Brouwerij Martens

Een jaar lang heeft bierman simpele tekstjes geschreven tot eer en meerdere glorie van het nationale brouwerijwezen. Terwijl de gemiddelde student (zo deze bestaat) zijn zakgeld zat op te drinken aan pils zonder gisting, deed bierman heldhaftige pogingen om het onderscheid bij te brengen tussen kwantiteit en kwaliteit. Bij deze nog één poging: kwantiteit is veel van hetzelfde(waarvan de helft niet rendeert omdat het vroegtijdig het lichaam verlaat). Kwaliteit daarentegen zijn die 1100 andere bieren die vrij verkrijgbaar zijn in de café’s binnen onze landsgrenzen. Deze laatste bieren onderscheiden zich van flutpils, kersenpils en bierbreezers door het feit dat ze smaak, body, geur, afdronk en stijl hebben.

Maar genoeg gezaagd. Ook dit jaar zal bierman het iedere week weer even hebben over onze Belgische kwaliteitsbieren, al was het maar om mee te stoefen bij erasmussers (altijd grappig om een Amerikaan Duvel te geven). Eervolle vermelding voor de vakantieperiode krijgt alvast de Westmalle Dubbel die nu ook op 75 cl te krijgen is. Ook mooi: de wat gehypte trend rond “Foodpairing (koken met bier, waarbij het bier niet noodzakelijk in het eten moet)” slaat duidelijk aan. O’Cool, de voedingsketen die voor dit project met Bierpassie in zee ging doet alvast gouden zaken. Ook bierman gaat hier overigens volgende week eens langs, nu ze er ook Cuvée René verkopen aan spotprijzen.

Waar gaat een bierman zoal op vakantie? Benidorm of Costa Rica alvast niet, daar is het graan nog niet uitgevonden. De Tsjechische hopvelden dan maar? Bitburg? Op bedevaart naar Oranjeboom? Een abdijweekendje Rochefort? …
Het is uiteindelijk Bocholt geworden: een hotelkamer met uitzicht op brouwerij Martens. Ik denk dat het Sofianen waren die Martens nauw in het hart dragen. Een beetje vreemd voor een Antwerpse club, ondanks de Limburgse roots van sommige presidiumleden. Maar één blik (pils) op Bocholt maakt deze voorliefde al meteen een stuk duidelijker. Waar normale dorpjes rond de kerk liggen, wordt het centrum van Bocholt zowat volledig ingenomen door een immense brouwerij. Monolitische Cylindroconische tanks staan naast groteske bierbakbergen. Het brouwschip werpt zijn schaduw op het kerkje en vrachtwagens rijden af en aan. Aan de andere kant van de straat ligt bovendien een gigantisch biermuseum met de grootste collectie afgedankt brouwmateriaal dat zowat op het westelijk halfrond bestaat (en ik kan me niet voorstellen dat er op het Oostelijk halfrond ergens meer zou staan, of het zou oud ijzer moeten zijn dat de Chinezen hebben opgekocht). Kortom Bocholt is een brouwerij met wat huizen bij en wie wil nu niet wonen in een brouwerij?

Bierman bestelde zich op een mooie zomerdag in Juli in het Bocholtse brouwerijmuseum een schitterend seizoensbiertje van de tap, zakte comfortabel onderuit tussen de vreemde, maar toch vertrouwde machines van lang geleden en dacht bij zichzelf: in Bocholt is het goed wonen. Mijn verlangen om ooit naar Bierbeek te verhuizen werd er op slag wat minder van.

Het indrukwekkende Martens – wereldberoemd in groot Bocholt – brouwt verder nog een degelijke luxepils, een lichte en donkere versie van hun uitstekende en erg verfrissende sezoensbier, een tafelbier en jammer maar helaas ook in licentie de Karslquelle, het huismerk van den Aldi (voor wie echt wanhopig is). www.martens.be en www.bocholterbrouwerijmuseum.be

Bierman

1 opmerking:

Anoniem zei

Ik ben een uitgeweken Bocholtenaar in Antwerpen en zit dus steeds tussen de Antwerpse chauvinisten, fantastisch om zoveel lof over Bocholt te lezen! Maar wat zeker gezegd moet worden is dat ik al veel Antwerpenaren aan de Sezoens geholpen heb en dat ze hier allemaal even enthousiast zijn! Sezoens moet dringend meer erkenning krijgen! Ik heb altijd een paar bakken in huis en kan er steeds mensen mee verrassen!
Blijven proeven Bierman!