wie zich zoals Bierman, graag mimentisch warmt aan de gloed van kameraadschap kan met een gerust hart een smakelijk glas meedrinken op de gezondheid en het heil van de student in het algemeen en die van Ingenium in het bijzonder. De rest van de wereld zal dit bier volmaakt onverschillig laten, maar dat was van bij het begin al de bedoeling. De brouwer heeft tenslotte zijn voorraad bij voorbaat al gesleten en de club heeft haar hart en ziel erin geprojecteerd, wat er verder mee gebeurt is voer voor historici.

 

  

Cara Blond en Cara Rouge

Van een student is het bekend dat deze wel eens een pintje lust. Daar zijn liederen over gemaakt die tot op vandaag lustig gezongen worden. Ook door Bierman overigens, die tot op vandaag zowel het bier als de liederen koestert als bijzondere schatten.

Onder studenten is Cara Pils van de Colruyt Groep inmiddels uitgegroeid tot een begrip. Dat is opmerkelijk aangezien Cara in 2015 nog even op de lijst stond om herdoopt te worden tot Everyday Pils, wat zoveel betekent als de goedkoopste pils op de markt. De winkel moest onder druk van haar trouwe fans noodgedwongen dit plan opgeven omdat de tijdsgeest Cara inmiddels tot een vloeibare meme had verheven. Tegenwoordig heet het dat de Cara Pils de ultieme prijs/kwaliteit verhouding heeft. Dat is in wezen hetzelfde aangezien alle Belgische Pils amper het drinken waard is in vergelijking met pakweg haar Tsjechische of Duitse tegenhangers. De Cara drinkende student is evenwel op een ironische manier van het besef doordrongen dat de Jupilers, Maes en andere bieren van deze wereld meer pretentie dan inhoud hebben. En dus is Cara is een sterk merk geworden. Een ironisch merk weliswaar, maar in wezen niet anders dan grote merken van de machtige brouwfabrieken van onze tijd, en aan de kassa maakt dat allemaal niet zoveel verschil.

Inmiddels is bij de herauten van het vrije ondernemerschap ook het besef gegroeid dat Cara een geschenk is dat blijft geven en dus werden recent met veel bazuingeschal de Cara Blond (8,5 % en 0,52 euro per blik) en de Cara Rouge (7,5% en 0,69 euro per blik) op de markt gebracht: speciaalbier met een sterke prijs-kwaliteitverhouding heet dat dan. Dat is zever in blik natuurlijk aangezien België wél wereldwijd bekend staat om zijn speciaalbieren en in dit specifieke geval goedkoper dus ook gewoon minderwaardig betekent.

Blijft over: een bier dat enorm veel alcohol voor een enorm lage prijs biedt, al dan niet aangelengd met mierzoete kriekensiroop om nog sneller te kunnen consumeren. Een klassiek voor- en indrink bier dat zich qua marketing expliciet richt naar studenten en andere groepen voor wie geld niet altijd ruim voorhanden is. Bier dus gereduceerd tot drager van alcohol. Waar Cara Pils de consument nog de illusie geeft om tegen het systeem te rebelleren met een de zelfverzonnen mythe van een subversief consumptiepatroon zijn de Cara Blond en Rouge platte zuipbieren waarmee Colruyt zich richt tot kwetsbare en beïnvloedbare mensen. Neem een willekeurig boek van Louis Paul Boon, vervang het woord jenever door Cara en je krijgt een beeld van wat hoe ontwrichtend dit kan zijn voor een gemeenschap. Daarmee bedoelt Bierman in de eerste plaats de gemeenschap van studenten hier in Antwerpen, maar ook de samenleving dreigt van dit soort onverantwoord cowboy-kapitalisme de rekening te betalen. Al was het maar omdat ziekenhuisopnames en gebuisde studenten met een alcoholprobleem veel geld kosten.

Overigens is het niet nodig om Bierman te heten om te beseffen dat in een samenleving die steeds kritischer wordt voor alcoholconsumptie, Cara Blond en Rouge het ideale glijmiddel zullen zijn voor strengere wetten en hogere accijnzen. In die zin schieten de makers van dit bier (laten we hen geen brouwers noemen) wel in hun eigen voet en in die van onze studenten. Maar op wie hebzuchtig genoeg is om Cara Blond en Rouge op de markt te brengen maakt dit waarschijnlijk weinig indruk. De ironische pils van weleer is een bitter en cynisch aftreksel van zichzelf geworden.

Tripel Confessions

Toen een verbolgen webmaster in 2009 het roemruchte forum Flopclass van de ene op de andere dag offline haalde, ontwaakte de Universiteit Antwerpen met een fikste kater uit haar roddelende, achterklappende en min of meer illegaal notities uitwisselende roes. Flopclass was de officieuze plaats binnen onze gezegend instelling waar frustraties geventileerd konden worden en waar kond werd gedaan van informatie die eigenlijk niet met meer dan twee personen tegelijk mocht worden gedeeld. Semi-geïnstitutionaliseerd roddelen dus waarvan de therapeutische werking door sociologen niet drastisch genoeg onderstreept kon worden.

Intussen werd de therapeutische en ook wel recreatieve rol van Flopclass overgenomen door het alomgeprezen UA Confessions. Een Facebookpagina waar volledig anoniem de meest persoonlijke berichten al dan niet met een knipoog kunnen gepost worden. De term confessions verwijst natuurlijk naar de Confessiones van Sint Augustinus van Hippo, een kerkleraar die in het jaar 397 uitlegde hoe hij zich bekeerde tot het Christendom na een leven met teveel pintjes en schoon vrouwvolk (“bedankt God dat u mij gered heeft, … maar niet te vroeg” is een uitspraak die – niet geheel gespeend van enige boosaardigheid - aan deze Heilige wordt toegeschreven).

De gelijknamige Facebookpagina ligt volledig in het verlengde van dit soort bekentenissen, maar bleek de afgelopen jaren ook een uitermate heilzame gemeenschap te zijn. In volle crisis werden noodkreten van studenten met veel liefde en zorg behandeld en studenten voelden feilloos aan wanneer hun gezwans en gezever even moest omslaan tot welgemeende aanmoediging en ondersteuning. Bierman, en samen met hem heel de universitaire gemeenschap, kreeg er regelmatig een warm gevoel bij.

Inmiddels heeft een ondernemende student een ook Tripel Confessions bier gemaakt, met toestemming van de beheerder zodat deze niet ten tweede male uit verbolgenheid de stekker uit de groep zou trekken. Het gaat om een relatief kleine batch van 250 bakken, gebrouwen in de ketels van brouwfirma Beerselect. Dat betekent dat professionals aan de roerstok stonden, maar verder is het een bier dat helemaal door studenten en voor studenten werd gemaakt. De Amarillohop in combinatie met dry hopping zorgt voor een goed wegdrinkend bier met een verfrissende bitterheid en redelijk originele smaak bij een stevige 8 % alcohol. Ook plezant is dat een QR code op het etiket de argeloze consument naar de Facebookgroep van UA Confessions leidt, wat voor sommigen wel een openbaring mag heten. Ook Bierman heeft op deze site dingen geleerd over het leven die ieder fatsoenlijk en weldenkend mens in opperste verwarring zou achterlaten, twijfelend over de zin van het bestaan in het algemeen en het vermogen tot zelfbehoud van jongere generaties in het bijzonder (hoewel het vermogen tot procreatie duidelijk niet op de helling staat). Gelukkig is Bierman geen fatsoenlijk, noch een weldenkend persoon, behalve als het over bier gaat.

Rest Bierman nog u te zeggen dat het bier te verkrijgen is via www.tripelconfession.com en ook in het Agora Café (Stadscampus).

Schuppenboer Winter

Het zijn moeilijke tijden voor brouwers van winterbieren, nu koning winter nog maar een schim is van zichzelf. De herfst is naadloos overgegaan in de lente en de lente is dat triestige seizoen waarin alles is toegezegd, maar niks geleverd. De lente is wachten. Wachten op de Playstation 5, de Geforce 4090, nog meer Bitcoins, een pakket van Bol dat er al had moeten zijn maar vertraging heeft omdat er geen minderjarigen meer mogen meewerken. Wachten op examens, op punten en een diploma, op Valentijn en de ware liefde en op de toekomst waarin winters niet meer bestaan omdat we teveel Playstations en cryptobrol kopen. Wachten, wachten, wachten. 
Regelmatig hoort Bierman verhalen over mensen die vreugde ervaren bij het zien van de eerste bloemen en die vlinders in hun buik krijgen bij de eerste waterige zonnestraal. Vermoedelijk bestaan er dus ook wel mensen die graag lente hebben. Maar dat neemt niet weg dat dit seizoen van onvervulde verlangens duidelijk het verst van allemaal van onze oververhitte tijdsgeest afstaat. Gelukkig is het tegenwoordig perfect mogelijk om meteen de zomer te kopen, of toch minstens het vliegtuig daar naartoe. Eerst examens, punten, een diploma, werk en veel geld en vanaf dan altijd zomer. Een mens kan maar dromen. 

Uit respect voor het handvol brouwers dat koppig voortdoet met het brouwen van winterbieren, terwijl de temperaturen hardnekkig hoog zijn gebleven, heeft Bierman op driekoningen jongstleden zijn kerstboom met ballen en al verbrand in de vuurkorf op zijn terras, onderwijl een Schuppenboer Winter drinkend. Dit bier wordt gebrouwen door Brouwerij Het Nest uit Oud-Turnhout en is eigenlijk een uitstekende Schuppenboer Grand Cru die een jaar lang op gerijpt heeft op oude rumvaten uit Jamaica. Daarmee is de kleur iets donkerder dan het blonde origineel en de smaak iets (volgens sommigen: overweldigend) euh, … rummiger. Er zit inderdaad een niet onverdienstelijke belofte van hout, alcohol en piraten in de Schuppenboer Winter, wat het bier niet enkel een stevig smoelwerk, maar ook een behoorlijk koudeververbijtend vermogen geeft. Terwijl de kerstboom rustig wegknettert en af en toe een glazen kerstbal kapotknalt als een vage echo van het al lang vergeten oudjaar, overvalt Bierman plots een fel heimwee naar de lange winteravonden van weleer waarin de sneeuw kniehoog stond en bijtende vorst nog de koning zette in koning winter. Vandaag is Koning Winter een Schuppenboer geworden en straks steken de eerste mottige bloemen weer hun kop boven de grond. Sic transit gloria mundi.

Vlaamsche Leeuw

Er valt iets voor te zeggen om Vlaamsche Leeuw uit te roepen tot het ultieme kerstbier. Uiteindelijk zijn kerstmis en oudjaar toch bij uitstek de feesten waar nonkels zich zat drinken, over politiek zeveren en ambras maken om zo de sluimerende familievete weer voor een extra jaar van brandstof te voorzien. Meer politiek geladen dan Vlaamsche Leeuw drinken met Kerstmis kan het niet worden (behalve misschien een Tempelier op een terras in Jeruzalem) en waarschijnlijk was dat ook het effect dat Brouwerij van Vlaanderen wilde bekomen.  

Aangezien hij hier – bij gebrek aan tegenwoord – zelf voor zatte nonkel moet spelen, opent Bierman graag de debatten door uit te leggen dat Vlaanderen het stuk land is dat ruwweg tussen Rijsel, de Schelde en de Noordzee ligt. Het is ook een gewest en een gemeenschap, maar dan zonder Rijsel en met Brabant en Limburg erbij. Behalve Brussel. Verder leerde Bierman een paar jaar geleden ook dat er een officiële Vlaamse Leeuw is met rode klauwen die mag gezwaaid worden en een strijdleeuw met zwarte klauwen die zijn poten verbrand heeft aan een wat meer rechtse en conservatieve ideologie. Achteraf legde iemand nog uit op café dat dat helemaal niet waar is, maar Bierman weet niet meer waarom. En dus merkt hij toch bijna onwillekeurig op dat op de flessen Vlaamsche Leeuw een wat meer strijdbaar exemplaar afgebeeld staat.  

De Vlaamsche Leeuw Tripel werd ontwikkeld naar aanleiding van 700 jaar Guldensporenslag. Een overwinning op de Fransen waar wij Vlamingen tot op vandaag trots op zijn. Wie veel tijd heeft in de kerstvakantie kan De leeuw Van Vlaanderen van Hendrik Conscience nalezen om te weten waarom. Wie écht veel tijd heeft kan het indrukwekkende De waanzinnige veertiende eeuw van Barbara Tuchman erop nalezen om te weten waarom niet. De Franse ridders hebben in die periode namelijk zowat alles verloren wat er te verliezen viel.  

Hoe dan ook lijkt het er sterk op dat wie een Vlaamsche Leeuw drinkt meteen ook de goede zaak steunt, namelijk Vlaanderen. De Vlaamsche Leeuw Tripel is overigens een goed gemaakt en smakelijk bier van hoge gisting van 8,5 procent en met hergisting op de fles. Volgens de website van de brouwer smaakt de afdronk naar peren en appeltjes, wat toch twee onverdacht volkseigen fruitsoorten zijn. Geen buitenlandse nieuwlichterij met citrus of banaan dus, op het eerste zicht dus ook geen Poperingse hop, maar wel betrouwbare Tsjechische Saaz.  

Er is ook een bruine Vlaamsche Leeuw, die luistert naar de naam Donker (7,5%, hergist). Hoe lullig het ook is, Bierman kan niet anders dan toegeven dat hij aan de laatste grote oorlog denkt telkens hij het bier bestelt op café. Het zal wel een defect in zijn hersenen zijn of zo, maar mochten er nog mensen zijn die hetzelfde ervaren en op zoek zijn naar hulp, dan mogen ze hem altijd contacteren. Misschien was een dubbel of quadruppel wel een meer onverdachte naam geweest. Verder valt de donkere variant eigenlijk ook niet echt een geslaagd bier te noemen. Het bier is niet wrang of bitter, maar eerder neutraal en smaakt te weinig door om de vergelijking met andere Vlaamse dubbels goed te doorstaan.  


God vindt welbehagen in alle mensen, zo luidt de Kerstgedachte, en als u, beste lezer, straks tijdens de feestdagen samen met de familie een bak Vlaamsche Leeuw Tripel vredig overleeft dan is er nog hoop voor toekomst en zijn er misschien niet voor niets zoveel flinke Vlamingen gestorven op de grazige Groeningenkouter of de triestige knekelvelden van Pevelenberg. Zalig kerstfeest!