Koolputter

Bierman kreeg vorige week een Koolputter in het glas en het was eigenlijk een bier zoals bierman ze graag drinkt. Het bier zelf is gemaakt voor de toeristische dienst van Beringen en de naam verwijst natuurlijk naar de rijke mijncultuur van de streek. Het probleem met dit soort bieren - en bij uitbreiding met zowat elk bier in ons land - is dat de informatie op het etiket volstrekt ontoereikend is. Bij het drinken van de eerste slok had bierman er eigenlijk nog geen idee van wie het bier gemaakt heeft en waar het werd gebrouwen. Het leek bierman dat de makers van dit bier ervan uitgingen dat een toevallige toerist die net een bezoek aan de mijnsite of een fietstocht van Beringen naar Tongeren achter de rug heeft geen boodschap heeft aan hoe of wat er juist in het glas zit om de dorst te lessen. Het probleem duikt wel vaker op bij bieren die op de rug van onze buitenlandse successen gecreëerd worden tot nut en vermaak van het lokaal toerisme. Even rondzoeken op het internet leerde overigens dat de koolputter gebrouwen word in de proefbrouwerij in Lochristi (Bij Gent). Maar of Beringenaars hun eigen recept hebben uitgevoerd in de installatie aldaar of, hun groot idee helemaal hebben laten uitwerken door de brouwers van Lochristi heeft bierman het raden naar. Misschien maar eens op onderzoek uitgaan.

Veel verwachtingen had bierman al bij al niet meer bij het nemen van zijn eerste slok koolputter bij het volgen van de laatste 40 kilometer van de Brabantse Pijl voor de televisie. Vreemd genoeg bleek het een bier te zijn zoals bierman ze graag drinkt. In het glas was de koolputter zo zwart als pasgedolven antraciet. De schuimkraag leek wel opgeklopt lichtbruin eiwit en in het flesje bleven genoeg gistvlokken achter om nadien nog cornflakes te bakken. Achteraf gezien is dit eigenlijk niet onlogisch natuurlijk. Het gaat tenslotte om een bier in de geest van de beste mijnwerkerstraditie en bij een mijnwerker die heel de dag onder de grond heeft gewerkt werkt een zacht aromatisch bier met vleugjes koriander of godbetert sinaasappelschillen in de neus waarschijnlijk meer op de lach- dan op de smaakspieren.

Bierman is met zijn kleinmannen ooit eens naar een mijnmuseum gegaan in Noord Frankrijk en bij die gelegenheid afgedaald in een mijnschacht. De begeleidende kompel startte uit educatieve overwegingen alle transportbanden, klopboormachines, pneumatische hamers, brekers, schuurders en ander materiaal even op waarbij de kinderen van het verschieten telkens angstig weggevluchtten in een of andere schacht met de handen op de oren. Bleek achteraf overigens dat heel de bedoening fake was en dat we niet onder de grond zaten, maar in een als koolmijn vermomde gang boven de grond. Niet echt, maar wel heel goed gedaan, net als de koolputter zelf. Een slok Koolputter is dan ook een goed gemaakte slok bruin bitter slijkwater van 10 graden dat vanachter in de mond nog wat bijschuimt. Het is een bier met véél mout en héél véél bitterheid (toegegeven: op het onevenwichtige af). Geen makkelijk terrasbier dus en zelfs geen moeilijk terrasbier. Meer is om vanachter in een hoek van het café na middernacht een gesprek te begeleiden waarvan bij voorkeur een kwart bestaat uit gevloek of gescheld.

Niet iedereen heeft een bek voor moeilijke smaken. Getuige hiervan een reactie op het www.ratebeer.com die ik u graag (en met enig leedvermaak) meegeef: “No head; fully hazy like a brushes-rincer. Woodstainer with prunes and glue and acetone or other ketones. UUGH. What is this? I can hardly swallow a sip. Rotting wood and medlars overdone, again ketones. MF: obviously dangerous for teeth and mucoses. De PROEF???? This tastes as a drink for Terry Pratchetts’ trolls at Ankh-Morpork.” Geef toe, een betere aanbeveling kan je als bier toch niet krijgen?

Geen opmerkingen: